Het slowaaks syndroom

De Slowaken gaan komend weekend naar de stembus. Ze hebben de keus uit tachtig partijen, maar ‘die zeggen allemaal hetzelfde, namelijk niets’. Alleen de gedoodverfde winnaar heeft veel tekst. Van twijfelachtig niveau helaas.

‘WANNEER WORDT het in godsnaam beter?’ 'Hoezo? Beter is het toch al geweest?’
Het is een grapje dat de ronde doet in Slowakije, waar het komende weekeinde parlementsverkiezingen worden gehouden. Het zijn de eerste verkiezingen sinds het land 21 maanden geleden onafhankelijk werd na de 'fluwelen scheiding’ van de Tsjechische Republiek.
Het zijn vervroegde verkiezingen, omdat de minderheidsregering van Vladimir Meciar in maart van dit jaar ten val kwam. Oorzaak waren heibel, muiterij en scheuring binnen Meciars Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS). Het politiek toneel was zeer chaotisch. En dat zal zo blijven.
Bij het ministerie van Binnenlandse Zaken in Bratislava staan ongeveer tachtig politieke partijen ingeschreven. Door het sluiten van lijstverbindingen en andersoortige akkoorden doen er achttien groeperingen mee aan de verkiezingen. Daarvan zullen er vijf tot hoogstens zeven de meer dan vijf procent van de stemmen halen die nodig zijn om in het parlement van honderdvijftig afgevaardigden te komen: de HZDS van Meciar, de reformistische ex-communisten van de Partij van Democratisch Links (SDL), de christendemocraten (KDH), de gedeserteerde Meciar-volgelingen verenigd in de Democratische Unie (DU) en de coalitie van drie Hongaarse partijen, die de 600 duizend zielen tellende Hongaarse minderheid (elf procent van de Slowaakse bevolking) vertegenwoordigen. De rabiaat nationalistische Slowaaks Nationale Partij (SNS) en de horizontale communisten van het Verbond van Slowaakse Arbeiders schommelen in de opiniepeilingen al wekenlang om de fatale vijf procent.
Toen ik in een van de vele wijnlokalen van Bratislava genoot van het beste produkt dat Slowakije al eeuwenlang voortbrengt, de wijn uit de Kleine Karpaten, het heuvelland ten noorden van de hoofdstad, zei een plaatselijke broeder in de drank: 'Het zal er niet beter op worden. Er zijn zoveel partijen die allemaal hetzelfde zeggen, namelijk niets.’ Hij was lid van de maatschappelijke kaste die - op de zigeuners na, maar die zijn overal in Midden- en Oost-Europa de dupe - het zwaarst getroffen wordt door de postcommunistische veranderingen en het bestuurlijke onvermogen in Slowakije: academicus met de status van werkloze.
'Bij de eerste verkiezingen in 1990 ging het om het communisme, bij de tweede verkiezingen in 1992 om het voortbestaan van de Tsjechoslowaakse federatie, nu gaat het om de democratie’, merkte een tafelgenoot op. 'Nee, het gaat om Meciar’, zei de pas afgestudeerde werkloze mijnbouwingenieur.
OMDAT HIJ IN zijn studententijd een blauwe maandag heeft gebokst, wordt Vladimir Meciar steevast aangeduid als 'de ex-bokser’. Het zal door zijn uiterlijk komen - groot, bonkig, breedgeschouderd en een vervaarlijk hoofd - maar waarschijnlijk nog meer door zijn vechtersmentaliteit, die hij paart aan een tomeloze energie.
'Met die man is het moeilijk samenwerken’, zei Stefan Hrib. Hrib was eens, toen Meciar voor het eerst premier was, diens woordvoerder. Nu is hij als politiek commentator een geheide tegenstander. 'Als premier werkte hij van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht. Hij las alle dossiers die op zijn bureau kwamen en als het even kon ook de dossiers van alle andere ministers. Hij wilde alles zelf doen, vertrouwde iemand anders nauwelijks iets toe.’
'Hij kan snel, heel heel snel denken’, zei Katerina Tothova, onder Meciars premierschap minister van Justitie. 'En hij heeft een ijzeren geheugen. Hij onthoudt alles wat tegen hem wordt gezegd en wat hijzelf zegt. Hij vergeet niets en nooit.’
