Het studiopubliek

‘IK HEB HIER IEMAND voor een televisieprogramma’, begint de chauffeur van een Hilversumse treintaxi over de mobilofoon, ‘En die man weet alleen maar “vier”.’

‘Bergweg nummer vier?’ schiet de chauffeur van mijn taxi te hulp, want op de Bergweg in Hilversum zijn heel wat omroepen gehuisvest. 'Hij weet alleen maar “vier”’, herhaalt zijn collega. 'Staat er een vier op het hek?’ komt een derde chauffeur zich met de zaak bemoeien. 'Hij heeft een papiertje bij zich en daar staat een vier op’, is het hulpeloze antwoord van de eerste mobilofoonstem. 'Studio vier?’ vraagt chauffeur numero drie. 'Vier op een rij?’ bedenkt onze chauffeur. 'Vier op een hek?’ roept de een of andere lolbroek over de mobilofoon. 'RTL4’, oppert numero drie, 'maar dan moet die man wel in Aalsmeer zijn.’ DE VANZELFSPREKENDE toon waarop de taxichauffeurs deze discussie hielden, was opmerkelijk. Dat geldt ook voor de bereidwilligheid waarmee ze de man met het papiertje desnoods naar Aalsmeer hadden willen rijden. Alsof de chauffeurs in opdracht van de omroepen een lijndienst naar 'de televisie’ verzorgen. Alsof er iedere dag mannen in taxi’s stappen met papiertjes waar alleen maar 'vier’ op staat. Mensen die op weg zijn naar de televisie en denken dat ze daar geen adres voor nodig hebben. Die de oproep van een vriendelijke mevrouw in het kijkkastje om naar de studio te komen onmiddellijk hebben opgevolgd. Kijkkastje uitgeklikt, het huis uit gegaan, in een taxi gestapt en 'Naar de televisie!’ geroepen. Ze moeten ontelbaar zijn, de mensen die dagelijks hun huis verlaten om in een televisiestudio een programma bij te wonen. Je kunt het toestel niet aanzetten of er kijkt op de achtergrond een woud van hoofden mee over de schouders van een presentator. Schaamteloos in de camera turend, om contact te maken met het thuisfront. Hossend en zingend tussen de bankjes van een tribune. Of achter tafeltjes gezeten, met een drankje waar ze nauwelijks van durven te nippen. Het is nog te begrijpen waarom al die mensen het zelf zo leuk vinden om studiopubliek te zijn. Iedereen wil zien hoe het eraan toegaat achter de schermen van de televisie. Dat is een gezonde nieuwsgierigheid, die ook kinderen ertoe brengt om na afloop van een theatervoorstelling meteen het decor in te rennen. Je wilt weten hoe je ertussen wordt genomen. Bovendien loop je de kans om zelf met je hoofd op de tv te komen. Het is dezelfde behoefte als die ons ertoe brengt om op familiefoto’s voornamelijk naar onszelf te turen. Je wilt weten hoe anderen je zien, en daar kom je niet achter door voor de spiegel te gaan staan. MAAR WAAROM televisiemakers dat publiek er zo graag bij willen hebben is mij een raadsel. Om leven in de brouwerij te brengen, zal hun antwoord zijn. Om de thuisblijvers het idee te geven dat er in de studio iets gebeurt. Maar het is helemaal de vraag of je dat met studiopubliek kunt bereiken. Studiopubliek kan uitstekend puur fysieke taken vervullen. Met hun massa kunnen ze de galm in een studiohal dempen. Ze kunnen volume geven aan de petieterige decorstukken en doorkijkwandjes. Ze kunnen een decor zachtjes laten bewegen, de kijkers thuis kauwgum voor hun ogen geven, zonder dat daar bewegende lichtjes of andere technische poespas aan te pas hoeven te komen. Ze kunnen geluid maken op z'n tijd - klappen of lachen - zodat er geen bedompte stilte valt zodra de gasten in het programma hun mond houden. Maar dat is iets heel anders dan de betreffende opname tot een gebeurtenis maken. Een programma dat jij door jouw aanwezigheid had kunnen veranderen, zoals een enkele toeschouwer dat bij een theatervoorstelling kan doen. Een enkele toeschouwer kan in het theater de koers van de avond verleggen. Door nadrukkelijk te kuchen als de voorstelling een beetje inzakt. Door plotseling op te staan, met grote stappen tussen de stoelen door te benen en de klapdeuren bij de uitgang te laten rijmen op de opklappende zitting van de zojuist verlaten stoel. In de samengebalde akoestiek van de theaterzaal maken al die geluiden een verpletterende indruk. Ze brengen de andere toeschouwers aan het twijfelen over de kwaliteit van het gebodene. Ze nodigen de rest van het publiek uit om stelling te nemen: om het eens te zijn met de provocateur of zijn protestgedrag af te keuren. Over die wapens beschikt het studiopubliek niet. Op de tribune bij een opname kan men kuchen wat men wil, er is niemand die het opmerkt. Je kunt zelfs rustig met de buurman een praatje beginnen. Het maakt geen indruk want het publiek heeft geen microfoon. Alleen de hardste geluiden als een klaterend applaus of een schaterende lach halen de cirkel van attentie op de studiovloer. En dan nog alleen als de regie het wenst. Als het schuifje 'publieksgeluid’ open staat. Het oordeel van het publiek wordt alleen op prijs gesteld op de momenten dat de makers daarvoor kiezen. NERGENS HEEFT het studiopubliek zoveel invloed als bij een leuk bedoeld programma. Als de lach na een grap niet luid en smakelijk genoeg oplaait, doet dat afbreuk aan de betreffende grap. 