Naomi Klein

Het uitzicht op democratie van Irak

Als je het Witte Huis moet geloven wordt de toekomstige regering van Irak ontworpen in Irak. Als je het Iraakse volk moet geloven, wordt het ontworpen in het Witte Huis. Geen van beide is waar: de toekomstige regering van Irak wordt gemaakt in een research park in North Carolina.

Op 4 maart 2003, slechts vijftien dagen voor de invasie, verzocht de United States Agency for International Development drie Amerikaanse bedrijven te bieden op een unieke klus: na de invasie en bezetting van Irak zou één bedrijf 180 lokale en provinciale gemeenteraden moeten opzetten. Dat was nieuw territorium voor bedrijven die gewend waren aan de vriendelijke NGO-taal van «publiek-private partnerships», en twee van de drie bedrijven besloten niet mee te doen. Het contract voor «lokaal bestuur», dat in het eerste jaar 167,9 miljoen dollar waard was en 466 miljoen dollar in totaal, ging naar het Research Triangle Institute (RTI), een private non-profit-instelling vooral bekend om zijn medicijnenresearch. Geen van zijn werknemers was in jaren naar Irak geweest.

In het begin trok de Irak-missie van het RTI weinig publieke aandacht. Maar nu blijkt dat de gemeenteraden die het RTI in stilte heeft opgezet het middelpunt zijn van het Amerikaanse plan om de macht over te dragen aan aangestelde regionale volksvergaderingen — een plan dat in Irak algemeen wordt afgewezen.

Vorige week bezocht ik de vice-president van het RTI Ronald W. Johnson, voorzitter van het Irak-project. Johnson houdt vol dat zijn team zich richt op de «bijzaken» en niets te maken heeft met de epische gevechten rond wie Irak zal gaan besturen. «Er is geen soennitische manier om het vuilnis op te halen versus een sjiïtische manier», zegt hij.

Ook zijn de raden die het RTI heeft opgezet niet onomstreden. Op de dag dat Johnson en ik discussieerden over de details van lokale democratie werd de door Amerika aangestelde provincieraad in Nasiriya omsingeld door gewapende mannen en boze demonstranten. Op 28 januari liepen tienduizend inwoners in een mars naar de raadskantoren en eisten directe verkiezingen en het onmiddellijke ontslag van alle raadsleden, die ze ervan beschuldigden pionnen van de bezetters te zijn. De gouverneur van de provincie riep lijfwachten met granaatwerpers op en vluchtte het gebouw uit.

Arm RTI: de honger naar democratie onder Irakezen blijft maar vooruitlopen op de zich voortslepende plannen voor «capaciteit bouwen» die het instituut opstelde voor de invasie. In november berichtte de Washington Post dat toen het RTI arriveerde in de provincie Taji, gewapend met stroomschema’s en klaar om lokale raden op te zetten, het ontdekte dat «het Iraakse volk al maanden geleden zijn eigen vertegenwoordigende raden in deze regio had gevormd, en vele daarvan werden gekozen, niet geselecteerd, zoals de bezetter nastreeft».

Johnson ontkent dat de vorige raad werd gekozen en zegt dat het RTI bovendien slechts «de Irakezen bijstaat» en geen beslissingen voor ze neemt. Dat is misschien zo, maar het helpt niet echt dat Johnson de Iraakse raden vergelijkt met «een dorpsvergadering in New England» en een RTI-consultant citeert die zegt dat de problemen in Irak «hetzelfde zijn als waarmee ik te maken had… in Houston». Is dit Iraakse soevereiniteit — verwekt in Washington, outsourced naar North Carolina, gemodelleerd naar Massachusetts en Houston, en opgelegd aan Basra en Bagdad?

De Verenigde Naties, nu die zullen terugkeren naar Irak, moeten in deze puinhoop op een of andere manier een rol voor zichzelf opeisen. Een goed begin, als ze besluiten dat rechtstreekse verkiezingen onmogelijk zijn vóór de deadline van Witte Huis, 30 juni, zou zijn: eisen dat de deadline wordt geschrapt. Maar de VN zal méér moeten doen dan toezicht houden op verkiezingen; ze zal een roofoverval in progress moeten stoppen: de poging van Amerika de toekomstige democratie van Irak te beroven van de macht om belangrijke beslissingen te nemen. En het hangt allemaal af van de bevoegdheden van de overgangsregering.

Washington wil een overgangslichaam in Irak met de volledige bevoegdheden van soeverein bestuur, dat beslissingen kan vastleggen die een gekozen regering zal overnemen. Met dat doel is de CPA van Paul Bremer zijn illegale vrijemarkthervormingen aan het doordrukken, en rekent erop dat die veranderingen worden geratificeerd door een Iraakse regering die het kan controleren. Op 31 januari kondigde Bremer bijvoorbeeld aan dat de eerste drie vergunningen werden verleend aan buitenlandse banken om in Irak te opereren. Een week eerder stuurde hij leden van de Iraqi Governing Council naar de Wereldhandelsorganisatie om de toezichthouder-status aan te vragen, de eerste stap op weg naar het WTO-lidmaatschap. En de bezetters van Irak hebben net een lening van 850 miljoen dollar losgepraat van het IMF, waarbij ze de leninggever de normale macht hebben gegeven voor toekomstige economische «aanpassingen».

In andere landen die recentelijk de overgang naar democratie hebben gemaakt is deze kloof tussen regimes precies het moment van het meest vernietigende verraad: afspraken in achterkamertjes om onwettige schulden over te dragen, toezeggingen om «macro-economische continuïteit» te waarborgen. Steeds opnieuw ontdekken pas bevrijde mensen dat er bitter weinig over is om voor te stemmen.

Maar in Irak is het nog niet te laat om dit proces een halt toe te roepen. De sleutel is het beperken van het mandaat van welke overgangsregering dan ook tot zaken die direct zijn gerelateerd aan verkiezingen: de census, veiligheid, bescherming voor vrouwen en minderheden.

En wat echt verrassend is: het zou werkelijk kunnen gebeuren. Waarom? Omdat alle redenen die Washington had om een oorlog te beginnen, zijn verdampt; het enige excuus dat nog resteert is het diepe verlangen van Bush om het Iraakse volk democratie te brengen. Natuurlijk is dat net zo’n grote leugen als de rest — maar het is een leugen die we kunnen gebruiken. We kunnen Bush’ zwakheid rond Irak gebruiken om te eisen dat de democratie-leugen realiteit wordt, dat Irak echt soeverein zal zijn: niet geketend door schulden, of ge hinderd door geërfde contracten, niet gelittekend door Amerikaanse legerbases, en met volledige controle over zijn rijkdommen.

De greep van Washington op Irak wordt elke dag zwakker, terwijl de pro-democratie-krachten in het land sterker worden. Irak zou werkelijk democratisch kunnen worden, niet omdat Bush’ oorlog juist was, maar omdat die zo wanhopig fout is gebleken.

© The Nation