Het simpson-syndroom

Eigen scholen, eigen kerken en zelfs eigen tv-programma’s. Drier decennia na de afschaffing van de laatste segregatiewetten lijkenr blank en zwart in Amerika alleen maar verder vervreemd van elkaar. Leidt de vrijspraak van O. .J. Simpson tot een nieuw Joegoslavie?
NEW YORK - Een van de vele tv-camera’s die Amerika’s reacties op de uitspraak in het Simpson-proces registreerden, bevond zich in een tehuis voor mishandelde vrouwen in een armenbuurt in Los Angeles. Toen de woorden ‘not guilty’ werden uitgesproken, sprongen de vrouwen overeind en juichten. Sommige van deze gettobewoonsters droegen de sporen van recente gewelddadigheden van partners nog op het gezicht. Ze juichten voor een notoire vrouwenmishandelaar, een man die nooit een voet in hun wereld had gezet, die het gezelschap van blanken verkoos en zijn vrijheid in de eerste plaats te danken had aan het feit dat hij tot een andere klasse behoorde dan zij en de beste advocaten van het land kon betalen. Ze hadden niets met hem gemeen - behalve hun huidskleur.

Amerika reageerde met ongewone intensiteit op het vonnis. Zwarten vierden feest, blanken waren geschokt door wat hen een evidente gerechtelijke dwaling leek. De reacties op de reacties waren even intens en verdeeld. Vele blanken voelden de zwarte blijdschap als een slag in het gezicht; een collectieve vreugdedans op het graf van twee onschuldig vermoorde blanken. Zwarten vonden het dan weer neerbuigend van blanken om het oordeel van de overwegend zwarte jury zomaar te verwerpen. ‘Die ene keer dat het gerecht in het voordeel van een zwarte werkt, noemen ze het een gerechtelijke dwaling’, zei de leider van een buurtgroep in Los Angeles bitter.
Amerika keek in de spiegel en wat het zag was niet mooi: een raciaal gescheiden maatschappij, bijna dertig jaar na de afschaffing van de laatste segregatiewetten. 'Twee samenlevingen, gescheiden en ongelijk’, zo brandmerkte de presidentiele Kerner-commissie Amerika na de rassenrellen in 1969. Ook al is er intussen een welvarende zwarte middenklasse gegroeid, die observatie blijkt nog steeds even juist. Op sommige terreinen is de afstand zelfs gegroeid. In 1969 bestond er tenminste nog een breed verlangen om de raciale kloof te dichten. Dat lijkt intussen danig bekoeld.
Niet zonder nostalgie zag ik onlangs, in een tv-serie over de geschiedenis van de rockmuziek, Sly & The Family Stone terug. Deze interraciale groep uit de tijd van het Kerner-rapport zong voor een interraciaal publiek 'Whitey, don’t call me nigger; nigger, don’t call me whitey…’ Ik kan me niet voorstellen dat zo'n song vandaag succes zou hebben. Toegegeven, Michael Jackson zong enkele jaren geleden: 'It doesn’t matter if your’re black or white’ - maar iedereen dacht dat hij het over zichzelf had.
BLANKE EN ZWARTE Amerikanen leven grotendeels in raciaal gescheiden buurten, gaan ’s zondags naar raciaal gescheiden kerken, sturen hun kinderen naar raciaal gescheiden scholen. Uit een recente studie bleek zelfs dat ze niet naar dezelfde tv-programma’s kijken, sport uitgezonderd. Die scheiding produceert een muur van onbegrip en wantrouwen. 'Ik denk niet dat ik ooit een blanke zal vertrouwen’, hoorde ik een student op een zwart radiostation zeggen na de Simpson-uitspraak. Op de blanke talk radio leek het wel alsof zwarten blank Amerika de oorlog hadden verklaard. 'Ik kan nooit meer een zwarte in de ogen kijken’, zei een dame die zich 'ex-progressief’ noemde met trillende stem.
