Kaddisj voor het geweld, door Tom Lanoye

Het theater van de wreedheid

Waarom zijn er zo weinig bejaarde moslim- en andere zelfmoordmartelaren? Waarom vallen oude mannen – afstotelijk, en toch al met één voet in het graf – niet massaal voor de lokroep van een feestelijk hiernamaals, getapisseerd met zes dozijn frisse maagden?
Omdat zij beter weten. Daar dient een lang leven voor: om beter te weten als je oog in oog staat met de ideoloog. Het eigen gebeente, niet andermans gedachtegoed – dát wordt de mens dierbaarder naarmate hij gaat knarsen of ontkalken. Gulheid en overmoed, die horen bij de bloesem van het leven. Bij verwelking passen vrekzucht en reserve, het ware elixer van de hoge leeftijd.

De backlash der culturen
Een bruid op wittebroodsweken? De meeste oude venten hébben dat al eens meegemaakt. In het echt. Ze verlangen daar liever nostalgisch naar terug in plaats van het allemaal nog eens te beleven, zeker als de maagden met z’n tweeënzeventigen zijn. De realiteit van relatievorming staat dan, zeg maar, de tomeloze liefde in de weg.
Oude mannen kennen en wantrouwen het leven zoals het is – en desondanks, dat is de paradox, klampen zij zich eraan vast, met af brokkelende nagels en een gammel kunst gebit. Jonge mannen kennen van het leven alleen de belofte, maar hoe minder ze ervan weten, des te hooggestemder zijn hun verwachtingen en regelrechte eisen. Desondanks, en dat is hún paradox, zijn ze bereid die hoge verwachtingen en zichzelf te doen ontploffen zodra ze niet voor de volle honderd procent hun goes ting krijgen. Het compromis is aan de halfwas niet besteed. Daarom is hij ook een halfwas.
En daarom is hij ook zo populair bij ronselaars en volksmenners – altijd op zoek naar afgetraind kanonnenvlees dat zich enthousiast voor hun karretjes wil laten spannen, desnoods alleen voor de kick van het draven. Al bert Speer was niet alleen de architect van het Derde Rijk, zijn biografen vermelden steevast dat hij als «geniale organisator» bij het opzetten van overheidsdiensten en productielijnen weigerde om zelfs maar diensthoofden te benoemen van ouder dan veertig, laat staan loopjongens of kantoorslaven. Over een visionair gesproken – ook een duizendjarig rijk is maar een multinational op zoek naar een dynamisch management, vrij van sentiment.
Zelfs vijfendertigers vond Speer al verdacht qua rendement en loyaliteit – tenzij het ging om zichzelf en zijn geliefde Alte Führer, na tuurlijk. Sommigen blijven nu eenmaal puber, tot ze ten onder mogen gaan met Wagner in de oren, de brand van een metropool in de neus en het bloed van steeds jongere Jugend-groepen aan hun klauwen.
Nieuw is dat niet. De demagoog en de ijzervreter rekenen al eeuwen op de Sturm und Drang van wie sneller wil kunnen lopen en harder wil kunnen slaan dan zijn verwekker. Vadermoord is de oudste soldij. Politieke stokebranden – vaak zelf meervoudig vader – zetten al eeuwen een ruilhandel op tussen oud en jong in uniform. De oudere offreert ideologische zuiverheid aan de jongere, die per se zijn handen vuil wil maken om de slapheid aan te tonen van zijn voorgangers. De generatiekloof is de lekkerste soldatenkoek.
En het smakelijkste beleg is de eigenliefde. De jongeling, indien al een patriot, is bovenal een patriot van het Zelf. En hoe viert het Zelf zichzelf het meest – tenzij door zichzelf op te blazen, letterlijk en figuurlijk? De averechtse pedagogen van kerk en vaderland spelen maar al te graag in op dat narcisme. Zij houden hun meest vleiende spiegels klaar voor Narcissus – lichamelijk niet meer, mentaal nog helemaal een kind. Van peuter tot slungel blikten jarenlang, in bewasemde vitrines, onbeduidendheid en pukkels naar hem terug. Nu, zomaar, opeens – geprojecteerd op een zilveren doek van heiligheid en gevat in een gouden lijst van heldendom – lacht een uitverkorene terug. Een radicale engel, pardoes gereed voor een glansrol op het voortoneel van de geschiedenis.
Van schlemiel naar idool, zonder andere in zet dan het vege lijf, en zonder andere inspanning dan het vergooien ervan. Zo kweekt ook Big Brother zijn vedettes op tv: «Je hoeft niets te kunnen, je bént al een ster, zomaar, zonder dat je het wist – zolang je maar voldoende rondloopt met je blote reet naar de camera toe.»
Katapulteer dit entertainmentmotto naar een echt strijdtoneel, waar ook ter wereld, en je krijgt dodelijke psalmen vol zelfvernietigingpoëzie. «Niet alleen het leven heeft betekenis. Het vrijwillig gegeven bloed is zoveel kostbaarder en schoner!» Een dubbele haiku, zo lijkt het wel, van Osama bin Laden of crazy imam Captain Hook. Het zijn woorden uit 1942, uitgesproken in Vlaanderen, bedoeld om vrijwilligers te werven voor de strijd bij Stalingrad. Ze werden uitgesproken door Hendrik Elias, leider van het Vlaamsch Nationaal Verbond en opvolger van Staf de Clercq, verstokt nazi-collaborateur en antisemiet. Ieder tijdperk heeft de Oostfronters die het verdient.
(Voor die van ons wordt binnenkort een ereparkje ingehuldigd, in het Waaslandse Stekene, een steenworp van mijn geboortestad vandaan. De woorden «martelaren», «geloof» en «vaderland» zullen niet van de lucht zijn, alsook «opoffering», «volk» en «vijand»… De groot ste woorden zijn het meest inwisselbaar, juist wanneer culturen zeggen te botsen.)