'Dit is grappig!’ hoort het studiopubliek continu uit te stralen, anders kunnen de makers wel inpakken. Niet voor niets wordt een lachend studiopubliek nauwelijks frontaal in beeld gebracht. De reden daarvoor is pure angst. Zoom in op het publiek bij een komisch programma en je hebt grote kans dat er iemand tussen zit die niet lacht. De lach is namelijk de moeilijkst te regisseren menselijke reactie. Klappen op bevel is geen punt. Joelen en juichen: een eitje. Meelevend kijken of verontwaardigd snuiven: er hoeft maar iemand in de studio een bordje met de opdracht op te houden en het komt voor elkaar. Maar om hartelijk te lachen moet een mens iets werkelijk leuk vinden, en dat is een kwestie van persoonlijke smaak. Een ontspannen sfeer wil nog wel helpen. Dus doen tv-makers hun uiterste best om het gezellig te maken in de studio. Vóór de opnames wordt een zeer gespecialiseerde beroepsgroep van publieksopwarmers ingeschakeld. Paul de Leeuw schijnt het zelf te doen en is naar verluidt bij dat opwarmen nog baldadiger dan bij de opnames die erop volgen. 'Vlak voordat de opnames beginnen zeg ik altijd dat iedereen geanimeerd moet praten’, flapte Hanneke Groenteman er een keer uit bij het begin van haar kunstprogramma De plantage. Waarop het studiopubliek even de pose van geanimeerdheid losliet en de echte gezelligheid een kans kreeg. De raarste gimmicks worden uitgehaald om het publiek los en ontspannen te maken. De mensen laten staan is de nieuwste mode, het liefst met hun jas aan alsof ze 'spontaan’ binnen zijn komen wandelen. Het publiek laten dansen en meezingen met nostalgische hitjes is ook aan de orde van de dag. Net als de tribune bestoken met onverwachte verrassingen als plastic spinnen die uit de lucht komen vallen. 'Eng op de tribune’ is een vast onderdeel van Veronica’s Vergeet je tandenborstel niet. Het is niet moelijk om het studiopubliek in beweging te brengen en geluid te laten produceren. Maar om de mening van de individuen op de tribune, ook als die afwijkt van de algemene publieksreactie, met microfoon én camera te registreren, is meer lef nodig. Neem de Oscar-uitreiking aan Elia Kazan, de filmregisseur die zo'n omstreden rol heeft gespeeld bij de McCarthy-processen. Dat was een van de weinige keren dat de televisie werkelijk belang stelde in het oordeel van de individuele studiobezoekers. Bepaalde regisseurs en acteurs stonden niet op om de bejaarde Hollywood-regisseur zijn misstap te vergeven. Ze hielden hun handen stil en stelden hun gezicht op neutraal op het moment dat er bijval was voorgeschreven. 'VOND U HET een leuk liedje?’ riep Carlo Boszhardt afgelopen weekend in zijn programma Monte Carlo tegen het studiopubliek. Het publiek applaudisseerde namelijk toen Carlo enthousiast de naam riep van Double Date, de zingende tweeling die op het Nationale Songfestival zo'n flater sloeg. 'Vond u het echt een leuk liedje?’ sneerde de presentator dwars door het applaus dat hij zelf had opgeroepen. Nee hè? leek hij zijn publiek te betrappen op de stompzinnige volgzaamheid. Als Carlo het zei vond het studiopubliek het bij nader inzien ook een verschrikkelijk liedje. 'Jaja’, treiterde Carlo, 'als je met zo'n menigte bent dan heb je geen mening meer hè?’ Even leek het erop dat de brutale presentator vocht met de toeschouwers, zoals Freek de onge vecht tegen de amorele lach van zijn publiek. Maar vechten willen ze niet bij de televisie. Als Boszhardt dat had gewild, had hij de camera’s laten inzoomen op individuele gezichten. Dan hadden de kijkers thuis kunnen zien dat het publiek wel degelijk z'n mening klaarhad over die vals zingende meisjes. Dat een deel van het applaus cynisch bedoeld was, een baldadig applausje voor de monstruositeiten die de Nederlandse tv-makers het publiek durven voor te schotelen. Maar de camera’s in Monte Carlo bleven veilig op afstand toen ze het applaus registreerden. Want zolang de zaal niet vol zit met beroemdheden, zoals bij die Oscar-uitreiking, zal de televisie haar uiterste best doen om het studiopubliek te reduceren tot een anonieme massa.