Het stadhuis contra amsterdam

Cees van Staal is adviseur van het comite Moet Amsterdam Amsterdam Blijven? Tevens is hij contactman tussen dit comite en het comite van aanbeveling voor de referendumactie, bestaande uit een veertigtal vooraanstaande Amsterdammers, onder wie Erik Jurgens, Wim van Norden, Hedy d'Ancona, Lex Goudsmit, Edo Spier, Andree van Es, Bas Lubberhuizen, Hans Daudt, Jan Haasbroek en Max Rood.
Toen Geert Mak vorig najaar in NRC Handelsblad zijn artikel ‘Het stille einde van 700 jaar stad’ publiceerde, zal hij niet hebben verwacht dat dit betoog een paar maanden later zou leiden tot 32.000 handtekeningen, waarmee een referendum kon worden afgedwongen. Er werd een comite gevormd, waarvoor zevenhonderd vrijwilligers uit de Amsterdamse bevolking in weer en wind deze handtekeningen bij elkaar haalden - een even opmerkelijke prestatie als een opmerkelijk signaal van de stemming onder de hoofdstedelingen. Uit onderzoek blijkt trouwens ook dat de meerderheid van de ondervraagde Amsterdammers tegen de opheffing van hun stad is.

Veel geinformeerde Amsterdammers blijken een diep wantrouwen te koesteren ten aanzien van de argumenten voor die zogenaamde ROA: betere bestuurbaarheid, de overheid dichter bij de burgers, de bevordering van de woningbouw en het openbaar vervoer plus nog een aantal andere veelbelovende zaken. Want wie gelooft er nog dat de grootschaligheid van een tamelijk impotente provincie een beter bestuur oplevert? Harry Grosveld, directeur economische zaken van Amsterdam, voorspelde in NRC Handelsblad dat de stadsprovincie een dirigent wordt zonder stokje om mee af te tikken. Verder voorzag hij dat het voor een provincie met onwillige gemeenten slecht hazen vangen zal zijn.
Aan de andere kant wordt ook de ondergrens van kleinschaligheid bereikt. Wie kijkt naar de kwaliteit van de huidige wethouders van de gemeente Amsterdam en ervaring heeft met de ambtelijke coordinatie, beseft hoe gering de kans is dat straks de dertien burgemeestertjes, aan het hoofd van hun dertien gemeentetjes, gesteund door dertien maal zoveel wethoudertjes, redelijke bestuurlijke kwaliteit zullen hebben. Nog veel erger is de aanstaande ondergang van de culturele, sociale en financiele samenhang van de stad. De lijken tuimelen nu al uit de kast: de deelraad- Zuid heeft nu al de centen niet om het Vondelpark te onderhouden. Wie heeft straks de verantwoordelijkheid voor onze musea en het Concertgebouw? Hoe worden straks theaters en gezelschappen gefinancierd?
Geen wonder dat het oorspronkelijke comite van handtekeningenverzamelaars, het comite Moet Amsterdam Amsterdam Blijven?, inmiddels een actieorganisatie is geworden die zich tot doel heeft gesteld de wettelijke grens van 180.000 referendumstemmers te halen, vanzelfsprekend in de hoop dat de meerderheid van deze stemmers tegen zal zijn.
Helaas moet dit comite vechten tegen twee vijanden: geldgebrek en een onwillig college van burgemeester en wethouders. Het comite heeft de afgelopen maanden een hardnekkig gevecht moeten voeren tegen obstructie en manipulatie, bijvoorbeeld over de teksten van de oproepkaart en het stembiljet. De duidelijkheid daarvan is essentieel, niet alleen omwille van verkiezingssemantiek, maar ook vanuit democratische verantwoordelijkheid. Met opzettelijke afzwakkingen en onduidelijk woordgebruik proberen de twee verantwoordelijke wethouders plus een enkele ambtenaar de emotionele kracht van de feiten en de helderheid van de stemaanduiding af te zwakken. Zo beweerde de wethouder Van der Giessen, toen zij werd gevraagd bepaalde teksten te veranderen, dat de betreffende kaarten al waren gedrukt en een gecorrigeerde tekst 10.000 gulden zou kosten. Even later bleek dat de opdracht voor de drukker nog niet eens de deur uit was. Met een aantal ambtenaren was overeengekomen dat de burger de keuze zou krijgen tussen de woorden ‘voor’ en 'tegen’ - termen die geen ruimte voor misverstand laten. Even later werd het comite per fax door het stadhuis gesommeerd om akkoord te gaan met woorden 'eens’ en 'oneens’. Het illustreert het kinderachtige karakter van de gemeentelijke pogingen tot obstructie.
Inmiddels was de (wederzijdse) irritatie groot geworden, zo groot dat burgemeester Schelto Patijn het comite in een openbare bijeenkomst 'mekkeren over teksten’ heeft verweten. De irritatie van overheidszijde is trouwens begrijpelijk: deze komt voort uit angst voor een grote opkomst van tegenstemmers.
Het comite krijgt, zoals dat hoort, van gemeentezijde een subsidie. Die bedraagt 40.000 gulden. Daarvan gaan al 14.000 op aan vaste kosten als huur, telefoon en fax. Wie is in staat een behoorlijke campagne te voeren onder 400.000 potentiele stemmers met een budget van slechts 26. 000 gulden? Overigens heeft het comite tot op heden, anderhalve maand voor het referendum, nog geen cent binnen, zodat de comiteleden de campagne uit eigen zak voorfinancieren en noodgedwongen een geldwervingsactie is gestart onder het motto 'Is Amsterdam u een tientje waard? ’
In een laatste poging om althans op de stembiljetten heldere, duidelijke teksten te krijgen heeft het comite deze week een dringend verzoek daartoe aan de gemeenteraad gericht. Ja, het wordt tijd dat Amsterdam weer flink lastig wordt.