Kunst (1)

Het trage licht van Er

Beeldende kunst: Desiree Dolron en de ontijd

Het is een gelukkig moment voor de kunst en kunstenaar wanneer hij of zij er is. «Er» in de betekenis van die denkbeeldige plaats in tijd en ruimte waar het werk zich heeft los ge zongen van zijn tijd en om geving, los staat van stromingen en generaties, het moment waarop het oeuvre dermate complex en naar zijn eigen historie verwijzend is geworden, dat het op zichzelf is komen te staan, en naast de wereld waaruit het voortkomt, ook – en eigenlijk met name – zichzelf presenteert.

De eenvoudigste manier om dit punt te bereiken is voor de ge mid delde kunstenaar nog steeds door dood te gaan. De dood is het grote Er. Maar soms lukt het een kunstenaar om Er al bij leven en welzijn te bereiken. Tijdens het bezoek aan de indrukwekkende overzichts ten toon stelling van de kunstenares Desiree Dolron kreeg ik het gevoel in zo’n Er, of het voorland daarvan, rond te lopen.

De vier zalen tonen elk een serie foto’s die in stijl en formaat sterk van elkaar verschillen. In de serie Xaltation, waarvoor de kunstenares gedurende negen jaar religieuze festivals in Azië bezocht, gebruikt zij een documentaire fotostijl. De grove korrel van de foto’s, de nabijheid van de lens en de wonder gruwelijke beelden van zelfmutilatie en extase geven de werken een intiem karakter. Je voelt de spijker door je hand en die vleeshaken in je rug, je hoort het hypnotische ge zang en de aanmoedigingskreten en gebeden van de omstanders, je voelt de extase.

Veel verschillender dan deze beelden hadden de foto’s uit de serie Xteriors niet kunnen zijn. In een bijna hoorbare stilte en met grote afstand presenteren zich de hoofdrolspelers uit een visueel drama dat zich afspeelt in een verlaten spookkasteel. Maar ondanks dit grote contrast vormen deze twee werken een geheel, zoals alle werken uit de verschillende series op een geheimzinnige manier een geheel vormen. Een gemeenschappelijk element is alleen te herkennen als er genoeg verschillen zijn. Pas in de veelvormigheid kunnen we het thema zien.

Dat idee achter de verschillende series wordt het meest prominent onthuld in Xteriors. Het is het sferische verhaal van een leeftijdsloos meisje, twee gouvernantes en een slapend jongetje in een dramatisch landschap van kale muren, oude bomen en een bleek en vermoeid licht dat het maar al te vaak aflegt tegen de alomtegenwoordige scha duw. Er zijn sterke en erkende in vloeden in dit werk zichtbaar van de Vlaamse meesters Rogier van der Weyden en Petrus Christus. De op vallende donkere partijen, de on aardse wel/niet aanwezigheid van de geportretteerden en de ponti ficale plaatsing van de modellen in het beeld bijvoorbeeld. Maar naast deze duidelijke visuele verwantschap is er ook een thematische.

Wat het werk van voornoemde oude meesters zo ontroerend en fris houdt komt voort uit het feit dat ze gemaakt werden in een overgangstijd. Men stond met beide voeten nog stevig in de Middeleeuwen, terwijl met de neus al allerlei nieuwe humanistische ideeën werden opgesnoven. In de omgang met het medium en in de hyperrealistische uitdrukking van huid en materie zijn bij deze schilders al duidelijk de eerste tekenen van het modernisme zichtbaar, maar de onderwerpen en de expressie van de geportretteerden is nog zeer middeleeuws, afstandelijk en in essentie symbolisch. Het zijn beelden uit een tussentijd, uit een wereld die wankelt tussen twee ideeën over die wereld. Als de tijd tussen twee relaties. Een tijd waarin men niet weet wie men is. Haar voorlopige oeuvre overziend, wordt duidelijk dat deze ontijd de arena is waarin al de werken van Dolron om betekenis strijden.

In Xaltation is het de ontijd van de trance, waarin de mens nog wel zijn lichaam behoudt, maar de geest verliest, of omgekeerd of allebei. In de serie Gaze, waarin volwassenen en kinderen als embryo’s en met gesloten ogen in melkachtig water zweven, zijn ze door de materie afgesloten van het leven en met de dood omringd. Ze zijn er wel en ook weer niet. In de Cubaanse serie Te dí todos mis sueños portretteert Dolron een land dat gevangen zit in een waargebeurd sprookje waarin de Grote Tovenaar de tijd heeft stilgezet zodat hijzelf onsterfelijk kan worden. In die wereld waar de tijd trager tikt, of zelfs hooghartig wordt ontkend, zal ook het licht wel trager vloeien. En dus is het uitermate correct dat de kunstenares voor deze foto’s vaak lange belichtingstijden van vijftien tot dertig minuten gebruikte. Het is het oude, trage licht van de tussentijd – het trage licht van werkdag-lange toespraken waar niemand meer naar luistert – dat de foto’s haarscherp en tegelijkertijd zo onwaarschijnlijk zacht maakt. Hetzelfde trage licht schijnt door het melkachtige water en zien we in de ogen van de gelovige Filippijn die, met doornenkroon op zijn bebloede hoofd en, in Imitatio Christi, vrijwillig aan het kruis genageld, rechtstreeks in de hemel lijkt te kijken. Hij ziet een onwaarschijnlijk veelkeurige, maar toch ook logische en zichzelf verklarende wereld. Hij ziet Er. En dankzij hem en Dolron zien wij het ook.

Desiree Dolron: Werken 1990-2005

Tot en met 16 mei
www.fotomuseumdenhaag.nl