Het tentgevoel

Tentententoonstelling: 13-22 juni Oerol Festival, Terschelling; 27 juni - 10 juli De Paasheuvel, Vierhouten; 5- 20 juli Documenta, Kassel. Internet: http://www.sporades.nl
Je één keer per jaar een nomade te voelen en terug te keren in de moederschoot der natuur, zonder de bescherming van een stenen huis en een gemeenschap van soortgenoten, dat is een droom die een grote massa Nederlanders tracht te verwerkelijken. Hoe meer Jantje Beton met zaktelefoon, des te kampeerder op survival in de Pyreneeën. Alleen de tent houdt de band met de beschaving in stand en zorgt ervoor dat de verhouding tot moeder natuur een tijdelijke en vrijblijvende blijft.

Dat de tent als symbool voor deze verhouding tot nadenken stemt over verplaatsbaarheid en illusoire omhulsels, heeft kunstenares Joke Beltman het initiatief doen nemen tot een reizende kunsttentententoonstelling.
Zet een stel willekeurige kunstenaars aan het werk op het thema ‘tent’ en de meest uiteenlopende ideeën rollen eruit wat betreft materiaal, vorm, type en concept. Een circustent is ook een tent, een picknicktent eveneens, en zelfs een autohoes voldoet aan de definitie 'omhulsel van doek’. Een hotel of kathedraal kun je ook als tent fabriceren; je kunt ook tenten maken in de vorm van een zebra of van een onderbroek voor een octopus.
Voorts is een tent aanleiding tot reflectie op de relatie tussen binnen en buiten en tussen mens en natuur. Binnentent van Marieke van Diemen is een tent in de vorm van een tafel en twee stoelen: onbruikbaar om mee te kamperen, maar uitnodigend tot peinzen over wat nu eigenlijk een tent is: een doek over wat willekeurige stokken wat symbool staat voor 'buiten wonen’. Met een tent ben je in de natuur, maar houd je die natuur mooi buiten.
Jolande Kooijmans maakt dit eenrichtingsverkeer duidelijk met een tentje van doorzichtig pvc, dat aan de buitenkant spiegelt; lekker naar buiten kijken zonder gezien te worden.
Daarentegen nodigt B. Denboer de natuur juist uit eens een kijkje binnen te komen nemen. In zijn tent probeerde hij met suiker insecten te lokken door openstaande fuiken, hetgeen in de Hortus Botanicus van Leiden (de eerste pleisterplaats van de expositie) een wespenkoningin verleidde tot het bouwen van een nest. Helaas zorgde dat weer voor overlast voor de omwonende, zodat nest en suiker weer werden buiten gesloten. In dit perverse geval had de cultuur buiten last van de natuur binnen.
Helemaal buiten zijn de vier losse zijden van Michiel Wamelinks tent, bedrukt met vier geheel verschillende aanzichten van de Matterhorn, als een soort weerkaatsing van de blik van de kamperende toerist die eigenlijk geen beschutting nodig heeft, maar alleen een gemarkeerde plek in het landschap. Van het uitzicht genieten is je het uitzicht toeëigenen, omdat we geen deel uitmaken van hetgeen ons omringt. Nu de natuur geobjectiveerd is, gereduceerd tot inzicht, kunnen we niet anders dan haar met onze blik onderwerpen. De tent is een technisch instrument dat ons in staat stelt dat te doen en tegelijk gevrijwaard te blijven van tegenactie van de kant van de natuur. Zon, regen, wind en beesten hebben geen gelegenheid meer ons onbeschaamd gegluur passend te beantwoorden.
Oudgediende Cornelius Rogge is voor de tentoonstelling uitgenodigd vanwege de tentsculpturen die hij al twintig jaar geleden maakte voor het Kröller-Müller Museum. In plaats van een volledige tent van natuurlijk materiaal legde Rogge dit keer een flinke stapel stammen neer met de aanbeveling: 'Zelf op te richten tent’. Ondanks het doe-het-zelfkarakter lijkt dit potentiële onderkomen eerder op zoek naar de echte nomade, die het dak boven zijn hoofd bitter nodig heeft in de strijd om het naakte bestaan, dan naar de verwekelijke Camel-man die beperkt avontuur kiest uit onbewuste nostalgie naar de oorspronkelijke eenheid met de natuur.