Niemand twijfelt eraan: Meciar zal als overwinnaar te voorschijn komen uit de verkiezingen. Opiniepeilingen schrijven hem al wekenlang minstens een kwart van de stemmen toe, hetgeen niet voldoende zal zijn om zonder andere partijen een regering te vormen. Zelf rekent hij op minstens een derde. 'We zijn ouder, rijper en ervarener geworden’, zei hij aan het begin van zijn verkiezingscampagne in een onderonsje met de door hem gewantrouwde buitenlandse pers. 'Men kan niet om ons heen. Als we een derde of nog meer van de stemmen halen, kan niemand ons ervan weerhouden een regering te vormen. Ook de president niet.’
MECIAR HEEFT MET de president van Slowakije, Michal Kovac, nog een appeltje te schillen. En dat laat Meciar weten ook. Speelde hij tijdens de verkiezingen van twee jaar geleden de nationalistische en xenofobische kaart - de Tsjechen en de Hongaarse minderheid kregen overal de schuld van -, nu is het Michal Kovac die door hem als oorzaak wordt aangewezen van alle politieke en economische problemen waarmee Slowakije zit opgescheept. Omdat deze medeoprichter van de HZDS (na zijn verkiezing tot president zegde hij zijn lidmaatschap op omdat hij boven de partijen wilde staan) in maart voor Brutus speelde, fungeert hij nu als Meciars electorale boksbal zonder daar veel tegen te kunnen doen, gezien zijn grondwettelijke positie.
Wat gebeurde er in maart? De president had het aan de stok gekregen met de premier naar aanleiding van een ministersbenoeming. In het parlement veegde hij de vloer aan met zijn ex-partijgenoot. Hij hekelde 'de ethiek en stijl van de heer Meciar, diens onvermogen tot communicatie en samenwerking, diens regeermethoden en praktijken die een sfeer van confrontatie in het politieke leven hebben gebracht. De heer Meciar wil geen adviseur, mededenkers en critici, de heer Meciar wil alleen maar uitvoerders van zijn plannen’, aldus de president.
Menigeen kon zich wel vinden in de presidentiele schets van de autoritaire, machtsbeluste premier. In de voorafgaande maanden had hij ministers die hem niet zinden gekoeioneerd en ontslagen en zijns inziens dwarse leden uit de partij gegooid. 22 van de 74 parlementszetels die zijn HZDS dank zij een verkiezingsscore van 37 procent in 1992 innam, zag hij overgaan naar de oppositie.
Het onwaarschijnlijke gebeurde: de oppositiepartijen, die elkaar tot dan toe het licht in de ogen niet gunden, gaven gehoor aan de oproep van de president: de ex-communistische SDL, de conservatieve KDH en de zich als liberaal afficherende DU sloegen de handen ineen en brachten Vladimir Meciar ten val. Voor de tweede keer in diens kort politieke carriere.
DE EERSTE KEER was in 1991, toen hij als eerste minister een bom legde onder het platform der dissidenten, de Burgers voor Openbaarheid, dat het parlement beheerste en waarvan hij zelf lid was. Hij werd tot aftreden gedwongen en stichtte zijn eigen partij, de HZDS. Daarin verzamelde hij, die na het neerslaan van de hervormingsbeweging van 1968 uit de communistische partij was gegooid en zich vervolgens van kolenstoker had opgewerkt tot bedrijfsjurist, mensen van diverse pluimage: (ex-) communisten, dissidenten, nationalisten, liberalen en politieke pluimstrijkers.
Zonder een heldere politieke visie of een duidelijk economisch plan maar met veel populistisch en verbaal geweld maakte hij van zijn partij veruit de grootste. Hij keerde in 1992 terug als premier en waande zich de ongekroonde koning van de mede door hem onafhankelijk gemaakte republiek Slowakije. Hij gedroeg zich als absoluut vorst. De kanalen van de macht - de nationale en regionale bureaucratieen, de media, de grote bedrijven - stopte hij vol met hem welgezinde mensen. Beschuldigingen - hij zou voor de communistische geheime dienst hebben gewerkt, hij zou de Amerikaanse ambassade hebben laten afluisteren, hij zou politiek kapitaal hebben geslagen uit het verramsjen van staatseigendommen, hij zou zijn vrouw bedriegen met zijn secretaresse, hij zou zijn vrienden en medewerkers laten bespioneren - beantwoordde hij niet met weerleggingen maar met tegenbeschuldigingen. Kritiek op zijn beleid schreef hij toe aan 'buitenlandse media’ en hun 'lakeien’ in Slowakije.
