Sheridan Hay

Het spek van anderen

Sheridan Hay
Het geheim van verloren zaken
De Bezige Bij, 382 blz., € 19,90

Het geheim van verloren zaken kan het best gelezen worden als een eerbetoon aan de verdwijnende particuliere boekhandels. De Arcade, de fictieve boekhandel in New York die nog het meest wegheeft van een labyrint uit een van Jorge Luis Borges’ verhalen, heeft de belangrijkste en tevens meest geslaagde rol in het verhaal. De van oorsprong Australische Sheridan Hay, zelf ooit werkzaam in de beroemde New Yorkse boekhandel The Strand, vindt er een baan voor de jonge Rosemary Savage, dochter van een hoedenmaakster die haar al vroeg verzekerde: ‘Je toekomst ligt onder je hoed.’ Na het overlijden van haar moeder vertrekt Rosemary op goed geluk vanuit Tasmanië naar New York, waar ze van plan is aan een nieuw hoofdstuk in haar ‘levensboek’ te beginnen. Het doosje met de as sleurt ze wanhopig met zich mee.

De werknemers van De Arcade zijn op z’n minst net zo wereldvreemd als Rosemary. Hun gekunstelde namen verraden bovendien voor de luie lezer hun functie in het verhaal: Pearl, de operazingende transseksueel, blijkt een ware schat. De albino Walter Geist is zo spookachtig als zijn naam doet vermoeden en zelfs Rosemary blijkt haar achternaam door haar rode vlammende haar en haar consumerende verliefdheid op een collega eer aan te doen: Savage.

Grote opschudding ontstaat als er een verloren manuscript van Helman Melville wordt gevonden. Rosemary bevindt zich met haar naïeve karakter al snel in het middelpunt van duistere plannen om het manuscript anoniem door te verkopen. Morele dilemma’s zijn het gevolg. Gelukkig is er de wijze raad van Shakespeare die opduikt in een dialoog, en ook Melville zelf reikt in het verloren manuscript, dat handelt over wroeging, Rosemary lessen aan.

Hay noemt haar roman een _coming of age-_verhaal, maar het personage Rosemary stoelt voornamelijk op clichés. Haar hysterie ten aanzien van Geist en haar dramatische toon als het haar overleden moeder betreft (‘Ik droomde zo vaak dat ze nog leefde dat ik erdoor wakker werd met zo’n sterk verlangen dat het een herinnering sprekend maakt’) doen de psychologische geloofwaardigheid van het geheel weinig goed.

Met het Melville-element dat enkel lijkt te dienen voor de intellectuele show, een plot die uitdooft als een kaars en slechts soms een dramatische zin met potentie lijkt Hay verdwaald te zijn geraakt in haar schrijverslabyrint. In het nawoord onderschrijft ze de uitspraak: ‘Ze spekken hun dunne boeken met het vet van werk van anderen.’ Hay heeft dit letterlijk genomen. Er zit maar weinig origineel vlees aan dit boek.