Het uitslaapprobleem

Het prentenboek in vierkleurendruk is veelal een internationale aangelegenheid. Met name binnen Europa zien illustratoren hun werk in verscheidene landen gelijktijdig gepubliceerd. Vanwege de hoge productiekosten kan het eigenlijk niet anders. Het aantal Nederlanders dat weet door te dringen tot dit walhalla voor prentenboekenmakers is klein en tamelijk constant: Dick Bruna, Max Velthuijs, Hans de Beer, Harrie Geelen, het echtpaar Schubert. Soms dienen zich nieuwe namen aan die mogelijk hun weg op de internationale markt zullen vinden.

Marjolein Krijger debuteerde in 1994 met Mannetje zoekt een nieuwe hoed, de geschiedenis van een wonderlijk langbenig kereltje dat het na experimenten met allerlei soorten hoofddeksels toch maar houdt bij zijn oude ‘hoge zijden’. De illustraties vielen op door buitengewoon krachtige, expressieve lijnen en grappige details.
Onlangs verscheen een tweede prentenboek over dezelfde figuur: Mannetje droomt een droom. Het verhaaltje is graatmager. Mannetje vindt de nacht verschrikkelijk: hij is donker, koud, stil en vol 'enge dingen’. Maar op al die ellende weet Maan raad: hij maakt licht, leest voor, neemt Mannetje in een warme omarming en laat de engerds schrikken.
Krijger doet niet meer dan de opeenvolgende situaties neerzetten, maar dat doet ze dan ook prachtig. De paginavullende prenten hebben een uitgewogen vlakverdeling en warme kleuren, maar het meest eigene is toch de krachtige, gestileerde lijnvoering, waardoor de bladzijden een primair grafische indruk wekken. Die wordt nog versterkt door de quasi-onhandige schrijfletters, die zich als het ware voegen naar de tekst. Wanneer de nacht koud is bibberen ook de letters. De dikke gepenseelde lijnen doen vaag aan Bruna denken, maar in Krijgers wereld is veel meer plaats voor een schots-en-scheefheid die Oost-Europees aandoet. Bijzonder is de verbeelding van Mannetjes geborgenheid bij Maan door ze samen tot een bolle, harmonische vorm te laten versmelten.
Jan Jutte verwierf bekendheid als illustrator van onder andere Teunis (Toon Tellegen), Peppino (Rindert Kromhout) en Snottebel Lies (Mensje van Keulen). Hij maakte nu met Opstaan! zijn eerste eigen prentenboek. Het komische omslag toont een enorme olifant, die uitgeteld ligt te slapen en boven op zijn bolle buik een eveneens slapend mensje teder omklemd houdt met zijn slurf. De bovenste kleine slaper wordt wakker, barstensvol energie voor een nieuwe dag: lekker spelen met Olle. Helaas, in de enorme grijze bult is geen beweging te krijgen, wat Tip ook aan pannedeksels, toeters, geloei en kanonsknallen verzint. Pas bij een machteloze huilbui keert Olle weer tot de levenden, waarna ze spelen tot diep in de nacht.
Jutte bedacht een fraaie metafoor voor de immobiele volwassene op zijn heilige uitslaapochtend. De tegenstelling op de prenten tussen de logge hoop olifant en het kleine, als een bal vol energie rondstuiterende, jongetje is buitengewoon grappig en voor lezers aan beide zijden van het uitslaapprobleem herkenbaar.