Nader bekeken

‘Het succes van de kringloopwinkel’ is feelgood-kersttelevisie

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: een vijfdelige documentaireserie over kringloopwinkels. Zonder ironie of dubbele bodem.

Medium schermafbeelding 2017 12 21 om 17.53.09

In 1972 maakte, kort voor Kerst, een lookalike van koningin Juliana spruitjes schoon in de Barend Servet Show: schandaal. En in 1974 vierden we Kerst in Van Oekels Discohoek, waar presentator Sjefke straalbezopen in een fietstas kotste en assistent Ir. Evert van der Pik zijn excuses aanbood voor de tonnen schade in de studio aangericht: schandaal. Dat waren tijden! En wat doet de VPRO met Kerst 2017? Die brengt een vijfdelige documentaireserie over kringloopwinkels. Zonder ironie of dubbele bodem. Waar heb dat nou voor nodig? vragen wij ons met Wim T. Schippers af: hebben we daar niet EO, NCRV en Vara al voor? Toch zou ik even kijken als ik u was. Het gaat namelijk over gewone, normale burgers, van wie de meesten hardwerkend of verlangend naar de kans op hard werken, met een net iets andere geschiedenis en/of genenpakket dan Buma, Rutte en de meeste lezers. Ze zijn sinds echtscheiding berooid, sinds ontslag aan de drank verslingerd, gevlucht uit Armenië, Iran of Syrië, als hbo-docent in een depressie geraakt, licht verstandelijk beperkt, lopend bij de reclassering of – en dat is inderdaad een beetje abnormaal – ongeneselijk Gutmensch zonder lichamelijke of geestelijke makkes voor wie het welzijn van de employés en vrijwilligers in hun kringloopwinkel belangrijker is dan de spullen en het bedrijf. Employés en vrijwilligers die daardoor structuur en zin in hun leven krijgen en hun isolement doorbreken. Good old Frank Wiering maakte met Het succes van de kringloopwinkel feelgood-kersttelevisie, Scrooge and Marley, het meisje met de zwavelstokjes maar dan met happy end op aarde en niet in de hemel.

De karakteristieke stem van de maker leidt ons binnen: Nederland telt rond 1700 kringloopwinkels die rond 25 miljoen bezoekers per jaar trekken (ongeveer gelijk met Ikea). Met een geschatte totale omzet van 250 miljoen per jaar zijn de meeste rendabel, maar opvallender is (en daar had ik echt nauwelijks benul van) dat ze sociaal zo succesvol zijn. Binnen de winkels voor degenen die er al dan niet betaald werken en die er, zoals menigeen zegt, ‘een tweede thuis’ vinden plus bovengemiddeld vaak een luisterend oor. En erbuiten voor veel klanten van wie een deel uiteraard gehaaid koopjesjager is, maar een ander, zeker zo belangrijk deel er een soort vrijetijdsbesteding aan heeft waar ook smalle beurzen de kick van kopen ervaren, en van koffie of zelfs een keer eten buiten de deur. Ik kom met enige regelmaat in eentje ervan om er het resultaat van de laatste boekenschifting te brengen, met de prettige gedachte dat anderen voor weinig geld lezen wat ik voor de winkelprijs kon aanschaffen en dat het niet meteen de versnipperaar in gaat. Dat laatste van belang omdat men in mijn bubbel het boek een zekere heiligheid toekent. Maar ook omdat, begrijp ik nu, het niet verbranden van boeken (en meubels, textiel, servies) jaarlijks een besparing van CO2-uitstoot oplevert gelijk aan de verwarming van veertigduizend huizen. Ik moet er gauw weer eens heen. En dan beter om me heen kijken dan voorheen.

Uit de 1700 koos Wiering drie winkels, in Naarden, Steenwijk en Zeist, en dat zullen zeker niet de minste zijn. Maar het is verbluffend hoe op die plekken de positieve effecten van het kringloopwezen (die me in de gesproken inleiding net te ronkend leken) voor het opscheppen blijken, bij bezoeker en medewerker. Want inderdaad ontmoeten we vrijwilligers die structuur in hun leven hebben teruggekregen, hun eenzaamheid verminderd zien, vriendschappen sluiten, soms een relatie aangaan. Die door noodzaak onvermoede talenten aanboren. Of die zich als bezoeker welkom voelen, niet weggekeken worden, blijven hangen, vaker komen. ‘Het nieuwe dorpsplein’, zegt Wiering en ‘het echte hart van Nederland’. Het zal niet voor alle 1700 gelden, maar ik ben hem gaan geloven.

