Het Stedelijk moet opnieuw op zoek naar faam

Medium in het nieuws 42

Beatrix Ruf stapt op als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. In het zojuist heropende entreegebied van het museum, waar de poortjes van de vorige directeur door haar weer werden verwijderd, staat pal voor de opgang naar de zalen een tafel met folders en een vrijwilliger. Ze werft onder meer vrienden voor het museum en nieuwe vrienden heeft het Stedelijk nodig na het aftreden van Ruf. Ze werd aangetrokken om haar ‘oog voor kwaliteit’ en ‘jong talent’ en haar ‘uitgebreide netwerk’ van kunstenaars, verzamelaars en professionals, en haar visie werd na drie jaar in twijfel getrokken nadat het museum verstrikt was geraakt in haar netwerk. En dat niet alleen, met haar adviesbureau Currentmatters trad Ruf ook actief naar buiten, adviseerde bruikleengevers van haar eigen museum.

Het is de tweede misser in vier jaar tijd van een museum dat naarstig op zoek is naar nieuwe faam. Het wil meedoen op internationaal niveau en heeft daar alle ingrediënten voor in huis: een belangrijke collectie, een futuristisch gebouw en een bont verleden. Niet voor niets vonden twee internationaal gevierde kunstkenners achter elkaar het een eer om in Amsterdam te komen werken. De vraag die zich nu opdringt is onder welke voorwaarden dat directeurschap werd beklonken. Welke prijs was het Stedelijk bereid te betalen voor een gooi naar een reputatie tot over de grens?

Welke prijs wilde het museum betalen voor een gooi naar een reputatie tot over de grens?

Het museum bevindt zich in het hart van de kunstwereld. Het is de vaste waarde die broedt op een collectie waar verschillende partijen omheen draaien: kunstenaars, galeries, critici, verzamelaars, overheden en het bedrijfsleven. De kunst is hun speelbal en geld het smeermiddel van hun relaties. Toen de geldkraan dwars tegen de prijsontwikkelingen in de kunst in werd dichtgedraaid kwam er een directeur met ervaring in fondsenwerving. Maar de Amerikaanse Ann Goldstein ontbrak het aan visie en communicatieve vaardigheden. De Duitse Ruf was in beide bedreven, ronduit benaderbaar en uitgesproken in haar visie op kunst die ze ontwikkelde tijdens haar twaalf jaar als directeur van de Kunsthalle Zürich. Onderdeel van haar netwerk was een ongelooflijke kring van interessante kunstenaars. Ed Atkins en Jordan Wolfson: zij doen ertoe en Ruf bracht ze naar Amsterdam. Bij de opening van Documenta vroeg een Amerikaanse kunstenaar me wat ik daar eigenlijk deed. Seth Price opende die avond in het Stedelijk.

Het vertrek van Ruf is een verlies dat in dat opzicht alleen maar te betreuren valt. Eén zaak brengt het schandaal aan het licht: het moderne-kunstmuseum heeft een kritiek punt in zijn bestaan bereikt. Het is ruim een eeuw op weg, een eeuw waarin kunststromingen elkaar met goed fatsoen opvolgden, prima te volgen tenminste voor degene met oogkleppen op, voor alles wat niet-man, niet-wit en niet-westers was. In dat klimaat gedijden de helden van het steeds weer aangehaalde roemruchte verleden van het Stedelijk. Maar dat museum bestaat niet meer. Punt.

Na megalomane uitbreidingen, van het Stedelijk maar ook van Tate, Guggenheim, Louvre en Centre Pompidou, is de vraag die het museum, die élk museum zich moet stellen waar het opnieuw de urgentie vindt. De kunst staat in een open verbinding met de wereld en dat betekent een nieuwe avant-garde en een nieuwe prijs. Om daar een rol van betekenis in te kunnen spelen zal een duurzaam netwerk moeten worden opgebouwd of aangewend. Durft het museum dat niet voor een derde keer aan, dan kan het even goed de poortjes weer sluiten, en het licht uitdoen.