Theater: ‘Turks fruit’ & ‘Het temmen van de feeks’

Het ultieme liefdesverhaal

Turks fruit en Het temmen van de feeks: nu in het theater een omkering van de machtsverhoudingen in twee klassiekers.

Chris Peters en Ali Zijlstra als Erik en Olga in Turks fruit © Annemieke van der Togt

De aanblik van een bruid in zo’n sneeuwwitte prinsessenjurk vertroebelt de geest. Het beeld draagt de belofte uit van onschuld, overgave, eeuwige liefde. Het doet de echtscheidingscijfers vergeten. Bij de bruid die zojuist het toneel op is komen schrijden, vergeet je zelfs dat ze een baard heeft.

De baard is van Roeland Fernhout, want hij speelt in Het temmen van de feeks de huwende Katharina. Zij is in dit Shakespeare-stuk de feeks uit de titel: een kwaaiige rijkeluisdochter met zo’n scherpe tong dat ze nooit aan de man leek te komen. Totdat er in Padua een heerschap verscheen dat uitriep dat hij dit vrouwtje wel aankon. De aanblik van Fernhout in die maagdelijk witte trouwjurk doet vergeten dat Katharina’s vader dit huwelijk heeft geregeld en zij zich net nog stampvoetend verzette. Verlangen de sterkste vrouwen niet diep van binnen naar de dominantie van een Echte Man? Regisseur Nina Spijkers haalt ons gauw uit de droom. Als Petruchio in aantocht is, haalt de bruid vanachter haar ruisende prinsessenrokken geen bruidsboeket te voorschijn maar een bijl. Kijk wat hier gebeurt, lijkt Spijkers daarmee te zeggen. Dit is geen Fifty Shades of Gray. Hier wordt een vrouw mishandeld. Overgave betekent in dit geval dat Petruchio de feeks straks zal ‘temmen’ door haar te vernederen en haar net zo lang slaap en eten te onthouden totdat ze hem gehoorzaamt. Het is tijd dat iemand voor haar opkomt.

Toevallig zal het niet zijn in dit MeToo-tijdperk. Naast deze Shakespeare-enscenering, uitgebracht door de Toneelschuur, is er nog een voorstelling op tournee waarin vrouwelijke makers het opnemen voor de vrouwelijke hoofdpersoon. In Turks fruit van vrije producent Hummelinck Stuurman wordt het boek van Jan Wolkers uit 1969 opnieuw tegen het licht gehouden. En de film die vier jaar later van dit ‘ultieme liefdesverhaal’ werd gemaakt. Uit de film kent iedereen de iconische scène met Rutger Hauer en Monique van de Ven op de fiets. Zij bij hem achterop, een bos bloemen in haar hand. Gelukzalig over straat slingerend want net getrouwd. Op de mondharmonicaklanken van Toots Thielemans. De Romeo en Julia van de Lage Landen: twee mooie jonge mensen die leefden voor de kunst en de liefde. Geen protserige trouwauto, geen witte jurk als schijnheilig symbool van maagdelijkheid, geen verplichte receptie achteraf. Erik en Olga ontsnapten ermee aan haar benepen middenstandsouders, het was een juichende bezegeling van de vleselijke lust die zij daarvoor al intens op elkaar hadden uitgeleefd.

