De barbaar uit het Oosten

Het testament van Peter de Grote

Hoewel de Russische politiek van de afgelopen tweehonderd jaar eigenlijk vooral tot mislukkingen heeft geleid, is Rusland in onze verbeelding een destructief en agressief monster.

Medium world around 1900

In mijn kinderjaren, hartje Koude Oorlog, koesterde ik een vreselijk beeld van communisten, Russen en anderen die in Oost-Verweggistan woonden. Dat beeld was een combinatie van verschillende clichés. Daaronder dat van duivels uit de katholieke leer en, vanzelfsprekend, van communisten uit ondertussen meer dan een halve eeuw oude anticommunistische propaganda. Als ik mijn ogen dichtkneep en aan die engerds dacht, zag ik zoiets als een bok met een mes tussen zijn tanden, rode ogen en een afgrijselijke grimas. Het wezen, zo vermoedde ik, kon elk moment via de achterdeur de keuken binnenstappen.

Hoewel ik het propagandistische karakter van het beeld vermoedelijk wel doorzag, duurde het lang tot ik begreep hoe ver het verwijderd was van de werkelijkheid. Helaas is dit om twee redenen niet eenvoudig hard te maken. De ene is dat westerse propaganda altijd de neiging heeft gehad het Russische gevaar te overdrijven. De andere dat de Russen om voor de hand liggende redenen ook zelf altijd hoog van hun kracht opgegeven hebben. Anders gezegd, geen van beide beeldbepalende partijen had belang bij de waarheid, beide hadden belang bij overdrijving. Dat er wat betreft de late Sovjet-Unie daadwerkelijk sprake was van overdrijving werd in de jaren tachtig van de twintigste eeuw pijnlijk duidelijk toen bleek dat de Russen zelfs niet in staat waren een oorlogje in buurland Afghanistan te beslechten. Bij nader inzien weten we dat het een teken was aan de wand: aan het eind van die jaren tachtig bezweek de ‘grootmacht’.

De veronderstelde gevaarlijke kracht versus de feitelijke door opschepperij verborgen zwakte is een constante in de Russisch-Europese verhoudingen. Ik zal me hier beperken tot het eerste onderwerp: de gedachte dat Rusland voor Europa een gevaar is.

Een van de eersten die dit met zoveel woorden betoogde was de Franse publicist Charles-Louis Lesur, auteur van Des progrès de la puissance Russe. Dit boek verscheen in hetzelfde jaar dat Napoleon naar Rusland trok en was ook rechtstreeks door deze daad ingegeven – veelschrijver Lesur was op het moment van publicatie werkzaam op het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken. De boodschap van zijn boek was dan ook eenvoudig: de barbaar ligt aan de grens; als hij niet gestopt wordt, zal het met Europa slecht aflopen. Ter illustratie hiervan citeerde Lesur uit het testament van Peter de Grote (1672-1725). Daarin staat volgens Lesur dat Rusland in een permanente staat van oorlog gehouden moet worden. Soldaten blijven daardoor onder de wapenen en kunnen bij de eerste de beste gelegenheid naar het Westen optrekken. ‘Doe al het mogelijke, via kracht of list, om de chaos van Europa te bevorderen.’

Succes is verzekerd, schreef de tsaar, en Europa is een gemakkelijke prooi. ‘Toen ik aantrad was Rusland een beek. Ik laat het land achter als een stroom. Maar mijn opvolgers zullen er een zee van maken.’

Het testament van Peter de Grote is een vervalsing of beter: de toeschrijving is vals. In feite gaat het om een tekst die (aldus een van de varianten van het verhaal) een Poolse generaal in 1797, kort na de derde Poolse deling, aan het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken had overhandigd en die door Lesur/Napoleon eenvoudigweg gebruikt werd om de invasie van Rusland te rechtvaardigen.

Het was niet de enige keer dat het testament gebruikt werd om een anti-Russisch sentiment te propageren. Het gebeurde minstens vier keer meer: tijdens de Krimoorlog van 1853-56, tijdens de Russisch-Turkse Oorlog van 1877-78 en tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. In het laatste geval was de aanleiding een lezing van de Duitse historicus Wilhelm Schüssler op 21 november 1941 in Berlijn. De titel van deze lezing luidde Von Peter dem Grossen bis Stalin: Die russische Drohung gegen Europa.