'Ik kan me geen land voor de geest halen waarover zoveel ondermijnende artikelen zijn geschreven als over mijn land’, zei hij aan het begin van zijn verkiezingscampagne op een persconferentie met buitenlandse journalisten, waarvan hem onwelgezinde verslaggevers waren uitgesloten. 'En ik ken niemand over wie zoveel onwaarheid is geschreven als over mijn persoon.’
DE REGERENDE coalitiepartijen, die elkaar vonden in hun afkeer jegens Meciar, hebben het laatste half jaar voor relatieve rust gezorgd. De door Meciar als minister van Buitenlandse Zaken verjaagde premier Jozef Moravcik is er met weinig spektakel in geslaagd de SDL en KDS, die elkaar in wezen uitsluiten, aan elkaar te binden. Met verstandige diplomatie hebben Moravcik en minister van Buitenlandse Zaken Kukan het 'Hongaars syndroom’, waaraan vele Slowaken lijden, draaglijk weten te maken. Dit door een acceptabel minderhedenbeleid in de steigers te zetten en door de betrekkingen met de pasgekozen regering in Boedapest te ontdoen van nationalistisch gehakketak. De stagnerende economie is enigszins op gang gebracht door de privatisering van de staatsondernemingen weer op de rails te zetten. De inflatie is teruggebracht van vijfentwintig procent naar dertien procent. Tot slot heeft de regering-Moravcik de zegen gekregen van het Internationaal Monetair Fonds in de vorm van een stand by-lening - iets wat het IMF de regering-Meciar had onthouden. IMF-directeur Willie Kelkens noemde het financiele en economische programma van de Slowaakse regering 'dapper’.
'Maar dat zal de regeringspartijen niet zo heel veel helpen’, zei Andrej Hrico. Hij is in het Oostslowaakse Kosice hoofdredacteur van Domino Effekt. De krant spreekt vanwege haar doortimmerde, kritische artikelen vooral jongeren en intellectuelen aan, maar dat voorkomt niet dat ze immer in financiele problemen verkeert: ze wordt, nauwelijks verholen, gedwarsboomd door machthebbers als Meciar.
Hrico: 'Duizend jaar onderdrukking door de Hongaren zit bij de mensen dieper dan vriendelijke woorden van het IMF kunnen gaan. Het zijn de communisten geweest die de Slowaken hun eigenwaarde hebben gegeven, die ze hebben bevrijd uit hun lemen hutten en voor hen moderne huizen, hoe lelijk ook, hebben gebouwd. Het zijn de communisten geweest, die de Slowaken in staat hebben gesteld om hun kinderen naar Slowaakse scholen te sturen en om trots te zijn Slowaak te zijn.’
HET NEERSLAAN VAN de Praagse Lente van 1968 heeft in Slowakije nooit zo traumatisch gewerkt als in de Tsjechische landen. De 'normalisering’, zoals het tijdperk na 1968 in Tsjechoslowakije werd genoemd, bracht Slowakije een versnelde economische ontwikkeling in de vorm van een geforceerde industrialisatie, alsook meer politiek gewicht door de formele doorvoering van een federalistisch staatsverband. Het verzet van dissidenten was in Slowakije dan ook gering in vergelijking met dat in de Tsjechische gebieden.
Hrico: 'En de postcommunistische veranderingen hebben geen verbeteringen in het dagelijks bestaan van het gros van de Slowaken gebracht. Integendeel. Tienduizenden kwamen op straat te staan. Dat werkt traumatisch bij mensen die hebben geleerd dat werken de essentie van het leven is, die gewoon waren hun hele leven bij een zelfde baas - de staat - te werken. De kosten van levensonderhoud zijn snel gestegen en blijven maar stijgen, waardoor de mensen verarmen, wat hun trots aantast. Ze hebben het gevoel dat de betere tijden achter hen liggen.’
Dat zou verklaren waarom Vladimir Meciar ondanks zijn omstreden politieke praktijken hoog scoort, vooral bij het wat oudere kiezersvolk. Hij straalt Slowaaks gevoel voor eigenwaarde uit; het historisch minderwaardigheidsgevoel van de Slowaken compenseert hij met zelfverzekerd en agressief optreden jegens binnen- en buitenlandse kritikasters. Zijn arrogant, autoritair gedrag wekt herinneringen aan de 'betere tijden van weleer’, toen de autoritaire staat - ondanks corruptie, manipulaities en andere duistere praktijken waarvan ook Meciar door zijn tegenstanders wordt beschuldigd - garant stond voor een materieel veilig bestaan.