Het Ubuntu-experiment

Linux, aanvankelijk het domein van de computerprogrammeurs, wil nu ook de simpele zielen onder ons helpen ontsnappen aan het monopolie van Microsoft. De distributie Ubuntu 7.10 moet het evangelie verspreiden.

Linux werd oorspronkelijk gebruikt als serversysteem voor bedrijven. Zo draait webserver Google helemaal op Linux. Ook aan boord van vliegtuigen, waar de computer absoluut niet vast mag lopen, is Linux populair. En van de tien snelste computers ter wereld draaien er zeven Linux. Toch is Linux in het thuisgebruik nog nauwelijks doorgedrongen: nog niet één procent is overgestapt.

Linux is gratis, vooralsnog zonder spyware en virusvrij en het kost minder geheugen dan Windows. Bovendien is het systeem sneller en stabieler, dus er is minder kans op een gecrashte computer. Daar staat wel tegenover dat veel spellen er niet op werken en dat de software voor monteer- en fotoprogramma’s nog niet ideaal is.

Maar de ontwikkelingen gaan snel, vooral omdat Linux ‘open source software’ gebruikt. Dat betekent dat de broncodes openbaar zijn, waardoor je alles in een programma kunt aanpassen aan je eigen wensen. Uiteraard geldt dat alleen voor mensen met enige expertise in het vakgebied. Toch heeft iedereen er baat bij, want het delen van elke vooruitgang maakt het geheel in rap tempo beter. Wie Linux gebruikt, is namelijk verplicht om wat hij daarmee creëert ook open source te maken. Linux is, anders dan Windows, niet een volledig besturingssysteem, maar enkel de kernel – die ervoor zorgt dat software en hardware goed samenwerken – waar je allerlei software op kunt laten werken.

Ubuntu is bedacht voor mensen die Linux willen gebruiken zonder een studie informatica. Er is rekening gehouden met oude gebruikers van Windows, door Ubuntu erop te laten lijken. Je kunt van de website het programma downloaden en op een schijfje zetten of – gratis – een cd bestellen. Om het programma dan vanaf de cd uit te proberen zonder dat er iets aan je computer verandert. Daarmee speelt Ubuntu in op de grootste angst van de computerleek: een vastlopende computer, dan een grote rookwolk en weg zijn alle documenten.

Ik dacht: als ik het kan, kan iedereen het. Dat is direct een mooi experiment om te zien of het werkt. Ik wil er best een dag voor uittrekken om mijzelf computerkundig op de kaart te zetten.

Ik begin met goede moed, maar die zakt me al snel in de schoenen. Alleen het opstarten van de cd kost me al een halve dag. Blijkt dat ik in mijn ‘bios’ niet mijn cdrom-drive tot first device heb omgedoopt. Tja, Ubuntu vindt dat je zoiets wel moet weten. Het begrip ‘leek’ is aan inflatie onderhevig.

Als ik eindelijk op gang ben, valt op hoe traag Ubuntu werkt. Ik was ervoor gewaarschuwd dat een cd vertraging oplevert. Maar dit is zo erg dat je eigenlijk nauwelijks het programma kunt uitproberen. Toch wil ik het experiment volbrengen en dus ga ik over tot installatie van het programma. Althans, dat wil ik. De cd loopt telkens vast. Mijn laptop heb ik al zeker vier keer herstart: hij piept en kraakt en heeft het heel erg warm. Uiteindelijk besluit ik hem maar even rust te geven. Dat kan ik zelf ook wel gebruiken.

Experiment mislukt: Ubuntu weet de digitale spraakverwarring tussen Linux-nerds en Windows-onnozelaars niet op te heffen.