Film

Het spel van de spion

Film: Munich van Steven Spielberg

In Munich komen in twee verschillende scènes affiches op de achtergrond voorbij van films van Jean-Paul Belmondo. De tweede kon ik niet plaatsen, maar de eerste is die voor Philippe de Broca’s Le Magnifique uit 1973, waarin Belmondo de rol speelt van een schrijver van pulpromans die zich zo verliest in zijn verhalen dat de kijker deze te zien krijgt alsof zij echt zijn. In deze droombeelden is Belmondo geen saaie schrijver, maar de charmante spion Bob St. Clare die allerlei gevaarlijke missies moet volbrengen. De film is een satirische blik op het fenomeen van de populaire held. Ook staat het thema centraal van het spioneren als een onnatuurlijke daad en als een spel. Welnu, de vraag rijst: geeft Spielberg met deze referentie aan De Broca en Belmondo een aanwijzing van hoe wij naar Munich moeten kijken? Is zijn film met andere woorden meer een populaire thriller dan een politiek statement?

Aanvankelijk heeft men in Amerika voor dat laatste gekozen. Newsweek en Time kregen Munich al vroeg te zien en publiceerden er lange stukken over met als focus de politieke en ideo logische in houd van de film. Het verhaal draait om Avner (Eric Bana), een Mossad-agent die na de massamoord op elf Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München opdracht krijgt de verantwoordelijke Palestijnse terroristen te liquideren. Voordat Avner in actie komt, is er een scène waarin de toenmalige Israëlische premier Golda Meir tijdens vergaderingen met haar ministers worstelt met de vraag of het gerechtvaardigd is geweld te beantwoorden met geweld. Dit thema blijft onderhuids aan wezig in de vertelling, wat de reden is voor analyses als die van Time en Newsweek waarin de eeuwenoude strijd tussen Israël en de Arabische wereld aan de orde komt.

Maar dit thema is niet echt de essentie van Munich. Dat die indruk wordt gewekt komt door Spielbergs verwijzing naar de oude Belmondo-films, specifiek naar Le Magnifique, waarin Bob St. Clare het opneemt tegen gemaskerde aanvallers die zich kleden als Palestijnse terroristen.

De lezing van Munich als een actie thriller krijgt vooral ook legitimiteit door de wijze waarop Avner zich wentelt in de verrukkingen van het spel van de spion, dat wil zeggen van het afluisteren, het achtervolgen, het planten van bommen, het vermommen en het avontuurlijke leven in exotische, Europese steden. Neem Avners team van geheime agenten. Een soort Mission Impossible-sfeer ontstaat waarbij de helden elkaars vrienden worden: zij eten samen, lachen samen en delen intieme details over hun leven met elkaar. Iedereen heeft een specialiteit: Daniel Craig, die nota bene de nieuwe James Bond is, speelt een Zuid-Afrikaan die goed kan autorijden, Hanns Zhisler is een meedogenloze moordenaar, Ciarán Hinds ruimt op na liquidaties en Matthieu Kassovitz is een bom expert. In het groepje stelen Craig en Hinds de show, de eerste met een flamboyante performance als een blonde actieheld en de tweede als jaren-vijftig-vader figuur, compleet met homburg-hoed en bril met ouderwetse, zwarte ramen.

Meer nog dan om het idee van Israël als moeder of als symbolische familie, draait Munich om het centrale thema in alle Spielberg-films: de hunkering naar een gezin en naar een vader. Twee keer staat Avner ergens in een koude, Europese stad ’s nachts te staren naar een etalage met achter het raam een moderne, warm verlichte keuken. De keuken, symbool van de geborgenheid die een familie en als verlengde hiervan een land kan bieden, is voor hem onbereikbaar. Hij is gedoemd tot een leven van moord en doodslag, een leven waarin hij niet alleen geen vader heeft, behalve collega-spion Hinds, maar waarin hijzelf geen vader kan zijn doordat hij verwijderd is van zijn inmiddels naar Manhattan geïmmigreerde vrouw en dochtertje. De mislukking van Avner als vader is pijnlijk. Het Israëlisch-Palestijnse conflict en de verlokking van het spionagespel vormen de achtergrond voor het uitwerken van dat specifiek spielbergiaanse motief.

Munich werkt derhalve het best als entertainment. Het is prachtig gefotografeerd door Janusz Kamin sky en opwindend gemonteerd, maar het is niet Spielbergs beste film, noch is het het grote meesterwerk zoals Time en Newsweek schrijven. De politieke discussies zijn relevant en actueel, maar als een politiek en psychologisch complexe uit beelding van de ziel van de terrorist en bij implicatie die van de spion is een andere film beter: Paradise Now van Hany Abu-Assad.

Te zien vanaf 26 januari