Het slechte geheugen van Australië

Medium rally
De Redex Australia Trial, ca 1954. Voor witte Australische rally-rijders is het land grenzeloos, de oorspronkelijke bewoners stuiten op verbodsborden © Redex

In zijn vorige roman Amnesia (2014) onderzocht Peter Carey een paar hiaten in het Australische geheugen. Een van die gaten betrof de zogenaamde Battle of Brisbane van 1942, een gewelddadige strijd tussen Amerikaanse soldaten en Australische burgers. Die botsing bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog diep in de doofpot zitten. Carey lichtte die op, introduceerde een computerhacker die gevangeniscellen wist te openen en herschreef zo een stukje van de geschiedenis van Australië. En die historie was vanaf het begin racistisch gekleurd.

Ook in Ver van huis kijkt Carey achterom. Deze keer speelt zijn Australische vertelling – Carey zelf woont al heel lang in New York – in de jaren vijftig. De twee personages die Carey afwisselend van een vertelperspectief voorziet heten Irene Bobs en Willie Bachhuber, buren in het gehucht Bacchus Marsh, bij Melbourne. Die steeds verspringende vertelinvalshoek werkt geweldig.

Beide hoofdrolspelers zijn klein van stuk, en dat heeft een reden. Irene is ogenschijnlijk gelukkig getrouwd met Titch, die aanvankelijk een succesvolle Ford-autohandelaar is maar later via de inspanningen van zijn vrouw wordt verleid het nationale merk Holden te gaan verkopen. Propaganda daarvoor gaat hij maken tijdens de zogenaamde Redex Trial, een sterrit voor auto’s door heel Australië. Zijn vader, vroeger vliegtuigavonturier, doet ook mee, met alle gevolgen van dien.

De literatuur is voor Carey een domein dat onderhevig is aan de terreur van de politieke en sociale geschiedenis

Willie Bachhuber is een wel zeer verrassend personage, met lichtblond haar. Zijn achternaam suggereert een Duitse achtergrond. Hij is door een domineesechtpaar opgevoed en woont alleen nadat hij uit zijn huwelijk is weggelopen na de geboorte van zijn zoon. Zijn zoon? Zodra hij zag dat het een zwart kindje was, nam hij de benen. Als het boek begint is hij net uit zijn baantje als onderwijzer gezet en is hij achter met de kinderalimentatie. Als boekenwurm mag hij meedoen met een radioquiz maar ook daar wordt hij op zeer gewiekste wijze uitgerangeerd door een vrouw die haar leven op een keiharde manier programmeert en hem seksueel domesticeert ten eigen bate. Maar wie is hij, die ook door een fors litteken is getekend? ‘Te weten wie ik eigenlijk was maakte me ziek.’

Carey liet zich voor zijn literaire verslag van de loodzware Redex Trial-rally 1954 dwars door Australië inspireren door YouTube-filmpjes. Hij verwerkte bijvoorbeeld de gewoonte van een van de deelnemers om bij pitstopplaatsen de buitenwc’s te laten exploderen. Hij gebruikte de rally om iets van de ruige Australische natuur te laten zien (onder andere Never Never) maar vooral om het historisch geheugen van de lezer op te frissen. De Holden van het uiteindelijk winnende echtpaar Bobs – die de rijregels aan hun laars lappen – krijgt onderweg een nieuwe inzittende genaamd dokter Accu. Op een cruciaal moment laat die, te midden van zijn volk, de lege accu van de Holden succesvol opwarmen boven een vuurtje. Achter de naam dokter Accu verschuilt zich een verbazingwekkend verhaal dat Carey langzaam en listig ontrafelt. Voor de witte Australiërs die rally’s rijden is het land grenzeloos maar voor de oorspronkelijke bewoners zijn her en der verbodsborden geplaatst, ‘hondenpenningen’’ ingevoerd en wurgwetten geschreven.

Hoe kan ik daar iets over zeggen zonder het verbijsterende plotje – dat alles met de historische amnesie van het racistische Australië te maken heeft – te onthullen. Ik kan bijvoorbeeld zeggen dat het Bobs-echtpaar en hun navigator onderweg een Aboriginal-kinderschedel vinden met een kogelgat erin. Dat is al suggestief genoeg. Laat ik het maar bij een citaat houden, dat Carey’s woede weerspiegelt, via het vertelperspectief van zijn fantastische creatie Willie Bachhuber, die stap voor stap dichter bij zijn eigen oorsprong komt: ‘Hun voorouders waren vermoord en hun land was onbereikbaar geworden. En uiteraard had ik gezien dat de cultuur van de Aboriginals uiteindelijk volledig berust op land, op reizen, of op trajecten die nu door hekken afgesneden waren. Ik begreep toen dat Quamby Downs [een Aboriginal-reservaat] een soort gevangenis was waar het vaak onmogelijk was om te voldoen aan de morele en religieuze verplichtingen om de liederen van hun land te zingen, hetgeen duidelijk leidde tot de vreselijke lethargie van de mensen. Het waren ballingen aan wie de zin van hun leven werd ontnomen.’ Het is de wit opgevoede Willie die een klasje ‘abo’s’ lesgeeft. Het dringt door tot hem – die dacht alles van de Australische geschiedenis te weten en daarom radioquizwinnaar werd – dat het Australische onderwijsministerie er alles aan doet om alle ‘bijgeloof’ uit te roeien. ‘Ze betaalden me twintig pond per week om het verleden uit te wissen, de zwarten te moderniseren en hen zo blank mogelijk te maken in de hoop dat de leerlingen zouden opgroeien tot veedrijvers, huissloven en poenka walla’s [reparateurs van ventilators].’

Het systematisch verzwijgen van een verleden en dat dan openbreken met een literaire koevoet; de plotselinge confrontatie met je eigen spiegelbeeld; het superieure gejongleer met tweeling- en dubbelgangermotieven; het creëren van een identiteitscrisis die alles te maken heeft met de duistere kanten van de Australische geschiedenis… Laat dat, en nog veel meer, maar over aan Peter Carey. De literatuur is voor hem geen geïsoleerd terrein maar een domein dat onderhevig is aan de terreur van de politieke en sociale geschiedenis, weggestopt of niet. Tegelijkertijd kan diezelfde literatuur dankzij pakkende vertellingen licht werpen op de duistere kanten van de historie.