Interview: Bernard Welten

«Het systeem blaast zichzelf op»

Volgens de Amsterdamse korpschef Bernard Welten is de wens van het kabinet om de politie te centraliseren ook na de moord op Theo van Gogh een «historische vergissing». «Door de focus op terreur raak je op achterstand.»

Terwijl eerst de verwarring en later de razernij door Amsterdam giert, is de meldkamer van de politie een oase van ordelijkheid. Op de Linnaeusstraat ligt Theo van Gogh: dood. In het Oosterpark jaagt de politie op Mohammed B.: levend. In het hoofdbureau aan de Elandsgracht regisseert de mobilofonist de manschappen: geen onvertogen woord. Het is bijna choreografie voor het oor.

Een jaar na die 2e november klinkt dat onderlinge verkeer tussen de centrale leiding op het hoofdbureau en de decentrale uitvoerders in Oost nog indrukwekkender dan in de vroege novemberdagen van 2004. Dat komt niet alleen doordat snel duidelijk zou worden dat er tussen de decentrale overheid in Amsterdam en de centrale regering in Den Haag op geïrriteerde toon werd gesproken over informatieposities, uitwisseling van gegevens en zelfs rouwbeklag, kortom, over schuld en boete. De gedisciplineerde stem over de mobilofoon op 2 november 2004 is ook nog steeds imponerend omdat de toon illustreert dat er iemand aan het woord is die handelt, iemand die zich niet als een marionet gedraagt.

Die dinsdagmorgen is de tweede dag van Bernard Welten als hoofdcommissaris en korpschef van de Amsterdamse politie, waar hij in 1977 aan de Warmoesstraat zijn loopbaan was begonnen en in 1993 als chef recherche zijn aandeel leverde in de ontmanteling van een door de politie «gerunde» drugslijn, een ontmanteling die bekend zou worden als de IRT-affaire. Hij heeft zich laten briefen door voorgangers en welwillende burgers. Op die informele agenda’s is geen terrorist bij naam of toenaam langsgekomen. Die terrorist blijkt er in eens wel te zijn. Reden voor paniek. Het mobilo foonverkeer na «HB, hier de 404, er wordt hier geschoten» suggereert desondanks dat het een gewone herfst is.

«Mooi, hè», zegt Welten twaalf maanden later. «Dat is professionaliteit. Het is de kunst van de mobilofonist om overzicht en overwicht te houden. Naarmate er meer druk komt, worden zij rustiger. Want als er in de meldkamer onrust is, vindt dat zijn weerslag op straat. We hebben hem levend gepakt. We schieten niet om te doden maar om aan te houden. Als we van hem een martelaar hadden gemaakt, had dat eveneens zijn weerslag gehad.»

Bernard Welten is de derde korpschef in Amsterdam sinds de «emancipatie» van de Nederlandse politie, die in 1978 werd ontketend met het rapport Politie in verandering uit 1977. Architect én aannemer van de toen aangekaarte verbouwing van de politie – de sterke arm leefde indertijd nog in de jaren vijftig en had kwaaie dromen over de jaren zestig – was Erik Nordholt, die in 1987 (net als later Welten) vanuit Groningen naar Amsterdam kwam. Diens opvolger Jelle Kuiper was tussen 1997 en 2004 de korpschef die, zij het minder extravert, verder tekende aan het politiegebouw en intussen bouten en moeren aandraaide.

Er zijn verschillen. Nordholt (1939) at tussen de middag graag een stukje zeetong en dronk er soms een glas Elzas bij. Kuiper (1944) genoot van een Caballero-sigaret en zette zich naar een omschrijving van zijn leerling Welten «als een soort Socrates voortdurend onder druk met het stellen van vragen en het zoeken naar antwoorden die zijn omgeving niet altijd kon geven». Welten (1955) laat het bij een broodje en een glas melk.

Maar in hun voetspoor heeft hij meer pretenties dan de boel op orde houden. In mei dit jaar is onder zijn voorzitterschap het rapport Politie in ontwikkeling verschenen. Dat rapport is her en der geïnterpreteerd als een pleidooi vóór een nieuwe uniformering van het apparaat en tégen de klassieke soevereiniteit in eigen kring. Want is het kabinet-Balkenende ook niet bezig met één nationaal politiekorps en één ministerie voor Veiligheid? Een misverstand, afgaande op Weltens bijdrage aan de afscheidsbundel Rust’loos wakend voor Kuiper, waarin de huidige korpschef vóór de moord op Van Gogh al had geschreven dat het een «historische vergissing» zou zijn als de politie onder justitie zou gaan vallen. Die waarschuwing neemt hij ook na de moord op Van Gogh niet terug. Want onder het exclusieve gezag van justitie is de professionaliteit volgens hem niet in goede handen. Het zou de intellectuele bagage van de agent op straat juist kunnen gaan frustreren.

