Het troebele meervoudige gedachtengoed

Michaela Huber, Meervoudige persoonlijkheden: Een handboek voor overlevenden van extreem geweld. Vertaald uit het Duits door Marion op den Camp. Uitgeverij Wereldbibliotheek, 367 blz., 349,50. Mark Pendergrast, Victims of Memory: Incest Accusations & Shattered Lives. Uitgeverij Harper Collins. Importeur Nilsson & Lamm, 746 blz. 3 53,95
EEN MEERVOUDIGE persoonlijkheid te zijn, dat is iets heel bijzonders, stelt Michaela Huber in het poëtische woord vooraf van haar ‘handboek voor overlevenden van extreem geweld’. Na de storm vindt ze een kolossale zwarte steen die door het geweld in twee stukken is gebroken. Daarnaast een kleine mossel, daarin een nog kleinere mossel, roze en ongeschonden. Dat is de kern. Het is het kind in ons. Het is een wonder dat zoiets moois en kwetsbaars bewaard is gebleven. Huber stelt ontroerd: ‘Laten we meervoudige persoonlijkheden behandelen met de behoedzaamheid en het respect die ze verdienen omwille van hun bewonderenswaardige creatieve manier van overleven.’

Ja, zo'n meervoudige persoonlijkheid, wie zou dat niet willen wezen? Dan is het zo gek niet dat het aantal meervoudige persoonlijkheden de laatste jaren de pan uit rijst. Om het maar eens wat minder poëtisch te zeggen. Een typisch geval van big business ook. Iedere meervoudige persoonlijkheid levert jaren goedbetaald werk op voor iedereen die zich na wat weekendcursusjes Bewustwording therapeut mag noemen. In Amerika kan een per definitie jarenlang durende therapie al snel in de honderdduizenden dollars lopen. Een in meervoudigheid gespecialiseerde Amerikaanse kliniek komt per meervoudige cliënt op een dagprijs van $ 15.600, valt te lezen in Victims of Memory van Mark Pendergrast.
En we hebben het hier over een gigantische groeimarkt. Zeker veertig procent, stelt Huber, van degenen die men schizofreen noemt, is eigenlijk meervoudig. Een andere ‘berekening’ maakt het financiële plaatje van therapeute Huber nog rooskleuriger: 'Naar de verspreiding van de meervoudige-persoonlijkheidsstoornis onder de algemene bevolking en onder psychiatrische patiënten is tot dusver alleen in Noord-Amerika enig onderzoek verricht. Deze epidemiologische studies tonen aan dat, wanneer de resultaten kunnen worden toegepast op de Westeuropese situatie, vermoedelijk rond tien procent van de bevolking een dissociatieve stoornis heeft en ongeveer één procent een meervoudige persoonlijkheidsstoornis zou kunnen hebben.’ Je zou willen weten waarop zo'n berekening gebaseerd is, maar Huber volstaat met een verwijzing naar een boek van de Amerikaanse MPS-propagandist Colin Ross.
HUBER VALT uiteraard de Amerikaanse belangenorganisatie aan van de procederende ouders die zich door hun getherapeutiseerde kinderen van incest en erger beschuldigd zien: de False Memory Syndrome Foundation. Deze organisatie zou volgens Huber stelselmatig met onjuiste wetenschappelijke citaten werken. Het bewijs voor deze beschuldiging moeten we ook al vinden in een noot. En daar treffen we slechts de naam van een boek aan, geschreven door Wakefield en Underwager. Wat er niet bij staat is dat deze twee psychologen tot de oprichters behoren van de bekritiseerde False Memory Syndrome Foundation en dat ze bovendien menige scherpe aanval openden op de zweverige theorieën rondom meervoudige persoonlijkheden en vergeten herinneringen.
Niet bekend
DAT HUBER dit allemaal weet, is best knap, aangezien er van dergelijke wijd verspreide, goed georganiseerde satanische sekten nooit een spoor van bewijs is gevonden. Huber weet het dan ook van de cliënten. Helaas kun je als psychotherapeut nu eenmaal niet kritisch zijn, want dan raak je je cliënt kwijt: 'Wij kunnen niet (laten) uitzoeken of alle plaatsen en namen die een sekte-overlevende zich herinnert wel kloppen. Wij moeten de verhalen geloven of niet geloven. En ik geloof ze.’
Het geloof heeft Huber een heel eind gebracht. Ze stelt zelfverzekerd: 'Satansculten, kinderschenners en de georganiseerde misdaad hebben een machtige nationale en internationale lobby, die onjuiste informatie verspreidt (False Memory Syndrome, 'misbruik van misbruik’ enzovoort) en initiatieven ter bestrijding van hun criminele activiteiten blokkeert en verhindert.’
