Muziek

Het spelplezier van BioWillie

Muziek Willie Nelson

Medium willie nelson 300dpi

Een beetje producer kan een carrière uit het slop trekken, en vaak doet hij dat door een kwakkelende artiest terug te dwingen naar de eenvoud.

Rick Rubin deed het uiteraard met Johnny Cash, op zijn vijf _American Recordings-_cd’s. Vorig jaar deed hij het ook met Neil Diamond, door hem zijn glitterpak te ontnemen, een akoestische gitaar in zijn handen te drukken en hem voor te houden dat hij daar voldoende aan had. En dat klopte. Don Was deed het vervolgens met Kris Kristofferson, en samen maakten ze een van Kristoffersons beste platen.

Op het onlangs verschenen nieuwe album van Willie Nelson wordt hij bijgestaan door Ryan Adams en zijn band, The Cardinals. Adams produceerde ook het album. Het is te horen. Nu zat Nelson muzikaal niet echt op een dood spoor, al kwam hij de laatste jaren vooral in het nieuws met zijn activiteiten voor de Democraten en tegen oorlog, zijn ontwikkeling van een eigen lijn biodiesel (in de volksmond bekend onder de hilarische naam BioWillie) en zijn liefde voor marihuana, vorig jaar nog resulterend in een arrestatie van de inmiddels 73-jarige zanger vanwege het bezit daarvan, en van paddo’s.

Zelf bracht Adams vorig jaar geen album uit, voor zijn doen opzienbarend, want hij schrijft sneller platen dan Herman Brusselmans boeken. Volgens sommige critici lijdt de kwaliteit daaronder en zou Adams eens wat meer tijd moeten uittrekken voor zijn albums, maar zijn oeuvre (want daar is inmiddels reeds sprake van, al is Adams nog maar een begin-dertiger) bewijst het tegendeel: juist het gedeelte dat goed beschouwd nog in het demostadium verkeerde toen het uitkwam, is het mooist. Het hoort bij de werkwijze van artiesten als Adams dat er aanzetjes door de selectie heen glippen, omdat hij creëren nou eenmaal belangrijker vindt dan selecteren.

Als Songbird van Willie Nelson ergens naar klinkt, is het naar spelplezier en ongedwongenheid. Daarin betaalt zich de samenwerking met de man die zijn kleinzoon had kunnen zijn, zonder meer uit. Adams’ Cardinals krijgen alle ruimte om niet alleen in te kleuren, maar ook buiten de lijntjes te gaan. Het trekt sommige nummers boven de lengte uit die ze compositorisch eigenlijk waard zijn, maar dat geeft niet. Die nummers zijn soms oudjes van Nelson zelf, covers en in twee gevallen nieuw. Bij die eerste categorie blijken de Cardinals pit en elektrische gitaren toe te voegen, in het laatste geval is vooral het door Adams geschreven Blue Hotel prachtig. Het wijkt weinig af van Adams’ eigen werk met de Cardinals, maar de uitwerking die het contrast tussen het achtkoppige koor en de doorleefde knauwstem van Nelson heeft, die had zelfs Adams met zijn enorme vocale bereik niet voor elkaar gekregen; daar zit simpelweg het gebrek aan jaren hem tegen.

De enige ongelukkige keuze is de cover van Leonard Cohens Hallelujah. Het was Jeff Buckley die dat zo indringend coverde dat het nummer sindsdien eigenlijk twee originelen kent. Iedereen die het na Buckley heeft geprobeerd, zelfs Damien Rice die het live wel eens zong, loopt op tegen liefst twee vergelijkingen. En juist Hallelujah moet het niet hebben van de troef van dit album: ontspanning.

Willie Nelson speelt 23 januari in Paradiso
www.willienelson.com