film: Ginger & Rosa

Het ultieme einde

Een intense ervaring moet het zijn, om begin jaren zestig T.S. Eliot te lezen, als Chroesjtsjov na de Varkensbaai nucleaire raketten naar Cuba stuurt en Washington een aanval op het eiland overweegt. Het is misschien wel het enige moment in de moderne geschiedenis waarop massale vernietiging niet alleen het onderwerp van fictie is, maar een reële mogelijkheid wordt. Over alles hangt de dreiging van het ultieme einde.

Medium ginger and rosa elle fanning1

Met deze intensiteit worstelen alle personages in Sally Potters nieuwe film Ginger Rosa, die toegankelijker is dan haar eerdere werk, bijvoorbeeld Orlando (1992) en het rauwe, inventieve Yes (2004), met de fabuleuze Joan Allen in de rol van een vrouw die een buitenechtelijke relatie met een chef-kok uit Beiroet krijgt. Net als in Yes overheerst angst het leven van de personages in Ginger Rosa. Twee tienermeisjes die in Londen in de jaren zestig opgroeien, ontdekken dat het leven niet beperkt is tot de eigen plaatselijke context. Het leven is ook datgene wat in verre landen gebeurt. Dat creëert onzekerheid. Om houvast te vinden lezen de meisjes behalve het striptijdschrijft Girls, waarin je leert hoe je je moet aankleden en wat je het beste tegen jongens kunt zeggen, vooral ook Eliot, onder meer The Hollow Men. Maar ook bij hem stuiten ze op vragen, op de notie van de mens die ‘leeg’ is. De meisjes leven constant met het idee dat het leven op ieder ogenblik afgelopen kan zijn. Een heftige tijd. Ze zijn zeventien jaar oud.

Misschien zijn afwezige of nutteloze vaders de oorzaak van de wanhoop van Ginger en Rosa. De vader van Rosa (Alice Englert) ging er al bij haar geboorte vandoor, terwijl die van Ginger (Elle Fanning) een romantische intellectueel is met de beeldrijke naam Roland (Allesandro Nivol) en die alleen maar aandacht voor zijn werk als schrijver heeft. De moeders zijn niet veel beter. Die van Rosa blijft eveneens op de achtergrond; die van Elle is meer aanwezig, maar slaagt er ook niet in iets van ‘opvoeding’ in haar dochters leven te bewerkstelligen.

Eigenlijk falen alle ouders in dit verhaal, en dat is voor deze babyboomers behoorlijk onverteerbaar. ‘Our mothers are pathetic,’ zegt een van de meisjes, ‘they don’t believe in anything. No wonder they can’t keep their men.’ Ginger en Rosa hebben geen houvast, behalve datgene wat ze in de buitenwereld vinden: de groeiende vredesbeweging van de jaren zestig tegen de achtergrond van de dreiging van een atoomoorlog. In twee homoseksuele peetvaders (Timothy Spall en Oliver Platt) en in de Amerikaanse intellectueel Bella (Annette Bening) vinden ze pseudo-ouders. Deze mensen geloven tenminste in iets. De ellende is compleet als blijkt dat Roland tijdens de Tweede Wereldoorlog een dienstweige­raar was. En toch adoreert Ginger hem. Met zijn idealisme representeert hij in haar ogen iets positiefs in een tijd waarin zij geen weg weet te vinden uit de uitzichtloosheid die haar werkelijkheid overheerst. De geestelijke leegte waarover Eliot schrijft en waarmee Ginger zich identificeert wordt alleen maar erger wanneer ook haar vader iets doet wat haar ­teleurstelling in het leven compleet maakt. Ze kan zich geen toekomst voorstellen. Het enige wat ze ziet is: einde. Terwijl haar leven nog nauwelijks is begonnen.

Te zien vanaf 30 mei