Reportage na tien jaar

Het trauma van Vukovar

In 1991 werd de Kroatische stad Vukovar het slachtoffer van de Servische agressie. Langzaam maar zeker keren de oorspronkelijke bewoners terug. Maar tien jaar na de verwoesting is Vukovar nog allerminst leefbaar.

Ook in Kroatië werd een minuut stilte gehouden na de aanslag op New York. Maar in de voetbalstadions overschreeuwden de fans van Hajduk Split en Dynamo Zagreb het ritueel met hun gebrul: «Vukovar, Vukovar, Vukovar!»

Vukovar is voor de meeste Kroaten een traumatisch symbool. De verwoesting van de fraaie stad in de herfst van 1991 is het dieptepunt in de recente geschiedenis van het jonge land. Door het maandenlange verzet verwierf de stad de status van heldenstad. En die van slachtofferstad, natuurlijk. Slachtoffer van «de groot-Servische agressie», maar ook van Kroatische onmacht. Of zelfs van verraad, want generaal Franjo Tudjman weigerde op cruciale momenten versterkingen naar de stad te sturen. Humanitaire konvooien kwamen de stad niet in of uit, ook niet over de geheime toegangswegen die Tudjman open liet houden. Dat hebben bijvoorbeeld de mensen in het ziekenhuis geweten: ze werden afgevoerd en afgeslacht door Servische eenheden, waaronder de beruchte paramilitairen van Arkan.

De tienduizenden bannelingen die door heel Kroatië in hotels werden ondergebracht, stelden de tolerantie van velen zwaar op de proef. Ze reden toch wel verdacht vaak rond in dure Mercedessen en gloednieuwe BMW’s. Dat ze verder weinig meer hadden, ontsnapte weleens aan de aandacht. Vormden ze niet heel snel maffia-achtige bendes die zich met afpersing en vage handel bezighielden? Weinig Kroaten bezoeken Vukovar nog voor hun plezier. Op onbewaakte ogenblikken speelt het trauma weer op. Het gebaar van de hooligans wordt in Vukovar gewaardeerd: even wordt de wereld eraan herinnerd dat de stad aan haar lot werd overgelaten.

In de zomer van 1995 profiteerde Kroatië van de kerende kansen in de Bosnische oorlog en nam het stormenderhand bezit van de «Servische Republiek Krajina», de gebieden die werden opgeëist door radicale Serven. Maar Vukovar werd niet bevrijd. Bij het akkoord van Dayton in november 1995 werd afgesproken dat Oost-Slavonië inclusief het gebied rond Vukovar geleidelijk en onder internationale begeleiding onder Kroatisch bestuur zou terugkeren. Dat gebeurde pas in 1998. Veel Vukovaren zagen eindelijk hun droom in vervulling gaan: terug naar huis. Ze waren de eersten die vluchtten en de laatsten die terugmochten.

De terugkeer viel niet mee. De stad lag voor negentig procent in puin. Serven, Kroaten, zigeuners, Hongaren en al die andere groepen die zich in de loop der tijd in het welvarende Vukovar en omstreken hadden gevestigd, waren getraumatiseerd. Een explosieve situatie: al die getraumatiseerde mensen die weer naast elkaar gingen leven en elkaar het aangedane leed verweten, in een economie die nog volledig plat lag. Het is een wonder dat de stad de afgelopen drie jaar vrijwel geen gewelddadige incidenten kende. Al ligt dat in de dorpen eromheen wel anders. Daar wordt soms een jachtgeweer leeggeschoten op een gehate buurman.

Zjeljko Corak zegt dat hij zijn wapens in de Donau heeft gegooid. Hij is oorlogsveteraan en vader van drie jonge kinderen. De oorlog begon zo’n beetje in zijn eigen café Black and White, even buiten Vukovar, aan de weg die bekend is geworden als «het massagraf van de Servische tanks». Zjeljko en zijn maten zeggen hier wel tweehonderd stuks te hebben uitgeschakeld. In het begin van de schermutselingen ontmoetten Serven en Kroaten elkaar overdag in zijn café, om vervolgens ’s nachts op elkaar te schieten. Toen het menens werd, was Black and White het verzamelpunt van een Kroatische brigade, compleet met wapenkamer en veldhospitaal. Na 1995 vond Zjeljko een afgebrand huis terug, overwoekerd door groen, met mijnen ertussen. Op een video heeft hij gezien hoe zijn buurman van drie huizen verder het zaakje in brand stak. Die buurman komt dagelijks voorbij rijden op zijn tractor. Zjeljko heeft zich één keer laten gaan. Sindsdien durft de buurman hem niet meer aan te kijken.

Zjeljko heeft het café weer opgebouwd. Het staat nu te boek als een vriendenclub van veteranen. Dat is belastingvrij. Voor Zjeljko zal de oorlog nooit afgelopen zijn. Als het onweert, verstopt hij zijn kinderen onder bed.

