Nog steeds Amerikaanse bommen

Het stille lijden van Laos

Laos? Leuk «nieuw» vakantieland in hip Zuidoost-Azië. Waar oude Amerikaanse bommen nog maandelijks boeren en kinderen uiteenrijten.

PHONSAVAN — Wat het Laotiaanse plaatsje Phonsavan zo treurig maakt, is moeilijk te beschrijven. Het is in ieder geval geen plaats die een schoonheidsprijs verdient. Een wildwest-stadje, daar lijkt het nog het meest op. Een rechte weg met aan beide kanten bescheiden betonnen en houten huizen, één verdieping hoog, meer is het niet. Façades die, als waren ze ervoor gemaakt, het gelige zand opvangen dat hard over de dorre hoogvlakte wordt geblazen. Maar na verloop van tijd is het de ontreddering die het meest opvalt. De permanente sfeer van ellende en verslagenheid die zich als een onzichtbaar spinrag over de stad en haar bewoners heeft heen gelegd.

De misère is niet zonder reden. Xieng Khuang, de provincie in Oost-Laos waarvan Phonsavan de hoofdstad is, heeft de dubieuze eer de meest gebombardeerde regio ter wereld te zijn. Tijdens de Vietnamoorlog werden op dit stuk grond meer bommen gegooid dan op Duitsland en Japan samen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gemiddeld liet één Amerikaanse bommenwerper per acht minuten zijn lading op dit heuvelachtige gebied vallen. Tien jaar lang, 24 uur per dag. In de zachte bodem van de provincie werd menig bom een blindganger. Een erfenis die zijn gramschap nog steeds laat voelen. Wekelijks vlamt in en rond Phonsavan de Vietnamoorlog weer op als zo’n bom alsnog afgaat. Zoals recent nog toen een explosie vijf mensen doodde, onder wie drie kinderen uit één gezin. Getroffen door de scherpe metaalsplinters van een Amerikaanse clusterbom die door de kinderen werd gebruikt als speelgoed. Bijna 25 jaar na de Vietnamoorlog. Meer dan honderd kilometer van Vietnam.

Want dat is het grootste leed van Laos. Vietnam was hun oorlog niet, het neutrale Laos was niets meer dan een vooruitgeschoven frontlijn tussen Hanoi aan de ene kant en de Amerikaanse troepen in Thailand aan de andere kant. Een frontlijn die toevallig in Xieng Khuang terecht was gekomen omdat de hoogvlakte zich er geografisch zo goed voor leende. De Vietnamezen hadden oostelijk Laos uit strategisch oogpunt veroverd om aanvoerlijnen te hebben naar de slagvelden in het zuiden van Vietnam — de roemruchte Ho Tsji Minh Trail. De CIA en de ongeregelde militaire piloten van de zogenaamde luchtvaartmaatschappij Air America vestigden zich in de Laotiaanse hoofdstad Vientiane, met medeweten van de officiële regering van het land. Zo hadden ze een basis op nog geen uur vliegen van het industriële hart van Noord-Vietnam.

De frontlijn die zo midden in het land ontstond heeft overigens officieel nooit bestaan. De Amerikanen spraken steevast over «The Other Theatre» of «Alternate» als ze het over Laos hadden. Grondtroepen konden ze niet op grote schaal inzetten omdat ze daarmee hun geheime oorlog in gevaar zouden brengen. Dus werd gekozen voor het luchtwapen. «Een paar dagen voor de bombardementen begonnen, vlogen er grote Amerikaanse vliegtuigen met luidsprekers over de stad», vertelt een voormalige inwoner van Xieng Khuang Stad. «Iedereen moest de stad verlaten en naar Vientiane gaan, zeiden ze. Mensen die bleven, moesten de consequenties aanvaarden.» Als tegenzet verspreidde de Vietcong propaganda pamfletten waarin de burgers van de provincie werd aangeraden om te blijven en mee te vechten tegen de «Amerikaanse agressor». Volgens de Laotiaan maakte de propaganda in de straatarme provincie weinig uit. «Mijn familie is gevlucht, maar veel van de mensen hier hadden geen geld om te vertrekken en bleven.» In de bombardementen die volgden vonden twaalfduizend mensen de dood. Xieng Khuang Stad werd, net als een aantal andere plaatsen, geheel van de aardbodem weggevaagd. Het tot dan toe onbeduidende Phonsavan, veertig kilometer verderop, werd de nieuwe provinciehoofdstad. Maar ook hier regende het vervolgens bommen. Ooggetuigen spreken over explosies die als verwoestende vuurstormen door de plaats trokken.

