Het systeem

De Bosch PFS 65 is een soort draagbare stofzuiger die niet zuigt maar blaast. Veel makkelijker toch, om daar zestig vierkante meter muur mee te verven?

DE SCHILDER KWAM in een witte overall, spreidde kranten over de vloer, zette een paar ramen open, stalde kwasten uit en begon verf te mengen. Als hij een muur sausde, dan tipte hij de as van zijn sjekkie in de witte verf voor wat ooit ‘levend wit’ heette en tegenwoordig Traan, Cabaret of Thuis wordt genoemd. In Primo Levi’s Titaan (een verhaal uit Het periodiek systeem) vouwt de schilder ook nog een hoedje van papier. Het meisje dat bijna ademloos kijkt naar de man die de hele keuken nieuw maakt, ziet in hem een tovenaar. Hij maakt de keukenkast zo stralend en glimmend dat ze hem die allerbelangrijkste van alle kindervragen stelt: 'Waarom?’ Waarop hij na enig nadenken antwoordt: 'Omdat er titaan in zit.’ Zo krachtig is zijn magie dat ze zelfs niet uit de cirkel stapt die hij met een krijtje op de grond trekt om te voorkomen dat ze het vers geverfde hout aanraakt.
Nu is alles anders. De verf is watergedragen en heeft nog wel een kleurnummer, maar dat weten wij niet meer. Daarom vragen we naar Kiem of Kus. Zelfs kwasten zijn niet meer van deze tijd.
Omdat ik elk karwei aanpak met de inzet van een man die alles helemaal anders gaat doen, besloot ik mijn nieuwe studio te verven met de Bosch PFS 65. Dat is een 'verfsysteem’. Bij dat woord begint het bij mij van binnen te zoemen. Systeem zegt 'Umwertung aller Werte’. Systeem, dat is de Grand Unified Theory waar Albert Einstein zijn oude dag mee vergalde. Het is de Endlösung van alle problemen.
Ooit ben ik in het heilige der heiligen geweest van de firma Bosch. Voorafgaand aan een lezing voor de Adenauer Stiftung werd ik door een ernstig groepje Duitse mannen in antracietgrijze pakken ontvangen in een kantoor dat ik mij herinner als een orgie van smetteloos blond hout: de Robert Bosch Stiftung. Ik begreep niet goed waarom wij daar waren en mijn onwetendheid werd pijnlijk toen bleek dat ik ook niet op de hoogte was van Robert Bosch’ reputatie als Goede Duitser.
Zo wordt het verven van een muur nog een behoorlijk gelaagde bezigheid.
De PFS 65 is een draagbare stofzuiger die niet zuigt, maar blaast. Een spuitmondje wordt ingesteld op een verticale, horizontale of ronde verfnevel, het pistool gevuld met tien procent verdunde verf. Omdat ik alles altijd groot aanpak besloot ik tien liter in een keer te verdunnen en dat bleek niet zo'n goed idee. Boormachine en verfmixer vergeten, waardoor het een uur duurde voor ik met een eindje pvc-buis een emmertje water door de dikke 'dekt in een keer’ verf had geroerd.
Het is geen nieuw idee, het verfsysteem. De onderduikvader van mijn moeder kocht in de jaren zestig een Husqvarna stofzuiger van een colporteur. Destijds gingen er nog mannen met bezems, stofzuigers en naaigerei langs de deur. Nu ik erbij nadenk herinner ik me zelfs iemand die met papieren papaverbloemetjes langskwam. Het zal november zijn geweest en blijkbaar droegen wij toen nog een 'poppy’ om de gevallenen van WO I te herdenken. De stofzuiger van mijn grootvader was olijfgroen en op de gereserveerde reacties van mijn vader (werktuigbouwkundige) en mijn moeder (directiesecretaresse) demonstreerde hij de veelzijdigheid van het Zweedse wonder. Hij mocht dan niet goedkoop zijn geweest, maar je kon er zelfs mee verven. Mijn grootvader stak de slang in de uitlaat van de stofzuiger, klikte er een spuitpistool met glazen fles op en voor onze ogen ontvouwde zich een wereld van gemak en tijdwinst. Voorzover ik kan nagaan is er nooit iets anders mee gedaan dan stofzuigen.
Mijn PFS 65 is een ander lot beschoren.
Met het ding eenmaal om de schouders gehangen en ingeschakeld denk ik onweerstaanbaar aan de landende Starfighters die mijn grootvader en ik gingen bekijken op vliegbasis Twenthe. Oorverdovend gehuil. Een hoog gejank dat zeer bijdraagt aan de wens om de klus snel af te ronden. In mijn geval is daar geen sprake van. Ik heb zestig vierkante meter maagdelijke muur te spuiten en zelfs als dit apparaat vijftig procent tijd bespaart (zoals de firma Bosch belooft) ben ik nog een flinke tijd bezig.
Schilderen vereist techniek. Zelfs beroepsschilders beheersen die niet altijd meer. Ik heb er wel eens een gecorrigeerd, toen hij in mijn huis een deurlijst stond te kietelen: 'Niet duwen, maar strijken!’ De volgende dag kwam hij niet terug. De spuittechniek behelst een ideale afstand tot de muur (stoel, hek, fiets) die neerkomt op een handbreedte en een spuitbeweging die langzaam en regelmatig dient te zijn. Dat is niet zo makkelijk als je zou denken. Na zes vierkante meter ben ik één en al kramp en concentratie en is de muur een nogal streperig en nauwelijks gedekt geheel. Dat zet me aan het denken. Sinds een jaar of tien, vijftien kun je een keur aan extra dekkende verven kopen die in een keer een dikke, pigmentrijke laag aanbrengen. Dat lijkt me in tegenspraak met de verdunning die nodig is voor het verfsysteem en het wezenskenmerk daarvan: verneveling.
Als ik later die middag thuiskom, heb ik zes uur in de herrie van mijn draagbare stofzuiger gestaan en een muur achtergelaten die een onmiskenbaar luxaflex-effect vertoont.
'En?’ vraagt mijn echtgenote.
'Fantastisch’, zeg ik. 'Ik ga de trap doen en al het houtwerk en…’
Maar nooit meer een muur.


Primo Levi, Het periodiek systeem. Meulenhoff, € 12,50; Bosch PFS 65, ongeveer 110 euro

Dit is de eerste aflevering van een maandelijkse column over technologie