De goulash op de muren
Maar de broekjes zelf gaan niet vrijuit. Onzekerheid en geldingsdrang? Die kun je ook botvieren op een gameboy of een sportveld, in plaats van op eigen en andermans lijf. Waar komt de jonge passie dan vandaan voor politiek geweld – en geweld tout court?
Ik geloof de linkse mantra niet van sociale frustratie en economische achterstelling als enige verklaring. Vijftig jaar geleden stamden in Japan de kamikazes uit de best gesitueerde families. De bloem, en niet het schuim der na tie. Ook Osama bin Laden is niet bepaald af komstig uit een armlastig boerengezin, zíjn zelf moordpiloten evenmin. Zij beschouwen zich juist als de fine fleur. Hun strijd is ver verheven boven het banale gewoel van de massa’s voor wie ze zeggen te strijden. Dat hebben ze alvast gemeen met wijlen Ulrike Meinhof en haar moordende Duitse intellectuelen: talent voor betutteling. Het is het eerste criterium waaraan een terrorist moet voldoen. Het helpt om de slachtoffers te verantwoorden op het conto van zijn zendingsdrang.
Joschka Fischer en Daniel Cohn-Bendit (even min typische arbeiderskneuzen) behoorden ooit tot middens van Meinhof maar zij sloten de compromissen die Ulrike aan diggelen verkoos te kogelen. En zie: waar ligt bij voorbaat de sympathie van het jonge volkje – voorzover ze de naam Ulrike Meinhof nog kennen?
Net als bij hun andere helden geldt ook hier: wie levert hun de heftigste mythes op, en de knapste posters? En dat is niet de zorgelijk kijkende Joschka Fischer, kampend met over gewicht en met een ei vol verf opengespat op zijn oor. Het is de eeuwig jonge Amazone met een machinegeweer en een strijdbare baret. Of verwar ik Ulrike nu met Patty Hearst? De Amerikaanse miljardairsdochter die – in de jaren zeventig gekidnapt in Berkeley – deelnam aan de dodelijke bankovervallen en mislukte bomaanslagen van de Symbionese Liberation Army. (Zelfs de naamgeving van terreurgroepen was vroeger hipper.) De SLA was een schimmige linkse terreurgroep met een eisenpakket dat op Live8 niet zou zijn weggefloten, indien het maar op een passend deuntje was gezet.
Nu ja, Ulrike of Patty – of Uma Thurman op de billboards voor Kill Bill – voor een poster maker komt dat allemaal op hetzelfde neer. De nood aan een vrouwelijke icoonpendant van Che Guevara – zelf reeds een restyling van Jezus Christus en een paar andere profeten van de strekking «Wie niet voor mij is, is tegen mij». Door het noodlot begenadigd met de juiste dood en prima timing blijft Che voor immer de fotogenieke jonge geneesheer en vrouwenzot die koos voor de weg van het gepermitteerde geweld. Hij wilde immers alleen maar zijn idealen waarmaken, ten dienste van het volk. Hij is bij het volk inmiddels bekender als vignet op rumflessen dan als strijdmakker van Fidel Castro.