Door de gruwelijke mishandelingen op jonge leeftijd, splitst het slachtoffer zich op in delen: 'We bezitten allemaal het vermogen om een meervoudige persoonlijkheid te worden, maar de meesten van ons worden het niet. We hebben wel verschillende persoonlijkheidsdelen, maar geen aparte deelpersoonlijkheden.’ Het verschil tussen persoonlijkheidsdelen en deelpersoonlijkheden is dus essentieel. En als je niet snapt wat daarmee wordt bedoeld, dan moet je maar denken dat het in dit soort kwesties vaak een kwestie van aanvoelen is. Huber weet ons uit haar aanvoelende blote hoofd te vertellen dat we hier met een ernstig probleem te maken hebben: 'Naar schatting één op de drie meisjes staat bloot aan seksueel geweld voordat ze meerderjarig wordt.’ (Onder fysiek geweld van mannen verstaat ze ook het vertellen van schuine moppen.) Kijk, dan piep je wel anders. Dan is er gewoon geen tijd voor nuancerend onderzoek.
En de slachtoffers moeten we met liefde behandelen. Ze zullen misschien bang zijn dat ze gek zijn. Maar dat zijn ze niet. Ze zijn alleen maar meervoudig. Dat is juist iets moois. Dat is hun bescherming tegen een vijandige omgeving geweest, want door zich op te splitsen, hebben ze ervaringen kunnen onderbrengen in die delen van het geheugen, waartoe je alleen maar met behulp van een therapeute weer toegang kunt krijgen. Dit zijn de zogeheten verdrongen herinneringen die een inlevende therapeut naar boven kan brengen. Voordat deze meervoudige overlevers in therapie gaan, zul je ze misschien nauwelijks als dusdanig herkennen. Huber wel, die weet waarop ze moet letten. 'Zo zijn veel incestslachtoffers bang in het donker zonder precies te weten waarom. Deze angst voor het donker is zo wijdverbreid dat het beschouwd wordt als typisch vrouwelijk en zodoende weer als iets heel “normaals”. In werkelijkheid duidt deze angst erop dat veel vrouwen in hun leven akelige dingen hebben meegemaakt in het donker.’
Elders wil Huber wel toegeven dat we nog nauwelijks weten hoe processen als meervoudigheid en dissociatie nu eigenlijk werken. Maar er gebeuren tussen hemel en aarde nu eenmaal meer dingen die we niet kunnen verklaren. Zo kan een 'alter’, dat is een deelpersoonlijkheid (dus niet een persoonlijkheidsdeel) die soms naar buiten floept, niet alleen een andere kleur ogen hebben, maar is ook de ene alter verslaafd aan drugs en de ander niet of heeft de een een maagzweer en de ander niet. En dat allemaal in één persoon!
Ik hoop zo'n beetje aangegeven te hebben dat het hier een volstrekt mallotig boek betreft van een warrige geest. Zulke boeken verschijnen in deze donkere New Age-dagen wel meer. Iedereen heeft natuurlijk recht op zijn eigen gekkigheid. Maar wat niet vergeten mag worden is dat fanatieke chaoten als Michaela Huber straffeloos hun 'therapeutische’ praktijken mogen uitvoeren in Europa. Met de toch al labiele personen die bij hen komen voor therapie kan het alleen maar slecht aflopen. Zelf spreekt Huber over honderden sympathiserende therapeuten alleen al in Nederland die hun eigen, ongecontroleerde praktijken uitvoeren. Haar goeroe is de Nederlandse psycholoog Onno van der Hart, met wie Huber veelvuldig correspondeert. Ook is Huber erg enthousiast over een Nederlandse kliniek voor de behandeling (dus niet: genezing) van meervoudige persoonlijkheden: de kliniek Atlantis in het Psychiatrisch Centrum 'Bloemendaal’ te Den Haag. De Nederlandse versie van het 'handboek’ werd van commentaar voorzien door de directeur van deze kliniek: drs. Felix Olthuis. Bovendien werd het boek niet uitgegeven door de meer reguliere verspreiders van dit soort esoterische paranoïa als uitgeverij Ankh Hermes, Tirion of Lemniscaat, maar door de doorgaans toch fatsoenlijke uitgeverij Wereldbibliotheek. Daar staat mijn verstand bij stil.
Gelukkig verschijnen er nu ook in Nederland studies waarbij het troebele meervoudige gedachtengoed van Huber en de haren wordt doorgeprikt. De Nederlandse psychologen Crombag en Merckelbach brachten vorig jaar Hervonden herinneringen en andere misverstanden op de markt. Ook verscheen een vertaling van het geheugenonderzoek van Elizabeth Loftus en werd de verbijsterende case-study over de verwikkelingen rondom een zogenaamde satanische sekte vertaald: In de ban van satan, door Lawrence Wright. Over de politieke achtergronden van het tot stand komen van aanhoudende mythen rond satanische sekten verscheen het helaas nog niet vertaalde Satan’s Silence van Nathan en Snedeker, waarin wordt gesproken van een stilzwijgend Amerikaans monsterverbond tussen goedwillende feministische vormingswerkers en therapeuten uit de jaren zestig en een machtige, gezinsgerichte lobby van conservatieve politici: een verrassend huwelijk met het schijnbaar apolitieke New Age-kindje als resultaat.
