Het tweestromenland van wim kok

Een retorisch genie schuilt er niet in Wim Kok, maar toch speelde hij het die zeldzame keer dat hij het spreekgestoelte besteeg voor een rede van algemeen- politiek karakter klaar om zo'n beetje iedereen de gordijnen in te jagen. Koks Den Uyl-lezing, vorige maand afgestoken in de Rode Hoed te Amsterdam, maakte angstige pijnkreten los in het CDA, deed bij D66 een ware storm van verontwaardiging opsteken, choqueerde de VVD, liet de alarmbel afgaan bij GroenLinks en - last but not least - zorgde ook bij de PvdA zelf voor de nodige nijd.

Dat alles op grond van een beschouwing die, zoals Bart Tromp al terecht constateerde in Het Parool, voor drie kwart zo had kunnen worden gepresenteerd als de troonrede van een paars kabinet. Men moet begrijpen: dat is geen compliment.
Wie de zee aan reacties en debatten naar aanleiding van Koks rede overziet, kan zich alleen maar verbazen over de discrepantie tussen daad en reactie. De muis baarde een olifant. Wellicht moet de golf aan commentaren op Koks speech vooral worden gezien als een vreugdevuur voor het feit dat de gewoonlijk zich het liefst in zo nondescript mogelijke bewoordingen uitlatende premier eindelijk iets te berde heeft gebracht dat met een beetje goede wil zou kunnen worden geinterpreteerd als een ideologisch traject. Een minimale prestatie leverde maximale sensatie. Blij met een dode mus, noemden ze dat vroeger.
Voor de zwakste broeders in het krantenvak zat het nieuws van de rede - aanvankelijk aangekondigd onder de titel Een haalbaar ideaal, op het laatste nippertje vervangen door het nog brakker smakende We laten niemand los - in de kleine passage die Kok wijdde aan de dood van het socialisme. Sommige media deden het voorkomen alsof de gewezen Nijenrodiaan Kok nu pas de rode banier opvouwde en zich zette aan een verschuiving van zijn partij richting middenveld. ‘Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring’, sprak Kok, alsof de plek waar die ideologische veren zich zouden moeten bevinden al niet sinds jaar en dag slechts het trieste aangezicht van een kaalgeplukt achterwerk biedt.
In werkelijkheid is de PvdA natuurlijk al vanaf haar oprichting bedoeld geweest als doodskist van de rode droom, en diende Koks kleine afzweringsexercitie van de grote proletarische droom evenveel aandacht als het bericht Hond bijt man. Sinds de teloorgang van het kabinet-Den Uyl heeft het publiek inmiddels zoveel sociaal-democraten zien dansen op het graf van Troelstra en Domela Nieuwenhuis dat het verzadigingspunt ruimschoots is bereikt.
Interessanter is natuurlijk Koks poging om de toekomst van de Nederlandse c.q. Europese politiek te decimeren tot een tweestromenland: 'Twee visies zullen om voorrang strijden. De ene visie, noem het maar de liberale, zal de betrokkenheid van de overheid willen minimaliseren. In die visie zal een maximale vrijheid van burgers zowel die burgers als de maatschappij het meeste opleveren. In de andere visie, noem het de sociaal-democrtatische, zal juist een actieve publieke sector zijn geboden. Omdat de PvdA bij uitstek kan en moet worden beoordeeld op haar vermogen een moderne, dat wil zeggen rechtvaardige en waar mogelijk - ruimhartige sociale politiek te voeren, vormen de komende jaren de lakmoesproef voor dat beleid’, heette het in de speech. Het was deze passage die bij het CDA grote woede losmaakte. Had de christen-democratie, eenmaal tot de oppositiebankjes veroordeeld, dan helemaal geen betekenis meer? Zat Kok nu op de lijn die Hans Wiegel reeds in 1968 uitzette in zijn geschrift Een partijtje libre: 'In het door liberalen als ideaal beschouwde partijsysteem komen confessionele groeperingen niet voor’? CDA-senator J. M. Gennip, directeur van het wetenschappelijk bureau van het CDA, stelde meteen dat 'Kok veel gevaarlijker is voor de christen-democratie dan zijn voorganger Den Uyl’. Uiteindelijk deed Kok het voorkomen alsof de rol van de christen-democratie al was uitgespeeld.
Ook D66 voelde zich ernstig genegeerd door de vader des vaderlands. Bij monde van de toch al zo geplaagde Gerrit-Jan Wolffensperger repten de democraten van 'een grove versimpeling’: 'Ben je tegen al te grote aanslagen op je portemonnee, kies dan Bolkestein, en wil je solidariteit een beetje overeind houden, kies dan Kok. Maar dat is fake.’
>u10< Natuurlijk is dat fake, zoals iedere poging van de PvdA om zich te onderscheiden binnen de paarse constellatie - op economisch terrein vrijwel exclusief rudimentair-liberaal, sociaal vooral colijnesk in de reguleringsdrift - vooral moet worden gezien als illusionisme. Het Nederlandse politieke krachtenveld is allang gekanaliseerd tot een eenstroomsland, waar hoogstens op zondagnamiddag nog weleens aan partijprofilering wordt gedaan. De PvdA is allang niet meer sociaal-democratisch, zoals de VVD onmogelijk als een liberale partij kan worden gezien en D66 evenmin enige daadkracht richting haar oude democratiseringsidealen kan worden toegedicht.
Alleen het CDA had via Heerma nog iets van identiteit kunnen uitstralen, maar deze is inmiddels zo grondig 'gerestyled’ dat dit ook geen naam meer mag hebben. Wat van de partijen rest, zijn kweekvijvers voor al dan niet nijvere technocraten die werken aan het Europa van Helmut Kohl en wijlen Mitterrand.
De onderlinge verwisselbaarheid van de 'grote vier’ zal uiteindelijk die partijen zelf treffen. Onder de tegels is het inmiddels een gekrioel van ouderwets radicaal-linkse (of dito-rechtse) groeperingen en fundamentalisme in alle soorten en maten. Een gigantische fragmentarisering staat het Nederlandse politieke krachtenveld te wachten, een anarchie die onmogelijk valt te rijmen met de voorwaarden van de hedendaagse bureaucratie.