Maar wat de aanblik van dit vrijgevochten huwelijksgeluk doet vergeten, is dat dit Eriks verhaal is. Het begint bij zijn wanhoop over het feit dat Olga bij hem weg is gegaan en eindigt met haar dood aan een hersentumor. In de eerste bladzijden van het boek somt hij de vrouwen op die hij neukt om iets van haar terug te vinden: een litanie van onaantrekkelijke kutten en tieten van het ene onnozele wicht na het andere. De film begint met Eriks moordfantasieën waarin hij niet alleen haar nieuwe minnaars ombrengt maar ook haar in het gezicht schiet en wurgt. ‘Ze gaat eraan, de loopse teef’, kreunt in de voorstelling Chris Peters als Erik in zijn beginmonoloog, ‘maar eerst neuk ik haar in alle gaten van haar goddelijke lichaam, want er is er maar een die haar kan nemen zoals ik, met mijn naam op haar lippen, met mijn zaad op haar tong zal ze sterven. Olga, mijn Olga, ik maak je opnieuw de mijne.’ Hij zegt dit in zijn atelier: een rommelige kunstenaarsruimte, gedomineerd door een reusachtig schilderij van een vrouw die wijdbeens het paradijs tussen haar benen toont. Maar hij is niet alleen in dit decor. Op een schraagtafel zit de eigenaar van dit paradijs naar hem te kijken. ‘Jezus, man’, is het nuchtere commentaar van Olga op zijn pathetische wraakfantasieën. Erik heeft haar zelf opgeroepen, maar gespeeld door Ali Zijlstra is Olga ook reëel. En in de bewerking van Sophie Kassies, geregisseerd door Hanneke Braam, onttrekt zij zich aan zíjn lezing van de gebeurtenissen. En aan die van de film.

Olga roept een ander beeld op dan de sociale-media-uitverkoop die we jongeren nu toedichten

In de film van Paul Verhoeven en scenarioschrijver Gerard Soeteman, die in 1973 uitkwam, krijgt de hersentumor van Olga de schuld van haar vertrek bij Erik. Die verandert Monique van de Ven van een vrijgevochten vrijbeestje in een nerveuze, zwaar opgemaakte burgertrut met een rare blik in haar ogen. De Erik uit het boek ziet Olga’s vertrek als een terugkeer naar de wurggreep van haar secreet van een moeder. En haar onvermogen om zich voor eeuwig aan hun liefde over te geven als een ingebouwde labiliteit die veroorzaakt is door het liefdeloze huwelijk van haar ouders.

De voorstelling geeft Olga een stem. En niet het kinderlijke kirstemmetje van Monique van de Ven. Ali Zijlstra speelt Olga als een vrolijk meisje, dat zich aanvankelijk verrukt in de armen stort van de woeste hunk Chris Peters, en net zo van de seks geniet als hij. Terwijl ze (aangekleed) met haar benen wijd boven zijn gezicht staat: ‘Ik ga in trage rondjes over mijn kutteknopje, ik laat het steeds onder mijn vingers uitglijden zodat hij kan zien hoe het begint op te bloeien.’ Het roept een ander beeld op dan de lichamelijke preutsheid en de sociale-media-uitverkoop die we momenteel jongeren toedichten. Aan de seks ligt het namelijk niet, maakt deze Olga duidelijk. ‘Dat konden wij echt goed met z’n tweeën, vrijen. Dat maakte het allemaal nog ingewikkelder. Dan lijkt het net of al die seks liefde is.’

Olga gaat in deze versie van het verhaal weg bij Erik omdat ze wil weten wie ze zélf is. ‘Alles draait om jou. Om jouw werk, om jouw smaak, om wat jij van de wereld vindt.’ Erik laat haar geen zuchtje adem, zegt ze hem. ‘Het lag niet aan mijn moeder. Het lag aan mij.’ Debbie Korper speelt de moeder bedillerig, maar ook liefdevol beschermend. Een vrouw die zichzelf in haar doodgebloede huwelijk is kwijtgeraakt. ‘Ik had mezelf zo anders voorgesteld’, verzucht ze tegen Bart Klever als haar aandoenlijk machteloze echtgenoot. Net als Olga lopen haar ouders de atelierruimte van Erik in en uit, als figuren uit zijn herinnering. Met elkaar vertellen de vier acteurs geen ‘ultiem liefdesverhaal’, maar een herkenbare vertelling over een jeugdliefde die even heel mooi was maar toen over ging.