Hitler hoorde ervan en beval volgens de aantekening van een perschef van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken meteen een zo breed mogelijke verspreiding in de Duitse pers. Dit met de teneur dat de imperialistische politiek van tsaar Peter de Grote de richtlijn was van zowel de Russische politiek vóór de oorlog als van de politiek van Stalin. In goed nazi-Duits: ‘Bolschewistische Weltherrschaft und slawischer Imperialismus haben sich in Stalins Politik die Hand gereicht.’

Hitlers opdracht drong ook door tot de Nederlandse pers, onder meer tot de eens socialistische krant Het Volk. Al op maandag 24 november 1941 plaatste deze naast een bericht over Duitse terreinwinst bij Moskou een artikel met de kop ‘Van Peter den Groten tot Stalin. Twee eeuwen Russisch imperialisme’.

Tijdens je reizen door Rusland word je nooit alleen gelaten. De staat kijkt altijd mee. En buitenlanders worden voorgelogen
***

Ook na de oorlog vind je nog verwijzingen naar het vervalste testament van Peter de Grote. De Amerikaanse president Harry Truman bijvoorbeeld was overtuigd van de juistheid ervan. De Telegraaf van 11 februari 1955 drukte het testament zelfs in zijn geheel af. Weliswaar vertelt de niet nader genoemde auteur erbij dat het een vervalsing betreft maar, zo voegt hij eraan toe: ‘Wanneer men dit testament doorneemt, slaat de lezer welhaast de schrik om het hart. Of de opvolgers van Peter de Grote (wiens nagedachtenis ook onder het sovjetregime in hoge eer wordt gehouden) hebben zijn politieke doelstellingen rücksichtslos uitgevoerd, óf lieden uit de omgeving van Napoleon hebben met heel wat meer vooruitziende blik dan de westerse staatslieden dezer eeuw deze vervalsing als ernstige waarschuwing de wereld in gestuurd.’ De boodschap was hoe dan ook duidelijk – en ondertussen ook klassiek: de barbaar staat aan de poort!

Want in de schaduw van de napoleontische propaganda was dit gedurende de negentiende eeuw het steeds weer gehoorde verhaal. Voorbeelden te over. Beelden eveneens. Fraai is een begin-negentiende-eeuwse Franse allegorische prent met Goya-achtige trekken. Daarop is een gelijktijdige invasie van Russische barbaren én van de cholera te zien. De kleine Europese mensjes staan machteloos tegenover de, letterlijk, reusachtige horden.

Een van de bekendste, negentiende-eeuwse verspreiders van het beeld van de levensgevaarlijke Rus was Astolphe-Louis-Léonor, beker bekend als de markies van Custine. Hij is een van vele zo goed als vergeten romantische schrijvers die leefden in de schaduw van Honoré de Balzac, Victor Hugo en François René de Chateaubriand. Niettemin had Custine één keer succes. Dat was met zijn in 1843 gepubliceerde La Russie en 1839, een reisverhaal in de trant van het enige jaren eerder verschenen, succesvolle boek van Alexis de Tocqueville over Amerika. Maar anders dan in dat werk stond in het boek van Custine weinig vriendelijks. Integendeel. Feitelijk is La Russie en 1839 één lange scheldkanonnade.

Medium sharpenitsclaws

Zo schrijft Custine dat Rusland voortdurend in staat van beleg is. Alles is er verboden behalve wat uitdrukkelijk is toegestaan. Russen missen elk gevoel voor rechtvaardigheid. Ook stelt Custine dat je tijdens je reizen door Rusland nooit alleen wordt gelaten. De staat kijkt altijd mee. Verder worden buitenlanders systematisch voorgelogen. Russen zijn despoten en bedriegers (oosterlingen). Ze zijn fanatiek, barbaars en wreed (Mongolen), agressief (Tartaren) en niet te vergeten ketters (Byzantijns).