‘Rijkelijk vloeien de tranen’, zegt een cheffin, naar aanleiding van het feit dat er veel leed wordt gedeeld, waarnaar goed wordt geluisterd. Maar rijkelijk wordt er ook gelachen. En er is afwisseling van kleine en grote scènes, anekdotes en verhalen. De ene medewerker bouwt gedreven aan zijn eigen smurfenverzameling. De ander vertelt vrolijk over de plastic zak vol kunstgebitten die de winkel gratis aangeboden kreeg (‘maar die mogen we niet verkopen’). Soms lopen klant en hulpverlener in elkaar over. De mevrouw die geen cent te makken heeft en op een enkele BH na al haar kleding en huisraad in de kringloop koopt, heeft op haar beurt, samen met een vriendin die in de schuldsanering zit, De warme mand opgezet: ze maken dankzij giften cadeautjes voor jarige kinderen in achterstandsgezinnen. En wie als dolende klant binnen kwam, wordt soms medewerker, de eigen leegte vullend dankzij de organisatie en vooral de mensen daarin – deels lotgenoten. Als dit allemaal wee klinkt, dan moet dat maar. Het gaat wel landelijk om rond twintigduizend mensen die er een deel van hun eigenwaarde aan ontlenen en van wie er opvallend veel reppen van een ‘familiegevoel’. Dat alles op een gigantisch bed van tweedehandsspullen.

Wiering is bepaald niet de meest sentimenteel-empathische interviewer en stelt zijn vragen recht voor de raap, soms tegen het botte aan. Dat maakt het alleen maar overtuigender: het levert fraaie scènes op en personages die je in het hart sluit. Ineke en Jolanda bijvoorbeeld, die een van de winkels runnen en die door het stellen van ongewone vragen in sollicitatiegesprekken dichtgetimmerde mensen enigszins open weten te breken. ‘We hebben hier de Verenigde Naties van karakters, eigenschappen, achtergronden en rugzakjes.’ En het werkt wonderwel. Of het koppel Jan en Joost die in Zeist door de gemeente losgeknipte barrels tot prima fietsen maken voor de bewoners van het azc verderop. Jan was werkloos planoloog, Joost ontslagen huisschilder – Joost daardoor aan de drank geraakt. Ze hebben het geweldig samen. Jan wil nooit meer achter een ambtenarenbureau (al zal hij misschien wel moeten), Joost start zijn verslavingsbehandeling en wordt daarbij met regelmaat ondersteund door Simon, die inmiddels van vrijwilliger tot betaald medewerker is geworden en ook een AA-verleden heeft. En dan is er nog Syrische Wahdi, ooit manager bij een modeketen in Dubai, dienstweigeraar voor Assads leger, gevlucht naar Nederland en nu fietsenintermediair tussen kringloop en azc. En degeen die alleen al daardoor taal en cultuur van zijn nieuwe land veel sneller oppikt dan de meeste medevluchtelingen. Ik zag maar twee afleveringen en alleen al daarin zaten veel meer betrokkenen dan hier passen (nou ja, laat ik Tineke toch nog noemen, die met haast antieke huishoudspullen langs bejaardenhuizen voor dementerenden gaat en die als madeleines hun werk laten doen bij nauwelijks meer communicerende mensen – van wie sommigen vrolijk gaan lachen en van wie een meneer bij het zien van een schuimspaan zich vrolijk herinnert dat hij daar als stout kind mee geslagen werd). Kersttelevisie over een bijna-ruileconomie die tegelijk een nieuwe vorm van welzijnswerk is geworden. Loof de Heer en de VPRO.


Frank Wiering, Het succes van de kringloopwinkel, VPRO dagelijks van 25 tot en met 29 december, NPO 2, 21.10 uur