Het was slechts het begin, de bombardementen zouden tien jaar aanhouden. Twee regeltjes in de instructies van de Amerikaanse luchtmacht waren daaraan debet. Amerikaanse B52’s die op missie gingen naar Hanoi hadden opdracht nooit te bombar deren bij bewolking of slecht zicht. Het risico van grote aantallen burgerslachtoffers — en dus afschuwelijke plaatjes in het journaal — was dan te hoog. Maar ze hadden tegelijkertijd ook de instructie om nooit terug te keren met hun bommen, dat kostte te veel brandstof. Dus gooiden de bommenwerpers hun lading maar boven het hoog gelegen Xieng Khuang uit, daar is het bijna altijd helder. Televisiecamera’s waren niet in de buurt.

Bijna twee miljoen ton aan explosief materiaal kwam daardoor van 1962 tot 1972 op Laos terecht, meer dan tien ton per vierkante kilometer, meer dan vijfhonderd kilo per inwoner. Deze overkill kostte Amerika meer dan zes miljard dollar. Oost-Laos kostte het een generatie.

Negen ongeëxplodeerde objecten per vierkante meter lagen er aan het einde van de oorlog in Xieng Khuang. Hoeveel het er nu nog zijn, weet niemand, maar zeker is dat alleen al onder de hoofdstraat van Phonsavan zich vier scherpe bommen bevinden. Britse explosievenexperts die in Xieng Khuang aan het werk zijn, hebben er eindeloze verhalen over. «Soms is het gewoon te gevaarlijk om een bepaalde bom onschadelijk te maken. Zo steekt in een afgelegen dorp in de provincie sinds de oorlog een grote bom met zijn staart uit een pleintje omhoog. Niemand durft hem te demonteren, dus is het gevaarte maar geel geverfd als waarschuwing voor het verkeer.»

Met minstens een bom onder iedere voet kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Het afgelopen jaar vielen alleen al in Xieng Khuang ongeveer honderd gewonden — gemiddeld twee per week — als gevolg van het ontploffen van een oud explosief. In de helft van de gevallen zijn de slachtoffers kinderen die de bommen aanzien voor speelgoed. Ook boeren die aan het ploegen zijn, blazen zichzelf vaak op.

De hoeveelheid dodelijke slachtoffers is onbekend, berichten over fatale explosies bereiken Phonsavan in veel gevallen nooit. Alleen de schrijnende gevallen halen de lokale krant. Zoals het verhaal van het dorp nabij de hoofdstad waar door de inwoners gezamenlijk werd gebouwd aan een nieuwe basisschool. Door de werkzaamheden ontplofte in de bouwput een oude Amerikaanse bom die een aantal mensen doodde en nog meer dorpelingen verminkte.

De huidige communistische regering van Laos — ingesteld nadat de Amerikanen zich na de oorlog terugtrokken uit het gebied — heeft hulp van de Verenigde Staten bij het opruimen van de explosieven steeds afgeslagen. Wel heeft de Britse MAG (Mines Advisory Group) een aantal mensen in Xieng Khuang gestationeerd. Deze particuliere organisatie helpt de lokale bevolking bij het opsporen en onschadelijk maken van bommen. De enige Amerikaanse hulp die Laos wel toestaat, is een team van twee doktoren. In het kader van het War Victims Project helpen zij ziekenhuizen in Xieng Khuang met de opvang van mensen die door explosies zijn gewond. Dit programma, gefinancierd door het semi-particuliere US Aid Project, moet in de eerste plaats de faciliteiten in de armlastige ziekenhuizen verbeteren. «Soms is er nog niet eens stromend water en elektra. Binnenkort krijgt het ziekenhuis in Phonsavan van ons zijn eerste wasmachine. Nu wassen ze operatiekleding nog met koud water in een groezelig wasbakje», vertelt een Amerikaanse arts. Daarnaast probeert het War Victims Project de bevolking, vooral kinderen, te vertellen dat ze de bommen niet moet aanraken. «Dat is moeilijk omdat oude clusterbommen er vaak uitzien als stenen en door de kinderen worden gebruikt om mee te gooien», vertelt de arts. «Vaak valt er daardoor meer dan een slachtoffer op hetzelfde moment.»

Des te verbijsterender is het pragmatisme dat de inwoners van het gebied aan de dag leggen. Clusterbomhouders dienen als plantenbak. De sleutelhangers voor de gasten kamers van een lokaal pension bestaan uit Chinese hulzen van luchtafweergeschut. Op de stoep bij menig huis staat een collectie onschadelijk gemaakte bommen als souvenirs voor de paar toeristen die het gebied bezoeken. De opschriften zijn in het Engels, Russisch, Chinees en Vietnamees. Cluster bomhouders blijken in het arme Xieng Khuang ook zeer geschikt als afrastering of stoeprand. De oersterke langwerpige vorm maakt dit wapentuig voorts zeer geliefd als fundament voor boerenhutjes. Een dodelijke erfenis wordt daardoor op een bijna bijbelse manier gratis bouwmateriaal.