Zo komen we uit bij een heel andere verklaring dan enkel achterstelling en frustratie. Het geweld als vorm. Het geweld als status symbool. Hollywood is er groot door geworden, en niet alleen Hollywood. Menige rekruteringscampagne en popvideo, en bijna alle computerspelletjes maken gebruik van wat je niet anders kunt noemen dan de aantrekkingskracht van geweld. Ieder regime en ook iedere theatermaker kent en gebruikt die duister verleidelijke kant – wat zou Shakespeare zijn zonder wat gruwelijke moorden? En welke nobele natie viert niet vol trots minstens één massaslachting van zijn vijanden, al dan niet met een vrije dag voor de hele bevolking?
Geweld is hip. Geweld is lekker. Geweld is een markt. Geweld is energiek. Geweld is aanstekelijk. Geweld is opzwepend. Geweld is verslavend. Geweld is fascinerend – je blijft kijken, in weerwil van jezelf. Geweld is sexy – het onthutst en schokt meer dan seks zelf. Geweld is dan ook geweldig. Het is het leven op zijn scherpst.
In een documentaire over zijn werk en leven bekende de onvolprezen Vlaamse auteur Ge rard Walschap dat hij in zijn jeugd een paar keer zelfmoord had willen plegen. Met een mes, lekker heftig, lekker bloedend. Om raad gevraagd stelde een psychiater hem gerust. Zelfdoding was bij jongeren minder vaak een wensdroom dan een ode aan de volheid van de existentie. Uit afkeer van de banaliteit van een nakend burgermansbestaan kiezen ze voor het grootst mogelijke gebaar: geweld jegens zichzelf of jegens anderen, zolang het maar wordt opgemerkt en heftig bewonderd of heftig afgekeurd. Alles moet heftig. En de daad op zich is al de grootste boodschap.
Extreme agressie en zelfdoding op het voortoneel van de wereld, gelegitimeerd door een ideaal, en geruggensteund door de internationale media? Dat is, behalve van alles anders, ook alleen maar een extreme vorm van rock-’n-roll. «Live fast and die young!» Een cultus van zwarte romantiek, die zich slecht laat mengen met bedaagdheid en nuance. Daarom zijn stokoude terroristen even pathetisch als stokoude popsterren op een podium. Met uitzondering misschien van Iggy Pop – niet toevallig een bejaarde met het lijf van een twintigjarige. Ik weet nog altijd niet of ik hem daarom pathetisch moet vinden, of juist heel knap.

Iemand moet maar eens een vergelijkende studie maken over het zwart waarin mullahs zich hullen, evenals de katholieke non, de orthodoxe jood en de Dietsche Militie/Zwarte Brigade van Staf de Clercq en consorten. Is dit zwart, deep down inside, niet van dezelfde orde als het zwart waarin ook Kraftwerk en The Ramones zich graag hullen, om maar te zwijgen van de traditionele punker? Ze kijken allemaal neer op u en mij – het klootjesvolk, met zijn consumeerdrift, zijn aardse besognes, zijn platte diertje en pleziertje. Zij zweren dat gê nant kleurrijke leven af, ten bate van een beter, een hoger, een intenser, een échter bestaan, hier of in het hiernamaals.
Hoed u voor wie zich hult in het zwart, om andere redenen dan om af te slanken.