Het Migrantenmuseum

Het shoarmames

De laatste vergadering van het bestuur van het Migrantenmuseum liep uit op een flinke ruzie tussen mij (de directeur) en het bestuur. Toen deze ondankbare nietsnutten, hoogstpersoonlijk door mij tot bestuurders benoemd na lange slijmsessies van hun kant, begonnen te schreeuwen dat ze het door mij voorgestelde object deze keer niet in het museum wilden hebben, heb ik maar zo met dat object op de tafel geslagen dat die malloten stilvielen en ik me Alexander de Grote waande die met zijn zwaard de knoop had doorgehakt. In mijn hand trilde het metaal nog door. Misschien niet zo scherp als het zwaard van de Macedoniër maar wel net zo angstaanjagend, het shoarmames in mijn hand…
Na deze overwinning op de imbecielen moet ik wel met een heel fiere houding het nieuwste museumobject aan de muur ophangen.
Het probleem is, beste museumbezoeker, dat alle bestuursleden van het museum in de afgelopen vijftien jaar wel een keer naar Den Haag zijn gegaan. In deze stad hebben ze zich meermalen te goed gedaan aan heerlijke deegbroodjes met shoarma van Bulent. De lekkerste shoarma in de stad.
Dat ik het museum heb kunnen verrijken met het shoarmames van Bulent heeft alleen te maken met het feit dat ik een vrouw geloofde die zei dat in de herfst een strandwandeling in Kijkduin het meest romantische is wat een mens kan meemaken. Tijdens de wandeling was zij gelukkig, ik wilde zo snel mogelijk ergens naar binnen, de koude wind wilde mijn oren invriezen… Toen hoorde ik, in het pikdonker, een man huilen. Ik liep naar de stem en zag Bulent de shoarmaman. Hij zat op het zand, het shoarmames had hij tegen zijn eigen keel gedrukt, huilde tranen met tuiten, knorde als een varken en stamelde tegen mij: ‘Ik was niet zo’n zondaar. Het is de schuld van het kapitalisme. Ik wil dood…’
Terwijl mijn metgezellin in een zaak in de buurt warme chocomel ging bestellen, luchtte Bulent zijn hart. Ik aaide over zijn bol en zei de hele tijd dat het niet erg is en dat zijn God misschien vergevingsgezind is. Ik pakte het shoarmames af en nam het ding mee naar huis. En nu hangt het aan de muur van het museum. Als het bewijs van de onwrikbare realiteit dat een migrant niet hoort te blijven.
Ik, directeur van het Migrantenmuseum, de man die in een winderige nacht op de duinen de kou trotseerde voor een beetje vrouwelijke warmte in het verschiet en toen te horen kreeg dat alle migranten uit Den Haag en omstreken hebben gesmuld van varkensvlees tussen hun deegbroodjes, heb de morele plicht dit te melden aan de hele mensheid. Het gaat hier niet om Bulent, die voor meer winst ging door het goedkopere varkensvlees aan zijn geloofsgenoten voor te schotelen, of om de migranten voor wie het ergste in deze wereld het eten van varken is. Het gaat erom dat het zwaardachtige mes aan de muur van het Migrantenmuseum jaar in, jaar uit de lekkerste shoarma van de wereld heeft gesneden. Dat iedereen heeft gesmuld en dat de schuld niet in de schoenen van Bulent de shoarmaman geschoven mag worden.
Wanneer de migrant stopt met trekken, moet hij ook niet gaan huilen. De migrant heeft niet voor niets het varken gehaat. Het is het dier dat niet kan meetrekken met de migrant. Het varken heeft geen loopvermogen. De trekkende mens heeft de mens met huis en haard uit de grond van zijn hart gehaat. Hij heeft ook het varken in diens stal gehaat.
Wanneer de migrant te lang blijft proeft hij het verschil niet meer tussen zijn vee dat trouw meewandelt en het varken dat geen zin heeft in een reis.
Het hele bestuur van het Migrantenmuseum bedreigt mij de laatste dagen, beste museumbezoeker. Kijk er daarom niet van op wanneer jullie mij met een shoarmames naar huis zien lopen. Mochten ze iets van plan zijn, dan ga ik deze werkloze varkeneters met het shoarmames uit het museum aanvallen.
Bij deze ook een mededeling van het Migrantenmuseum: wij zoeken nieuwe bestuursleden. Mocht u geïnteresseerd zijn, van het varkensvlees van Bulent hebben gegeten, hierin geen bron van schaamte zien en bereid zijn om akkoord te gaan met alle voorstellen van de directeur, ga dan in Kijkduin een glaasje warme chocomel drinken.