Wellicht hoeft ze dat ook niet. Wellicht kan ze werken, winkelen en uitgaan in een lelieblanke wereld waarin niemand met een donkere huid zijn of haar dagelijkse zorgen met haar deelt. Zodat ze ook niet kan beseffen hoe de dagelijkse ervaringen van zwarten verschillen van de hare. Als ze dat wel zou kunnen, zou ze misschien begrijpen waarom de meerderheid der zwarten de politie en het gerecht zo vijandig bekijkt dat het hen blij maakt als die instituties tegen een zwarte man aan het kortste eind trekken. Zelfs al heet die man O. J. Simpson.
'Een derde van de zwarte mannen tussen 20 en 29 jaar is opgesloten in de gevangenis of voorwaardelijk vrij onder toezicht van een reclasseringsambtenaar’, meldden de kranten kort na de Simpson-uitspraak. Ook dat nieuws was voor uiteenlopende raciale interpretatie vatbaar. Veel blanken onthielden vooral dat 45 procent van de arrestanten voor zware misdaden zwart is, hoewel zwarten slechts twaalf procent van de bevolking uitmaken. Wat zwarten opviel was dat 74 procent van diegenen die achter tralies gaan voor drugsbezit, zwart is, terwijl 87 procent van de drugsgebruikers niet-zwart is.
Beide cijfers hangen samen met het feit dat er voor veel jongeren in zwarte buurten geen ander werkaanbod bestaat dan de drugshandel. En met het feit dat de politie er, in de woorden van Tony Bouza, de (blanke) ex-politiecommandant van de Bronx, 'optreedt als een bezettingsleger’. Zelfs de politiecommandant van Los Angeles erkent 'de paramilitaire mentaliteit’ in zijn korps. De gewelddadigheid en het racisme van de politie zijn in bijna alle grote Amerikaanse steden schrijnend. Het enige positieve aspect van het Simpson-proces is dat het dit probleem onder ieders aandacht heeft gebracht.
MAAR VOOR DE REST heeft het proces de raciale tegenstellingen alleen maar verhard. Op de blanke talk radio wordt gepleit voor een 'white riot’. Blanken moeten in opstand komen, zo wordt er gezegd, niet door gebouwen in brand te steken maar door hun politieke en economische macht te gebruiken tegen de zwarten. Republikeinen zouden het zo cru niet formuleren, maar het past natuurlijk mooi in hun offensief tegen wat er overblijft van de welvaartsstaat. Zij willen Simpson graag herinneren als een man die de afschaffing van de bijstand en van positieve actie heeft vergemakkelijkt.
Ook aan de zwarte kant kapitaliseert hard rechts. De slim geplande 'Mars van een miljoen mannen’ op Washington, waarvan het thema zo vaag mogelijk werd gehouden om iedereen die de nood voelt om iets uit te schreeuwen te lokken, werd georganiseerd met de doorzichtige bedoeling om de racistische, antisemitische, seksistische demagoog Louis Farrakhan te kronen tot een nieuw boegbeeld van de zwarte beweging. Dat kan de vijandigheid van blanke Amerikanen alleen aanwakkeren. En dat is dan weer goed voor Farrakhan, aangezien het 'bewijst’ dat die blanke duivels niet te vertrouwen zijn.
Enzovoort. Het is een gevaarlijke, vicieuze cirkel waar ze in ex-Joegoslavie alles over weten.
Natuurlijk, de Verenigde Staten staan niet op het punt om uiteen te vallen. De meeste Amerikanen worden niet verteerd door raciale haat. Als er vandaag presidentsverkiezingen gehouden zouden worden, zou een zwarte man winnen, namelijk generaal Colin Powell, die voor alles een geruststellende zwarte is - al zegt hij ook dat het wantrouwen van de zwarte gemeenschap tegenover het gerecht 'een zekere logica’ heeft. Dat zal je uit de mond van Gingrich of Dole niet gauw horen.
Maar dat neemt niet weg dat sommige van dezelfde krachten die Kroaten en Serviers, Hutu’s en Tutsi’s elkaar naar de keel doen vliegen, ook in de Verenigde Staten aan het werk zijn. 'Nu moeten blanke en zwarte Amerikanen die de kringloop van haat verwerpen, die begrijpen dat er zonder raciale integratie in het huidige Amerika, in de huidige wereld, geen beschaving mogelijk is, hun stemmen laten horen’, zegt de zwarte burgerrechten-activist Michael Meyers. Ze zijn er wel. Maar ze worden vaak overschreeuwd.