toneel

Het tunneltje van de angst

Dit is mijn vader

De jonge toneelmaker Ilay den Boer, in 1986 geboren in Israël (joodse moeder en niet-joodse vader), werkt sinds 2008 aan zes voorstellingen over de ingewikkelde relatie met zijn geboorteland, waar hij overigens sinds zijn achttiende niet meer is geweest. De verzameltitel van dit familie-epos is Het beloofde feest. In het eerste deel, Eet smakelijk, vindt een reconstructie plaats van de maaltijd waarmee in 1997 zijn bar mitswa werd gevierd. De voorstelling gaat over zijn moeder. Het tweede deel, Janken en schieten, is ook een reconstructie, van de busreis die zijn oma (zestien jaar oud toen) tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte van Litouwen, via de buik van Europa naar Rome, en vandaar naar Haifa. Ik heb die beide delen niet gezien, ben er omheen gelopen, stelde het ook almaar uit. Er wás iets mee, ik weet nog altijd niet wat.
Het derde deel, Dit is mijn vader, ben ik nu gaan zien. Die vader, Gert den Boer (1959), speelt mee, hij is de hele avond op de speelvloer, grijze trainingsbroek, hempje, witgrijs haar, olijke blik. Zijn biografie wordt bij aanvang uitgedeeld: een levenslijn vervat in een handzaam boekje. Aan de hand van de jaartallen en de bijbehorende gebeurtenissen mogen we vragen stellen, en daarbij opent Ilay vakjes in de achterwand met voorwerpen die een druk op de knop zijn: papa vertelt. En papa vertelt goed, levendig. Aangekondigd is dan al dat vader en zoon naar sommige gebeurtenissen op een totaal andere manier kijken. Daartoe wordt een ogenschijnlijke zijweg ingeslagen - de gezamenlijke liefde voor het voetbal - en het werkelijke spel van de avond is dan op de wagen.
Dat spel gaat over het veelkoppig monster van het antisemitisme, of liever: over hoe een keten aan onschuldige (of onschuldig lijkende, daar zit een verschil tussen de vader en de zoon) incidenten uiteindelijk kan leiden tot een angst die de puberende jodenjongen Ilay den Boer zó heftig boven het hoofd groeit dat ze een obsessie wordt, iets waar zijn lieve maar ook de plooien graag gladstrijkende vader zich lam van schrikt. Die confrontatie, die er in volle hevigheid ís voor je het goed en wel in de gaten hebt, wordt zo schrijnend en keelsnoerend hard geënsceneerd dat mijn empathie van pure schrik meteen in de vader ging zitten: rustig jongen, het is niet zo erg als het lijkt! Waardoor je op afstand komt te staan en des te beter naar de emotionerende onderlaag van de schrik die in de zoon is gevaren en naar zijn woede kunt luisteren en kijken: het is wel degelijk zo erg als het lijkt te zijn. En ook weer niet, natuurlijk. We leven per slot niet in een rattenland als Oostenrijk, waar je het antisemitisme bij wijze van spreken met een tandenstoker tussen de straatkeien uit kunt krabben. En ook weer wel, want we leven per slot in een land waar een gepensioneerde kardinaal met droge ogen… enfin, wir haben es gehört.
De finale van Dit is mijn vader speelt in een tunneltje. Het tunneltje is op schaal nagebouwd in de ingenieuze achterwand van Edo Sutherland, er staat een rol prikkeldraad in. Iedereen kent die tunneltjes, waar je doorheen moet om snel thuis te zijn, waar gevaar loert, en waar het op een kwaaie avond of nacht opduikt en werkelijkheid wordt. De vader doet - in een zwijgende scène waarvan mijn hart in mijn keel ging kloppen - een onhandige poging om met een handdoek het gevaar als het ware van zijn zoons lijf te wrijven. Aan de ogen van de zoon kun je zien dat dat niet meer gaat. Het wanhopige ritueel waarmee de voorstelling eindigt onderstreept dat ook. Als je een haatdragend monster eenmaal recht in de karbonkelige ogen hebt gekeken, gaat de vernietiging die eruit vlamde nooit meer van je netvlies.

Dit is mijn vader is op korte termijn nog te zien in Theater Kikker, Utrecht, donderdag 8 en vrijdag 9 april. Inlichtingen over hoe het project Het beloofde feest verder gaat, vindt u op de website van de producent: www.huisvanbourgondie.nl