Custine’s boek werd een succes. In 1846 verschenen een derde en een vierde, in 1854 een vijfde druk. In België werd een pirateneditie gepubliceerd terwijl er vertalingen in het Duits, Engels, Zweeds en Russisch gemaakt werden – die laatste werd vanzelfsprekend verboden. Het succes laat zich eenvoudig verklaren. Sinds het Congres van Wenen had Rusland een vinger in de Europese pap. Tegelijkertijd was het land onder tsaar Nicolaas I door en door autocratisch gebleven. Het ging niet mee in de Europese modernisering. De combinatie werd als buitengewoon bedreigend ervaren. Wat als die Russische vinger in de Europese pap nu eens een hand werd, een arm of eventueel nog meer?

***

Een vergelijkbare angst verklaart dat Custine’s werk hetzelfde lot onderging als het testament van Peter de Grote: het dook in de anticommunistische propaganda opnieuw op. Dit gebeurde onder meer in een klein boek van een van de belangrijkste architecten van de Koude Oorlog, de Amerikaanse diplomaat en historicus George F. Kennan. Hij publiceerde in 1971 The Marquis de Custine His ‘ __Russia in 1839’. De teneur ervan laat zich raden en onderscheidt zich nauwelijks van het voorwoord dat Karel van het Reve enkele jaren later bij een Nederlandse vertaling van een bloemlezing uit het boek schreef. Er was volgens Van het Reve sinds de tijd van Custine weinig veranderd. ‘Ik heb zestien dingen genoteerd die hij [Custine] gezien heeft, dingen [lees: negatieve kwalificaties] die naar je zou denken iedereen in Rusland opmerkt maar die je voorzover ik weet nooit alle zestien in één boek bij elkaar ziet.’

Volgt een opsomming van alomtegenwoordige misère met omschrijvingen als (opnieuw) ‘afwezigheid van enig gevoel voor rechtvaardigheid’, ‘de staat van beleg als normale toestand’, ‘het grote liegen’ en nog zo wat ellende. ‘Ik schreef hierboven dat Custine’s boek in het Westen een groot succes was, en nog steeds is’, merkt Van het Reve op. Dat is, zo vervolgt hij, ‘omdat de mensen steeds weer getroffen worden door de opmerkelijke gelijkenis van Custine’s negentiende-eeuwse Rusland met de Sovjet-Unie van de twintigste eeuw.’ Van het Reve schrijft verder: ‘Interessant is dat niet alleen Custine’s boek erg aan de Sovjet-Unie doet denken, maar dat ook de Russische reacties bij het verschijnen van La Russie en 1839 veel lijken op Russische reacties op soortgelijke boeken in onze tijd.’

Ach ja, wetenschap, wijsheid en propaganda, ze houden wel van een rondedansje.

Hoezo een gevaarlijk land dat elk moment de poorten van Europa in kan trappen? Veelal blijft het bij een beetje rammelen aan de buitendeur

Na de Krimoorlog (over de verdeling van het desintegrerende Turkse rijk) werd het beeld van een agressief en barbaars Rusland gemeengoed. Een wel heel fraaie illustratie hiervan is het werk van Bram Stoker. Zijn belangrijkste bedenksel kent iedereen: Dracula. Weliswaar is elke interpretatie over het ontstaan van het Dracula-verhaal speculatief, onmiskenbaar is dat grote delen ervan gesitueerd zijn aan de Europese oostgrens, onder meer in Transsylvanië. Vandaar de gedachte dat Stoker met zijn afschrikwekkend personage de bedoeling had een literaire vertaling te geven van de in Engeland alomtegenwoordige angst voor Rusland en omstreken.

Die angst was in Engeland des te groter omdat Rusland niet alleen de Europese maar ook de koloniale delen van het Britse rijk, India voorop, bedreigde. Ook dit toont zich het duidelijkst in een plaatje, in dit geval een kaart uit 1877. Daarop wordt Rusland afgebeeld als een inktvis. Het beest houdt heel de omgeving in zijn tentakels. Het zal niet verbazen dat ook dit beeld later herhaaldelijk terugkeerde.