Bernard Welten: «Toen ik 2 november ter plaatse kwam, zei een agent: ik zal je even vertellen wat er is gebeurd. Vier minuten later zegt hij: by the way, ik heb zelf ook geschoten. Dat is professionaliteit. Daar geniet ik van. Het mo ment zelf was een incident.»

Incident? Buiten de politie was er meteen Haagse ruis.

«De ramp na de ramp: dat circus hoort er bij.»

Het was geen Amsterdams maar een Nederlands incident.

«Is waar. Maar Amsterdam is in de geschiedenis altijd de republiek binnen de natie ge weest. Dat vind je ook terug in het korps. We zijn nooit makkelijk geweest. Ook tijdens de IRT-affaire. Het verschil is dat ik me nu bijna dagelijks met terreurgerelateerde zaken moet bezighouden. Dat baart me zorgen. Terreur houdt ons elke dag bezig. Maar het is zeer de vraag of het de burger op dezelfde manier bezighoudt. De burger wil dat hij aan het einde van de dag zijn fiets nog heeft.»

In Den Haag is het parool niettemin: zoveel mogelijk in één hand.

«Je ziet een behoefte aan centralisatie. Het is goed dat de nationale recherche groot wordt en dat de AIVD, de DKDB en de NCTB (Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst, Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding – hs) groot worden. Allemaal prima. Maar let op. Er is meer dan terreur. Dat dreigt nu ondergesneeuwd te raken. In die opwaartse druk om alleen maar met terreur bezig te zijn, moet je niet uit het oog verliezen waar het ook om gaat. Natuurlijk wil je voorkomen dat mensen, met oorlog in de kop, straks ontbranden. Maar je wilt ook de vrede bewaren, tussen Marokkanen en niet-Marokkanen, tussen veelplegers en slachtoffers. Dat wordt nu als minder relevant be schouwd.

Ze zeggen: dat komt allemaal wel goed, dat valt wel mee. Dat valt helemaal niet mee. Wij moeten de community police inhoud blijven geven, wij moeten in de wijken zijn. Terreur woont immers ergens. Wij kenden Mohammed B. Waarom? Omdat de buurtregisseur hem kende. Je kan wel met z’n allen achter de computer gaan zitten, maar je moet het ruiken. Anders kom je in een spagaat. En een spagaat kan leiden tot een liesbreuk.»

Voert u geen achterhoedegevecht?

«Ik zeg alleen dat ik bezorgd ben.»

En ik dat uw zorgen niet zullen worden weggenomen.

«Het gaat me om elementaire dingen, om de dagelijkse criminaliteit. Wat zijn de meest criminogene factoren? Er zijn er drie. Toenemende anonimiteit, mobiliteit en grenzeloosheid. Vroeger hadden we ophaalbruggen, stadswallen en poortwachters om de narigheid buiten te houden. Er is geen verschil meer tussen in terne en externe veiligheid. Maar hoe wordt daar op gereageerd? Ten eerste overvragen we de politie: moet je alles wel doen? Ten tweede is er de prestatiedruk: er is een grens aan het aantal bordjes dat je op stokjes kan laten draaien. Ten derde gaat de fragmentatie door: je hebt 55.000 politiemensen plus veel toezichthouders, 25.000 buitengewone opsporingsambtenaren, 25.000 particuliere beveiligers. En ieder zichzelf respecterend ministerie heeft zijn eigen opsporingsapparaat.»

Fragmentatie? Iedereen heeft de mond vol van centralisatie. Wie houdt wie voor de gek?

Bernard Welten: «Stelt u die vraag aan mij? Donner vindt dat we moeten centraliseren, maar wil hij dat eigenlijk wel echt? Waarom zijn er twee ministeries bezig met die centralisatie? En alle departementen hebben ook nog eens hun eigen veiligheidspoot. Ga me dus niet vertellen dat er geen fragmentatie is.»

Daarom willen ze er één ministerie van maken.

«Dat doen ze echt niet. Ik weet nog steeds niet voor welk probleem ze een oplossing zoeken. En helemaal niet of het dan veiliger wordt. Niemand kan me uitleggen wat het probleem is. Maar ik snap het wel. Ze willen er in Den Haag over gaan. Nou, zeg dat dan. En ga me niet uitleggen dat het dan ook efficiënter en effectiever wordt. De bureaucratie gaat alleen maar toenemen.»

Het is wel handig. Als er één de baas is, heeft er ook maar één de schuld.

«De trend is inderdaad: we gaan centraliseren en dan gaat het beter. Kijk naar de zorg, naar het onderwijs. Is het er beter van geworden? Op scholen is het hoe dan ook niet gezelliger. In Nederland zetten we eerst een structuur neer en dan… Het is een illusie dat het dan beter gaat. Ondertussen ben ik hieraan wel erg veel tijd kwijt.»

U bent na één jaar dus al gevangen in hun systeem?