ONLANGS verscheen de Engelse versie van een omvangrijk, zeer exact gedocumenteerd onderzoek over de desastreuze gevolgen van de hervonden-herinneringengekte. Journalist Mark Pendergrast, die zelf ook het slachtoffer werd van incestbeschuldigingen, onderneemt met zijn Victims of Memory de Sisyfus-onderneming de geestelijke verwording te beschrijven die samengaat met het toenemende egocentrisme dat deze tijd lijkt te kenmerken. Het is misschien wel ondoenlijk om het doorgepsychologiseerde ik-tijdperk van nu met enig gezag te analyseren. Pendergrast onderneemt een poging in een uitgebreid hoofdstuk over de vraag hoe het toch komt dat juist nu de onzin rond hervonden herinneringen, verkrachtingen door ufo-bewoners, seksueel misbruik in vorige levens et cetera zo'n vruchtbare voedingsbodem vindt. Hij komt tot het wat vage antwoord dat vele sociale, historische en psychologische factoren elkaar lijken te beïnvloeden en laat wat cultuurfilosofen aan het woord die mijmeren over technologie, informatie, haast en wat al niet meer.
Wat Pendergrast overigens niet noemt, is de toenemende neiging in het rijke Westen om de kop in het zand te steken als het gaat om maar al te werkelijke wereldproblemen als armoede en overbevolking. De angstige welvaart waarin wij leven lijkt gepaard te gaan met blikvernauwing. Zo lijkt bovengenoemde Michaela Huber de verhoudingen geheel uit het oog verloren te hebben als ze stelt: 'Merkwaardig: elke aardbeving in India (zonder de verwoestende gevolgen daarvan te willen kleineren) doet miljoenen burgers naar hun portemonnee grijpen om uiting te geven aan hun menslievendheid. (…) Maar het leed van kinderen, meest meisjes, in het eigen huis wordt genegeerd of uitgebuit; de daders worden nauwelijks vervolgd.’
Pendergrast opent met een ontdekking die als een schok door de samenleving ging: Seksueel misbruik vindt op grote schaal plaats. Je kunt je niet meer voorstellen dat in 1955 nog een 'definitieve’ wetenschappelijke studie verscheen waarin werd gesteld dat incest in slechts één op de miljoen gevallen voorkomt. Maar is het allemaal niet wat te ver doorgeslagen? Is de bestaande incest niet al erg genoeg? Is het nodig daar ingebeelde incest aan toe te voegen?
De nieuwe regels zijn streng. Toen de al genoemde Ralph Underwager zich in een Nederlands krantje voor pedofielen liet interviewen en daarbij wat voorzichtig-liberale uitspraken deed, werd hij uit de False Memory Syndrome Foundation gezet. Met goedkeuring van Pendergrast, die er veel belang aan hecht zijn politiek-correcte wereldbeeld in stand te houden. Pendergrast is dan ook een verklaard aanhanger van de feministische beweging. Onvermoeibaar benadrukt hij dat vrouwen al te vaak slachtoffer zijn van willekeurig seksueel misbruik en dat daarom hun angst verklaarbaar is. Hij meent bovendien dat vrouwen alleen maar afhankelijker worden gemaakt door ze verdrongen herinneringen aan te praten en MPS'ers van ze te maken. Dat is natuurlijk een sterk argument tegen de zich graag als feministisch profilerende therapeutische beweging. Overigens meent Pendergrast dat het juist de harde kern van de feministische beweging is geweest die de blinde paniek veroorzaakte waarvan we nu de zure vruchten plukken. Met name de dweperige femi-kraker The Courage to Heal schijnt veel kwaad aangericht te hebben: in deze bestseller worden vrouwen aangemoedigd het incestslachtoffer in zichzelf te ontdekken en kunnen ze zich uiteindelijk bevrijden door lesbisch te worden. Eindelijk wisten miljoenen vrouwen waarom hun leven hen tegenviel. Als incestslachtoffer stonden ze ineens in het middelpunt van de belangstelling. Later kwam daar het zogeheten emotionele-incestsyndroom bij. Dat gaat zo: het lijkt wel alsof je ouders erg van je houden, maar hun liefde is alleen maar egoïstisch. Tijdens therapie kan dan blijken dat daaronder vergeten incest is schuilgegaan.
Zo komt het dus nooit meer goed.