***

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging de verbeelding van een destructief en agressief Rusland een nieuwe fase in. Hierbij ging de angst voor de tsaar naadloos over in de angst voor de communist – ‘Van de witte naar de rode tsaar’, zoals de Katholieke Illustratie kort na de Russische Revolutie op de cover kopte. Eenmaal zo ver en zeker na de opkomst van het nationaal-socialisme was er geen houden meer aan en duikelden de negatieve beelden van Slaven, Tartaren, communisten en andere ‘gevaren uit het oosten’ over elkaar. Voor nuance was geen plek meer. De voorstellingen konden, letterlijk en figuurlijk, niet zwart genoeg zijn.

In feite werd deze lijn na de nederlaag van het nationaal-socialisme gewoon voortgezet. Tegelijkertijd drong zich steeds sterker de vraag op wat er van het beeld klopte. Want eigenlijk hadden de Russen in tweehonderd jaar maar twee oorlogen ‘gewonnen’ – dit woord tussen aanhalingstekens: tegen Napoleon én tegen Hitler. Maar beide waren verdedigingsoorlogen waarbij kracht vermoedelijk een minder grote rol speelde dan omstandigheden, waaronder in de eerste plaats weersomstandigheden.

Het is waar dat ‘de Russen’ succes hebben gehad bij de verspreiding van een ideologie: het communisme. Maar het is de vraag of dat niet eerder de verdienste was van die ideologie dan van de Russen. Verder heeft de Russische politiek in de loop van twee eeuwen eigenlijk vooral mislukkingen te zien gegeven. De Krimoorlog werd verloren. De Russisch-Japanse oorlog van 1905 werd verloren. De Eerste Wereldoorlog leverde niets op – ja, revolutie en een land in chaos. De Tweede Wereldoorlog liet het land totaal verwoest achter, al zorgde hij wel voor een flinke buffer. De Afghaanse oorlog werd een mislukking. Hoezo een levensgevaarlijk land dat elk moment in staat is de poorten van Europa in te trappen? Veelal blijft het bij een beetje rammelen aan de buitendeur.

Dat dit gerammel vervolgens zo hard klinkt komt vooral door ons geroep erover, onze angst. Vandaar de onvermijdelijke vraag: gebeurt dat op dit moment, naar aanleiding van de Oekraïne-crisis en alles wat in het verlengde daarvan ligt, ook? Is een man als Poetin tot meer dan gerammel in staat? Ik weet het eerlijk gezegd niet. In ieder geval maakt de geschiedenis sceptisch.

In oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, zei Winston Churchill op de radio dat hij er geen idee van had wat de Sovjet-Unie zou doen en noemde het land ‘a riddle, wrapped in a mystery, inside an enigma. But perhaps there is a key’, voegde hij eraan toe. Hij noemde die ‘key’ het ‘Russisch nationaal belang’.

Ik denk dat Churchill zich vergiste. De raadselachtigheid van Rusland is gelegen in een alomtegenwoordig gebrek aan nuchterheid, dat wil zeggen in een combinatie van fantasievolle propaganda aan onze kant en gefrustreerde opschepperij aan Russische kant. ‘Rusland’ is vooral zo vreemd en ongrijpbaar omdat het eerst en vooral bestaat uit een opeenstapeling van beelden. Die beelden zeggen wel iets over de Russische werkelijkheid, maar ze zeggen vooral iets over ons, in het bijzonder onze angsten, en over datgene wat Rusland in de ogen van zijn machthebbers zou moeten zijn, maar niet is, en dat juist daarom beklemtoond wordt.

Zo’n actieve, van alle kanten gestimuleerde beeldvorming vormt welhaast vanzelfsprekend een raadsel – ze is immers niet tastbaar of controleerbaar. En zo’n raadsel op zijn beurt leidt tot onzin en fantasie, over een bok bijvoorbeeld die met een mes tussen de tanden, rode ogen en een afgrijselijke grimas elk moment de keuken kan binnenstappen.


Beeld: (1) Een Japanse kaart uit 1900; (2) New York Sunday News, 1938