Het snelle geld

Er is iets met groepjes mannen die in the middle of nowhere gaten boren en graven in de grond. Goudeerlijke bouwvakkers doen het dagelijks, maar om de een of andere reden denk je eerder aan terroristische complotten en ander onheil.

Medium lewis

De nieuwe James Bond zou ermee kunnen beginnen, of een aflevering van Homeland. Zo ook het nieuwste boek van financieel journalist en bestsellerauteur Michael Lewis: Flash Boys.

Het is de zomer van 2009 als tweeduizend arbeiders in het grootste geheim een nieuwe glasvezelverbinding aanleggen tussen Chicago en New York. De kabel moet kaarsrecht zijn, dwars door bergen en rotsen heen. Waarom, dat weet alleen de opdrachtgever, een beurshandelaar. Die zal achteraf trots spreken van ‘het grootste _what the fuck-_moment dat de sector in lange tijd heeft gehad’. En dat is? Een tijdwinst van een paar milliseconden. Genoeg om een groep uitverkoren bedrijven nét dat beetje extra snelheid te geven dat nodig is om de rest van de financiële markten af te troeven.

Flash Boys gaat over het snelle geld. Het héél snelle geld, want Lewis duikt in de wereld van de high-frequency trading (hft), ook wel bekend onder de term ‘flitshandel’. Lewis herleidt deze ontwikkeling tot 19 oktober 1987, beter bekend als ‘zwarte maandag’. Tijdens die kortstondige aandelencrash weigerden sommige handelaren hun telefoons op te nemen. Klanten konden daardoor geen orders doorgeven. Om zulke taferelen in de toekomst te vermijden, zetten toezichthouders een proces in gang waarbij langzaam maar zeker de beursmensen vervangen zouden worden door computers. Datgene waar wij aan denken bij de naam Wall Street speelt zich nu voor een belangrijk deel af in zwaar bewaakte datacomplexen in New Jersey. De Gordon Gekko’s zijn veelal verdrongen door ‘roving bands of geeks’: geniale programmeurs die opmerkelijk vaak uit Rusland komen. Overigens is ook Amsterdam een centrum van de flitshandel, met bedrijven als Optiver, imc en Flow Traders binnen de stadsgrenzen.

De verschijning van het boek, waarvan de Nederlandse vertaling voor september gepland staat, ging gepaard met wat Lewis zelf een ‘shitstorm’ noemde. Toezichthouders, justitie en fbi lieten stuk voor stuk weten dat ze boven op de flitshandelaren en hun mogelijke wanpraktijken zitten. De verkoop loopt als een trein. Flash Boys staat dan ook bol van het soort feiten waarvan je nauwelijks kunt geloven dat ze waar zijn.

Medium nyc116068
‘De gehele geschiedenis van Wall Street was het verhaal van schandalen’

Net als in zijn bestseller The Big Short (2010), over een select gezelschap beurshandelaren dat de subprime crisis voorzag, giet Lewis zijn verhaal in het voor de hand liggende frame van de queeste. Ook deze keer staat een kleine groep markante personages centraal. Langzaam maar zeker ontrafelen zij de gruwelijke waarheid: hoe de flitshandelaren met hun doortrapte strategieën de eerlijke investeerders bestelen.

Die aanpak staat garant voor verrukkelijke non-fictie. Als lezer krijg je soms het idee dat je een thriller van John le Carré leest, in plaats van een boek over algoritmen, dark pools en rebate arbitrage. Maar het doet de werkelijkheid onvermijdelijk geweld aan. Neem de voornaamste protagonist: Brad Katsuyama, een goed betaalde, talentvolle beurshandelaar bij de Royal Bank of Canada. Hij ziet van alles fout gaan op de financiële markten, maar Lewis laat hem pas na lange omzwervingen ontdekken dat daar de hft-firma’s achter steken. Dat is volstrekt ongeloofwaardig. Wie zich ook maar een beetje met de financiële wereld bezighoudt, wist al veel eerder van het fenomeen flitshandel. Met de ‘flashcrash’ van 6 mei 2010 maakte ook het grotere publiek kennis met hft. Door een computerfout stortten de Amerikaanse beurzen van het ene op het andere moment in, om vervolgens even snel weer op te krabbelen.

Ook de veel te voor de hand liggende moraal die Lewis door zijn verhaal weeft, wekt argwaan. ‘Ik denk dat er maar een paar mensen op de wereld zijn die hier iets aan kunnen veranderen’, zegt Brad Katsuyama op een avond tegen zijn vrouw. ‘Als ik nu niet iets doe, wie dan wel?’ Met zijn gideonsbende creëert hij vervolgens een heel nieuwe beurs die de hft-firma’s níet bevoordeelt. De les van Lewis: een eerlijker kapitalisme is mogelijk. En dat terwijl hij op de voorgaande pagina’s op overtuigende wijze heeft laten zien hoe mensen met geld en macht telkens weer een nieuwe loophole vinden in de regelgeving, waardoor ze de markt naar hun hand kunnen zetten. ‘De gehele geschiedenis van Wall Street was het verhaal van schandalen’, schrijft Lewis. En dan zou het deze keer ineens anders gaan?

Zulke bezwaren doen weinig af aan het belang van dit boek. Lewis kan als geen ander laten zien hoe de financiële markten van gezicht zijn veranderd. En passant toont hij ook hoe tijd en ruimte terug van weggeweest zijn als beslissende factoren. Neem het voorbeeld van het hedge fund dat zich vestigde in Kansas City. De wereld was toch een dorp geworden, door de globalisering? Niet. Pas toen het bedrijf zijn computers weer vlak bij de beurzen in New Jersey plantte, werd het niet langer voortdurend afgetroefd door de flitshandelaren. Snelheid is macht, zoals de filosoof Paul Virilio heeft laten zien. Het slot van het boek hoeft dan ook niet te verbazen. Tussen Chicago en New Jersey blijken 38 torens verrezen te zijn. Zij zorgen voor een straalverbinding waarmee financiële data nóg sneller kunnen worden verzonden. De kaarsrechte glasvezelkabel is op slag waardeloos. Weg miljoeneninvestering, voor niets was de hele onderneming – en waartoe? Het is zoals een van Lewis’ helden verzucht: ‘Nooit eerder in de geschiedenis hebben mensen zo veel moeite gedaan en zo veel geld uitgegeven om zo weinig snelheid te winnen.’


_ Michael Lewis - Flash Boys. Norton, 274 blz., € 15,95_

Beeld: Handelaar op Wall Street (Christopher Anderson/Magnum).