Hoofdcommentaar: Oorlog

Het speelkwartier is voorbij

In Nederland heeft afgelopen week een krankzinnige omwenteling plaatsgevonden. Het gaullisme heeft een greep naar de macht gedaan. De regering van demissionair premier Jan Peter Balkenende steunt de oorlog tegen Irak wel politiek, maar niet militair.

Het oogt als een aftreksel van de manoeuvre die generaal Charles de Gaulle in 1966 voor Frankrijk in petto had. De president trok zijn land toen terug uit het militaire commando van de Navo zonder het politieke bondgenootschap te verlaten. Gaullisme is bij uitstek een republikeins gemoed, een politieke stroming die het belang van de machtige republiek laat prevaleren. Dat een geprangde monarchie dit voorbeeld volgt, is op zichzelf al raar.

Opmerkelijker is het motief voor de slappe thee die het kabinet-Balkenende serveert. Het CDA wil de kabinetsformatie met de PvdA niet belasten en tegelijkertijd zijn loyaliteit jegens de Verenigde Staten niet verloochenen. We zijn «niet neutraal», aldus Balkenende, maar wel «in het volle besef dat velen het moeilijk hebben en de regering die gevoelens deelt».

Wat vindt Balkenende nu echt? Is hij van mening dat de preventieve oorlog ook zonder mandaat van een meerderheid in de Veiligheidsraad is gerechtvaardigd? Zo ja, waarom weigert hij, anders dan Australië, zelfs een symbolische bijdrage in bijvoorbeeld het Caribische gebied waar de Nederlandse marine toch al aanwezig is?

Voorlopig is slechts één conclusie denkbaar. Nederland is bang voor vlees én vis. Minister Jaap de Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken heeft dat maandag in een welhaast ontroerend interview met de Volkskrant onthuld. Hij heeft maar één missie: «Uitleggen, uitleggen en nog eens uitleggen.» Hij denkt niet zozeer na over de oorlog nu, als wel over de vrede straks. «Als ik het woord bruggenbouwer gebruik, zeg ik erbij: in alle bescheidenheid. (…) Maar het gebeurt wel dat een Europese collega vraagt: ‹Jaap, wil je even die of die bellen, want ik kom er niet door.› Dan doe ik dat, een boodschap overbrengen.»

Het adagium in Den Haag is kennelijk: Holland — Gateway to the world. Dat is een illusie. Wanneer het «uur van de waarheid» heeft geslagen en de ultimatums zijn gesteld — als een hedendaagse variant op het Emser Depêche van kanselier Bismarck in 1870 — is er geen weg meer terug. Met zijn vrijblijvende steun aan de oorlogs inspanningen van de VS en Groot-Brittannië speelt Balkenende op tijd. Hij denkt dat het tempo waarin de kabinetsformatie met PvdA-leider Bos zich ontrolt — welterusten Wouter, morgen is er weer een dag — door de rest van de wereld wordt begrepen. Vergeet het maar. Ministers en onderhandelaars kunnen maar één ding doen: bidden dat de overwinning in Irak zich snel aandient en de dominostenen in de rest van de islamitische wereld de goede kant opvallen. Alleen dan kan de internationale rechtsorde, als belichaamd door de VN, zijn plaats met geld en goede woorden weer opeisen en zou Nederland zijn oude stem kunnen laten horen. Tot die tijd zit dit land in de mangel: tussen alles en iedereen en ook nog eens zonder kabinet dat mag regeren.

Want al die bescheiden bruggenbouwers à la De Hoop Scheffer hebben tot nu toe geen oever aan de overkant bereikt. Ze gokten op de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, op Colin Powell die afgelopen maanden aan de winnende hand leek. Ze zagen vice-president Dick Cheney over het hoofd. Cheney meed de openbaarheid maar was vanuit zijn bunker veel dominanter dan Powell, blijkt nu George W. Bush het marsbevel heeft gegeven. Meer nog dan Bush laat Cheney zich inspireren door neoconservatieven die menen dat wat goed is voor Amerika overigens ook het enige recept is voor de omringende, zieke, wereld.

Nederland verkeert in een huiveringwekkend dilemma. Er dient zich een keuze aan tussen het primaat van het internationaal recht en de realiteit van de macht: een keuze dus tussen de VN en de VS. Dralen is geen optie: dat zou de positie van Nederland nog meer schade toebrengen dan al is gebeurd. De aanhoudende tegenstand tegen de Amerikaanse oorlogskoers van Frankrijk, Duitsland en Rusland, en het weerstaan van Amerikaanse druk door de zes niet-permanente kleinere leden van de Veiligheidsraad (een historische daad), maken duidelijk dat de allianties ingrijpend aan het schuiven zijn. Voor het zoeken van nog meer compromissen is het echt te laat. Het draait niet meer om een moeizame formatie aan het Binnenhof, maar om het grotere Nederlandse belang dat onlosmakelijk is verbonden met de internationale rechtsorde. Niet de toekomst van vier jaar Haagse politiek is aan de orde, maar de vraag hoe Nederland dit nieuwe tijdperk binnengaat: horizontaal of verticaal. Het speelkwartier is voorbij.

Het is «geen kwestie van autoriteit, maar een kwestie van wil», zei president Bush in zijn toespraak maandag. President Bush wil Irak bevrijden, maar houdt Israël — dat óók een volk knecht en daarmee het Midden-Oosten belast — de hand boven het hoofd. President Bush wil de wereld veiliger maken, maar ontketent op basis van vermoedens over de aanwezigheid van massavernietigingswapens een oorlog die enorme risico’s met zich meebrengt. President Bush wil «welvaart en democratie» verspreiden, maar keert de beloofde financiële steun aan Afghanistan niet uit en negeert de deplorabele staat van de door hem afgedwongen democratie aldaar.

Met het ontketenen van een oorlog in Irak hebben de VS zich buiten de internationale rechtsorde geplaatst. Nederland is niet alleen afhankelijk van die orde, het land is ook gastheer van zowel het Internationaal Gerechtshof als het Internationaal Strafhof. Het is schadelijk dat zo’n land een oorlog steunt die naar volkenrechtelijke maatstaven illegaal is.