«This is the place for my soul», zegt hij in de kelder onder het café. Hier vindt hij rust, door naar de muren te staren of met zijn oorlogsvrienden herinneringen op te halen die verder niemand meer wil horen. De kelder is een kruising tussen een intieme bistro en een jongenshol vol nationale relikwieën: foto’s van volkszangers, een losse kogelhuls en een portret van Ante Pavelic, de leider van de fascistische Ustasja-regering in de Tweede Wereldoorlog. Biedt de kelder plaats voor therapeutische verwerking, of vormt het een kiem voor de volgende oorlog?

In waterputten in de dorpen rond Vukovar ligt tien jaar puin en afval opgehoopt. Maar ook wapens, explosieven en uitwerpselen. Al drie jaar is een speciaal team van het Rode Kruis bezig om alle putten te inspecteren en waar mogelijk te reinigen, een smerig en riskant karwei.

Eind september werd in een van de putten het lijk van een 37-jarige vrouw uit Vukovar gevonden. Zeshonderd van de zesduizend putten zijn geïnspecteerd. Vukovar telt nog 668 vermisten. Zevenhonderd lijken zijn tot nu toe geïdentificeerd.

Sinds kort is de archeoloog professor Djurman weer bezig met zijn archeologische opgravingen in Vucedol, een paar kilometer buiten Vukovar. Hier ligt een stapel oeroude beschavingen op herontdekking te wachten. De huizen hadden in 3000 voor Christus al waterputten. Tot nog toe zijn daar alleen skeletten van honden en kalveren in aangetroffen. Djurman droomt ervan Troje naar de kroon te steken. Een «major investment». Waar blijft de computergigant die brood ziet in de sponsoring van deze cultuur-historische goudmijn?

Zlatko Modalek is leraar Engels en heeft zich laten overhalen om actief te worden in een regionale partij. Hij zet zich van harte af tegen de gevestigde politici, die stuk voor stuk in Zagreb of Belgrado wonen. Die hebben dus geen hart voor de stad. «We hebben hier alleen in het weekend schone lucht, als die politici naar huis zijn.» Zelf kwam hij als een van de weinige Kroaten al snel na de val van Vukovar terug naar zijn stad. Hij werd een paar keer gearresteerd door Serven, maar ook steeds weer vrijgelaten, door andere Serven.

Volgens Modalek is Vukovar dubbel geslachtofferd: door de Kroatische president Franjo Tudjman die kort na het drama van Vukovar de erkenning van de onafhankelijke staat Kroatië in de wacht wist te slepen. En door de Serven, die moesten laten zien hoe sterk ze waren na hun smadelijke aftocht uit Slovenië en twee derde van Kroatië. «Ze hadden Vukovar gemakkelijk kunnen bezetten, maar ze wilden de stad bewust verwoesten. Pure intimidatie.»

Kroaten en Serven leven langs elkaar heen als de twee oevers van een rivier. Ze hebben hun eigen cafés, dokters, voetbalclub en kerk(hof). En ze willen hun eigen scholen. Alleen in het ziekenhuis en op de markt zijn ze tot elkaar veroordeeld. Herstelde vriendschappen en huwelijken tussen Serven en Kroaten zijn nog bitter schaars in Vukovar en de omliggende dorpen. Alleen bij technofeesten geeft etniciteit niet meer de doorslag. Jongeren van allerlei herkomst komen er massaal op af.

De Donau is ook van iedereen, al wordt er weinig op gevaren en zelden in gezwommen. Aan de overkant ligt een onherbergzaam Servisch moerasland waar geen leven meer is te bekennen. De rivier is hier een muur. Een groot deel van het jaar is de Donauboulevard onbegaanbaar wegens de enorme plaag genadeloos stekende muggen. Er is tien jaar niet verdelgd. Srdjan van de Infoklup, waar jongeren zich via internet aan werk proberen te helpen, plakte voor de laatste verkiezingen posters met de belofte: «Wij stemmen op de partij die de muggen verdelgt.» Prompt kwam de HDZ van wijlen Tudjman aanzetten met een spandoek: «Laat ons samen de muggen verdelgen!» De HDZ werd weer de grootste partij. En liet vervolgens de muggen de muggen.

Andja Maric is de baas van VU-Projekt, de instelling die de wederopbouw van Vukovar coördineert. Het grootste probleem is volgens haar dat je niet volgens de wettelijke regels kunt bouwen, omdat de kadastrale registratie hopeloos achterop is geraakt. Alles wat tot nog toe door particulieren en buitenlandse hulpgevers weer is opgebouwd, is eigenlijk illegaal. Het wilde bouwen gaat gelijk op met het woekeren der bureaucratie. Maric wil de wet volgen, en dus liggen de bouwprojecten stil.

De miljoenen die een aantal Europese landen heeft besteed om Vukovar weer bewoonbaar te maken, hebben de stad een Europese Uniestraat opgeleverd, in het verlengde van de Franjo Tudjmanstraat. Daarmee is Vukovar nog niet leefbaar. De werkloosheid bedraagt veertig procent, het gemeente bestuur is rancuneus en corrupt, kwaadwillenden kunnen putten uit een overlopend reservoir aan ressentimenten. Tien jaar na de verwoesting is het werk nog lang niet gedaan.