Het syndroom van Jeruzalem

Tel Aviv - Er woedt een vreemde ziekte in Jeruzalem. Zij trof in eerste instantie buitenlandse toeristen. Ze hoorden een stem uit de hemel, die zei dat ze de Messias of de Heilige Maagd waren. Een Duitse toerist werd naakt in de Judea-woestijn op de Westelijke Jordaanoever gesignaleerd terwijl hij onthutste passanten trachtte te dopen.

Toen de Palestijnse politie hem vond, zei hij dat hij Johannes de Doper was. Helaas had de man volgens de politierapporten geen identiteitspapieren en werd als bedrieger gearresteerd. Een Amerikaanse bodybuilder dacht dat hij Samson was en probeerde de stenen uit de Klaagmuur te rukken. Andere toeristen lopen in de oude binnenstad alleen gekleed in het hotellinnen, terwijl zij het evangelie verkondigen of de Tenach lezen. Eén ding hebben ze gemeen: ze zijn letterlijk bedwelmd door de Heilige Stad. De ziekte, die vooral bekendstaat als het Jeruzalem-syndroom, verspreidt zich als de rode hond door de stad.
Volgens professor Gregory Katz, als psychiater verbonden aan het Cfar Shaul psychiatrisch ziekenhuis, die een uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar het syndroom, zijn vooral joodse orthodoxe groepen en orthodoxe protestanten, evangelisten kwetsbaar. In Cfar Shaul werden al zo'n 470 noodgevallen met het syndroom behandeld.
Onlangs werden ook Israëliërs, vooral politici, door de ziekte getroffen. Het syndroom schijnt vooral hun realiteitsgevoel aan te tasten. Ze geloven dat zij zijn verkozen, als een soort ‘mini-messiasjes’, om het heilige woord te verspreiden. Dat woord zegt dat Jeruzalem zich overal bevindt. In het westelijk deel van de stad, in de oude binnenstad, in het oostelijk deel, in Sjeikh Jarah waar nu nog die Palestijnen, die indringers, wonen.
Voor velen strekt het woord zich uit tot buiten de stadsgrenzen. Shuafat, een Palestijns dorp, wordt een joodse buitenwijk. Ariel, de grootste outpost op de Westoever, is al een Israëlische stad. Dertig procent van Oost-Jeruzalem is inmiddels door zieke Israëliërs al onteigend voor de bouw van nieuwe joodse wijken. De ziekte woekert voort. Israëliërs denken dat de Jordaanvallei - een in 1967 door Israël bezet Palestijns gebied - bij Israël hoort. Zeventig procent van de C-zones op de Westoever is door onteigeningen, inspectiezones, militaire zones en veiligheidszones voor Palestijnen ontoegankelijk. De zieken roepen: ‘Het land van Judea en Samaria is van ons. God heeft het beloofd. Het joodse volk was hier tweeduizend jaar geleden. Hier zal het lot van het joodse volk beklonken worden.’
En de gezonde Israëliërs, degenen die nog niet door de ziekte zijn getroffen? Zij doen niets uit angst om door het syndroom besmet te raken. Wat niet weet, wat niet deert is het motto. Is er een remedie voor deze ernstige aandoening? Ja, zegt professor Katz. In de meeste door hem geobserveerde gevallen van de buitenlandse toeristen verdwijnt het syndroom als de patiënt Jeruzalem of soms zelfs Israël verlaat.