Het spel is op de wagen

Het politieke spel rond Afghanistan wordt steeds ingewikkelder. Een cursus tekstexegese kan helpen om achter de teksten te kunnen kijken.

WIE DACHT ONTHOUDEN te hebben dat na één verlenging van de Nederlandse militaire missie in Uruzgan het eind 2010 echt afgelopen zou zijn met de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan heeft niet op de kleine lettertjes gelet en komt mogelijk bedrogen uit.
Het begon vorige week allemaal weer met een uitlating van CDA-minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken. Die vroeg zich in New York hardop af of ‘we alles op anderen kunnen afschuiven’. Dat woordje alles sloeg op het sturen van militairen naar Afghanistan. Daarmee was het spel op de wagen. Coalitiegenoot PVDA was geërgerd, de VVD herinnerde eraan dat voor de liberalen een verlenging van twee jaar twee jaar is en niet langer, en GroenLinks vroeg onmiddellijk CDA-premier Jan Peter Balkenende naar de Tweede Kamer. We hebben het allemaal eerder gezien, begin dit jaar, na uitlatingen van minister van Defensie Eimert van Middelkoop, van de ChristenUnie.
Om het politieke spel rondom Afghanistan te kunnen volgen, is het inmiddels raadzaam een cursus tekstexegese te hebben gevolgd, omdat het belangrijk is achter de teksten te kunnen kijken. De woorden zijn niet wat ze lijken te zijn, zelfs niet als het gaat over zoiets ingrijpends als het zenden van eigen mannen en vrouwen naar een oorlogsgebied.
Feitelijk begint het daar al. Afghanistan is formeel geen oorlogsgebied: de Nederlandse strijdkracht is in Uruzgan bezig met een opbouwmissie, die weliswaar tot nu toe aan 21 Nederlanders het leven heeft gekost. Verder betekent de zinsnede dat de Nederlandse missie eind 2010 afloopt, dat deze missie afloopt, maar dat dit niks zegt over een nieuwe.
Als vice-premier en PVDA-leider Wouter Bos, eveneens vanuit New York, als reactie op de uitlatingen van collega Verhagen keihard zegt dat ‘er geen ruimte is om militairen achter te laten in Uruzgan’ is het raadzaam te bedenken dat dit ruimte laat voor de aanwezigheid van militairen elders in Afghanistan. En wie zich nog herinnert dat minister Van Middelkoop in het recente verleden benadrukte dat de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan sinds 2006 een zware tol heeft gevraagd van mens en materieel bij defensie moet in het achterhoofd hebben zitten dat dit onderdeel is van de tactiek om meer geld te kunnen vragen of – sinds de recessie – bespaard te blijven van bezuinigingen.
Tijdens het debat, december 2007, over de eerste verlenging van de missie in Uruzgan tot 2010 noemde PVDA-Kamerlid Martijn van Dam de afspraak glashelder. Daar refereert hij nu ook aan in zijn verzet tegen een mogelijk nieuwe missie na 2010, ook als die missie wat het aantal manschappen betreft kleiner uit zou vallen dan de huidige. Maar zo glashelder als Van Dam beweert, was die afspraak niet. Hij heeft toen óf niet goed opgelet óf dat woordje ‘glashelder’ nodig gehad om de verlenging aan zijn achterban te kunnen verkopen.
Want in antwoord op schriftelijke vragen schreef het kabinet destijds: ‘De regering kan en wil op dit moment geen uitspraak doen over de vraag of, en zo ja hoe, Nederland vorm zal geven aan zijn betrokkenheid aan Afghanistan na deze periode.’ Tijdens het debat over de verlenging voegde minister Verhagen daar nog aan toe: ‘Ik zeg hier niet dat Nederland na augustus 2010 niet bereid is om deel te nemen aan Navo-missies.’ Twee keer ‘niet’ in een zin is weliswaar lastig, maar Verhagen zei daar dat hij na augustus 2010 dus wél bereid is deel te nemen aan Navo-missies.
Toeval of niet, maar een dag nadat Verhagen vorige week de discussie over Afghanistan weer oprakelde, verscheen er een door de Afghaanse organisatie TLO opgesteld rapport over de effecten van de Nederlandse missie in Uruzgan. Wat bleek, veel lovende woorden over de Dutch approach. Dus klonk in Den Haag onmiddellijk het argument dat Nederland dat wat er is bereikt in de Afghaanse provincie nu niet zomaar uit zijn handen kan laten vallen.
Wat zei toenmalig SP-fractieleider Jan Marijnissen tijdens het debat over de eerste verlenging ook alweer op het argument dat wij de Afghanen in 2008 niet in de steek konden laten? ‘Volgens mij is dan de vraag terecht wat wij in 2010 zullen doen. Laten wij de Afghanen dan wel in de steek?’ Marijnissen voorzag toen dat nu dezelfde discussie gevoerd gaat worden over kapitaalvernietiging en mensen die voor niets gesneuveld zouden zijn. ‘Dit zijn levensgevaarlijke redeneertranten die in de geschiedenis vaker zijn gebruikt’, waarschuwde Marijnissen een kleine twee jaar geleden.
Tijdens het spoeddebat deze week zal minister-president Balkenende benadrukken dat er geen enkel voornemen is voor een nieuwe missie in Afghanistan en dat er ook geen verzoek ligt van de Navo. Dat is inderdaad officieel zo, maar in de praktijk werkt het anders. De Navo is al druk aan het polsen. Te meer daar er een rapport ligt van de Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, Stanley McChrystal, waarin om troepenversterking én een nieuwe strategie wordt gevraagd, een strategie die meer lijkt op de Nederlandse aanpak. Daarom ook die uitlating van Verhagen. Daarom ook de ergernis bij coalitiegenoot PVDA, omdat opmerkingen als die van Verhagen verwachtingen wekken bij het bondgenootschap en andere partners achterover doen leunen.
Vervolgens blijkt het politieke spel dan nog een slag ingewikkelder. PVDA-minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders zei vorige week een nieuwe missie in Afghanistan na 2010 niet uit te sluiten. Vergeleken bij de opmerkingen van zijn partijgenoten waren dit andere woorden. Daar heeft Koenders ook een reden voor. Die kwam toen hij er nog wat aan toevoegde: dat het dan ook kan gaan om een missie in Afrika. Daar heeft hij zijn zinnen op gezet. In onderhandelingen met het CDA kun je Afghanistan dan niet direct ‘afschieten’.