«Fijn dat u dat zegt. Daar probeer ik voortdurend bij weg te blijven. Ik zie de druk. Ik loop niet de hele dag vervelend te doen in Den Haag, maar het leidt wel af.»

Ze blijven u de komende jaren afleiden, met die discussies over nationale politie enzovoort?

«Het kabinet heeft besloten tot een nationale politie. Maar er is nog een lange weg te gaan. Is er één discussie geweest of en waarom de Fiod (Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst – hs) en andere opsporingsorganen al dan niet moeten opgaan in die ene nationale politie? Waarom de Koninklijke Marechaussee niet zal meegaan? Ik zeg het niet, maar ik weet wel waarom dat niet gebeurt.»

Om hun belangen in stand te houden. Tijdverspilling.

«Dat is voor uw rekening. Ik zie alleen een be weging waarop ik niet zit te wachten omdat die niet helpt. De politie spreekt tot de verbeelding. Je moet kunnen zeggen dat je daarover gaat.»

Met als gevaar dat de politie gepolitiseerd wordt?

«De politie is volledig gepolitiseerd. We zijn natuurlijk ondergeschikt aan het bevoegd ge zag, maar we willen wel gezag houden over onze eigen professionaliteit. Als je dat aan de overheid overlaat, zouden we vooral breed ge schouderd zijn en zou onze intellectualiteit niet erg groeien. Maar in dit korps moet binnen zeven jaar twintig procent van de politiemensen op hbo-niveau zitten. De complex iteit neemt zo toe dat we competenter moeten zijn. Van een buurtregisseur wordt veel meer ge vergd dan in de tijd van Pistolen Paultje. Maar dat is in Den Haag nooit aan de orde. In de Ka mer gaat het alleen over: hoeveel hebben we er?»

Wie zijn wel uw bondgenoten?

«Uiteindelijk de burgers.»

Ik zie u niet aan het hoofd van een demonstratie achter een spandoek lopen.

«Dat is waar. Maar ik ben niet naïef. Ik snap de politieke belangen. En ik vrees dat we ons zo op achterstand laten zetten, omdat iedereen gefocust is op terreur. Als terreur het enige be langrijke is, raak je op achterstand. Vorig jaar hadden we het nog over veelplegers. Je hoort er niets meer over. Veelplegertje? Ach! Hoewel 68 procent van de dagelijkse criminaliteit de schuld is van veelplegers.»

Grote projecten zuigen altijd de besten aan. Dat is opwindend. De mindere goden worden afgescheept met de lopende zaken. Dat geldt voor u ook? U moet zich bezighouden met de centraliseringstendens en hebt minder tijd voor de straat.

Bernard Welten: «Dat is waar. Daarom ben ik bezorgd.»

Intussen gaan ze in Den Haag gewoon door met apparaten bouwen. U wordt Bromsnor voor de veelplegers.

«Nou, daar is het werk toch echt te complex voor. Het probleem is dat er wordt bestuurd aan de hand van incidenten. We hebben alleen nog een korte termijn en geen lange termijn meer. Als er een incident is met mensenhandel: jongens, er komt een team. Dat doen we met alles. Die schieten als paddestoelen uit de grond. Dat fragmenteert de functie van de politie. Probeer eens de rust op te brengen om niet elke week nieuwe prioriteiten te stellen.»

Dit is de omgekeerde wereld. Vroeger was de politie opgewonden, justitie al wat rustiger en de rechter kalm. U gedraagt zich nu als een kalme rechter terwijl de anderen als dolle honden van incident naar incident hollen.

«Klopt. We kijken niet goed. En we zijn slecht in geschiedenis. In 1977 had Amsterdam het probleem van de verslaafde die overlast veroorzaakte. We zijn nu dertig jaar verder. En? We hebben ze nog steeds. Nou, dat probleem is dus knap opgelost. We houden elk jaar een Arena vol met mensen aan, een stadion tijdens een behoorlijke wedstrijd. In Nederland zijn we er goed in problemen de procedure in te douwen.»

Komt het nog wel goed met zulke zenuwlijders die zich met de politie bezighouden?

«Uw woorden. Ik herken wel een beetje dat het systeem onder druk staat. Dat systeem is alleen bezig met damage control, geen gedoe, met wegwezen. Het systeem is zichzelf aan het opblazen. De overheid trekt zich terug. Maar de burger wil het helemaal niet zelf regelen. We eisen mooi weer, zo niet dan begrijpt Erwin Kroll er ook niets van.»

Een systeem dat zichzelf opblaast: voor een antropoloog interessant, niet voor een korpschef.

«Probeer nou eens onder die deken te kijken, waar men elkaar bezighoudt.»

Weer een reden voor Den Haag om geïrriteerd te zijn.

«Het zijn je vrienden die zeggen dat je vuile oren hebt. Het is niet erg om nu en dan een beetje narrig te zijn. Het is veel erger als je het niet met elkaar oneens mag zijn.»