john Cheever, Kroniek van de ­familie Wapshot

Het spelen is ten einde

In bijna alle verhalen van de Amerikaanse meester op de korte baan John Cheever (1912-1982) dolen personages rond die worstelen met een eenzaamheid die ongeneeslijk blijkt.

John Cheever, Kroniek van de familie Wapshot

Hun solitaire bestaan raakt ook aan wat ik maar ‘de teistering door onzedelijkheid’ noem. Werkbare ontsnappingsroutes of gelukzalige vluchthavens doemen zelden op, altijd weer klinkt ‘de onweerstaanbare, titanische stem van het leven zelf’, zoals Cheever het verwoordt in Verscheurde stilte, een postume bloemlezing uit zijn dagboeken. De lectuur daarvan is een schokkende, ontluisterende ervaring. Cheever spaart zichzelf, zijn werk, zijn alcoholisme, zijn biseksualiteit en zijn huwelijk niet. De scherpste criticus van zijn eigen proza is hijzelf. Ook in zijn journaalaantekeningen is eenzaamheid het woord dat telkens weer terugkeert, zonder dat Cheever zich overgeeft aan zielig zelfbeklag.

Misschien heeft zijn humor, een broodnodige zelfrelativering, Cheever gered van een verstikkende melancholie, misantropie en algehele alcoholische zelfdestructie. Zijn romandebuut in de Koude-Oorlogsperiode van de jaren vijftig, Kroniek van de familie Wapshot (1957), is een speelse variant op de bloedserieuze roman en op genres: de familieroman, de negentiende-eeuwse kroniek, het dagboek en zelfs de kasteelroman. De schijnbaar alwetende kroniekschrijver neemt de lezer mee naar een parade op Onafhankelijkheidsdag (4 juli) in het dorp St. Botolphs in Massachusetts en laat ons dankzij een kwajongensstreek, waardoor de parade in chaos verandert, kennismaken met de geschiedenis van de provinciale familie Wapshot. In de familiekast zitten vele lijken, die ik hier niet noem. Een zeer opmerkelijk personage is Leander, vader van (onder anderen) Moses en Coverly, kapitein van de Topaze, vroeger werkzaam in een tafelzilverfabriek en begenadigd beschrijver van zijn eigen leven (zijn telegramstijl is zeer effectief, laconiek-humoristisch en werkt versnellend). De oude, rijke nicht Honora zwaait de scepter over de Wapshots. ‘Honora had alles geregeld.’ Zij is de vleesgeworden ­dictator in de familie, die ook de toekomst van Moses en Coverly uitstippelt: zij krijgen pas haar erfenis als ze trouwen en een zoon krijgen.

Kroniek van de familie Wapshot is een zeer onvoorspelbare vertelling over die twee zoons, met daarachter de woelige familiehistorie. Moses worstelt met zijn libido en raakt tijdens het forelvissen gecharmeerd van de plotseling opduikende jonge femme fatale Rosalie Young, een dame die al aan het begin van het boek dood en verderf zaait en er door haar erotische ­uitstraling voor zorgt dat Honora Moses wegstuurt uit St. Botolphs, om in Washington fortuin te zoeken. Omdat de broers zeer aan elkaar gehecht zijn vertrekt Coverly ook, naar New York.

De avonturen van beide broers in de grote stad en met stadse vrouwen is een vertelling die haaks staat op de ogenschijnlijk idyllische landelijkheid van St. Botolphs. ‘In de liefde is niet alles spel en strijd.’ Maar wie Cheevers werk kent, moet glimlachen om deze zin. Het paradijs is verpest, de metropool is troebel water, de heldere beek waarin de forellen wachten op de vissers is verdwenen, de vrouwen blijven onvoorspelbaar voor Moses en Coverly.

De Koude Oorlog speelt een subtiele rol op de achtergrond van Kroniek van de familie Wapshot. Als ponstypist wordt Coverly, inmiddels getrouwd met serveerster Betsey, gestationeerd op een raketbasis ergens in de Stille Oceaan en later op het vasteland, in het zielloze Remsey Park, waar de eenzame bewoners ‘niets van de oorsprong of afloop van hun werk wisten’. De kroniekschrijver meldt iets dergelijks over Moses’ werk in Washington: dat is zo geheim ‘dat het hier niet besproken kan worden’. Coverley ontdekt, tot zijn eigen walging, dat hij biseksueel is. Moses rolt door een toeval in een huwelijk met Melissa, een schone jonkvrouw bewaakt door de vileine achternicht Justina Wapshot op een bouwvallig kasteel met de naam Clear Haven. Cheever stijgt hier boven zichzelf uit door prachtige beschrijvingen van de krakkemikkige toestand van het kasteel, die alles te maken heeft met het leven van de inwoners. Als het kasteel ten slotte in brand staat, kan de lezer dat als een symbool opvatten: het oude, valse Amerika, dat zelfs zijn vervalste kunst uit Europa importeert, kwijnt weg en in de plaats daarvan komt er een strak georganiseerde moderne maatschappij waarin de economische machine zo geolied is dat de mensen er als een gewillig radertje in passen. Moses gaat met zijn Melissa naar New York en krijgt een zoon, Coverly blijft bij Betsey en krijgt ook een zoon. Eind goed, al goed omdat Honora nu haar erfenis aan haar kleinzoons kan geven? Begint het echte spelen nu?

Wie het vervolg op Cheevers kroniek kent, The Wapshot Scandal (1963) weet wel beter. Vooralsnog moet de Nederlandse lezer zich tevreden stellen met een prachtig slotakkoord in dit romandebuut: een raadgeving van Leander, de vader van Moses en Coverly die de oceaan in is gelopen, verstopt in The Tempest. Het was Prospero die deze onsterfelijke woorden sprak, die Coverly uitspreekt bij zijn vaders graf en die ook slaan op alles wat Cheever zelf heeft geschreven: ‘Het spelen is ten einde. Deze spelers, ik zeide ’t u, tevoren, waren geesten en smolten weg tot lucht, tot ijle lucht. Wij zijn van de stof, waar droomen van gevormd zijn; ’t korte leven is van een slaap omringd.’

Kroniek van de familie Wapshot is een vrolijk-wrange vertelling die een ongemakkelijke glimlach aan de lezer ontlokt. Het onheil loert, hoe moet het nu verder? Het kan niet anders: Guido Golüke is al bezig met de vertaling van The Wapshot Scandal.


john Cheever
Kroniek van de ­familie Wapshot
Vertaald door Guido Golüke. Van Gennep, 333 blz., € 22,50