Astrid van Eck en Roeland Fernhout als Petruchio en Katharina, met op de achtergrond Anne-Chris Schulting, in Het temmen van de feeks © Sanne Peper
Katharina’s brutaliteit verdwijnt in ongeloof over het geweld dat haar wordt aangedaan

Net zo’n collectief verteld verhaal is Het temmen van de feeks. Over de strekking van dit stuk wordt door Shakespeare-kenners al heel lang gediscussieerd. Was de eindmonoloog waarin Katharina vrouwen oproept om hun echtgenoten te dienen serieus bedoeld door de schepper van Romeo en Julia? Of wilde Shakespeare zijn toenmalige publiek juist waarschuwen met deze wrede lachspiegel? Nina Spijkers maakt korte metten met deze discussie. Je kunt historisch interpreteren wat je wil, maar Het temmen van de feeks is een seksistisch stuk. En het belangrijkste middel waarmee zij dit aantoont, leent Spijkers van de meester zelf: de travestie.

In het Elizabethaanse theater werden alle rollen door mannen gespeeld. Wat een pret moet het hebben opgeleverd als een acteur zich uitleefde in het schreeuwende viswijf dat Katharina aanvankelijk is. Daar is sinds 1590 niks in veranderd. Het is supergrappig hoe de bebaarde Roeland Fernhout op hoge hakken rondbeent, hoe hij zijn handen in de zij zet bij het bitchy wegsnauwen van een kerel. En hoe Xander van Vledder als het bevallige zusje van Katharina met een vooruitgestoken nepboezem en een ondeugend pruilmondje haar verleidingskunsten etaleert. De hedendaagse consequentie van deze omkering is dat de mannen uit het stuk door vrouwen worden gespeeld. De voorstelling begint met een vrolijk omkleedtafereel waarbij de twee mannelijke acteurs zich van rondingen voorzien middels vulling bij de heupen en in hun beha’s. Maar wat de scholieren in de zaal stil maakt, zijn de vleeskleurige piemels die de vier vrouwelijke spelers voorbinden, en die zij met wijdbeens genoegen in hun onderbroeken vouwen.

De anatomische toevoeging heeft de werking van een shot testosteron. Zonder dat er pruiken of snorren aan te pas komen, tonen de actrices wat het vulsel in hun herenpantalons met hen doet. Hoe stevig ze staan. Hoe vanzelfsprekend ze de ruimte opeisen. Hoe eensgezind ze zijn in hun smalende afwijzing van de kwaaiige Katharina: ‘Let op, hier kunnen we lol aan beleven; die meid is knettergek of over-geëmancipeerd’, grapt een van hen (in de vertaling van Tom Klein). Hoe eensgezind de bronstige bezitsdrang is die haar flirterige zusje bij hen wakker roept. Astrid van Eck speelt Petruchio met een ijzingwekkend kille dominantie. Staan zij en Roeland Fernhout als kemphanen tegenover elkaar, dan is zij met haar frêle lichaam in fysieke kracht eigenlijk de mindere van de twee. Toch zorgt ‘zij’ ervoor dat ‘hij’ inbindt. Omdat zij in de mannenrol nu eenmaal meer macht heeft. Tergend langzaam doet Van Eck aan Fernhout voor hoe hij zich vrouwelijk moet bewegen. Daar heeft Petruchio blijkbaar meer verstand van dan Katharina, wat voor acteurs die hen spelen grappig genoeg waar is. En Katharina kan niet anders dan haar meester volgen. Ze staat er alleen voor in een mannenarena. Aangrijpend helder toont Roeland Fernhout hoe Katharina stap voor stap haar vechtlust verliest. Haar levenslustige brutaliteit verdwijnt in een verschrikt ongeloof over het geweld dat haar wordt aangedaan, en daarna veert ze hoopvol op bij elk sprankje vriendelijkheid dat ze bij haar meester ontwaart.

Maar de echte hoop in dit grimmig eindigende drama zit ’m in de demonstratieve precisie waarmee alle acteurs in deze voorstelling hun seksewisseling gezamenlijk tonen als een omkering van de machtsverhoudingen. In interviews vertelt Nina Spijkers dat door deze omkering pas duidelijk werd hoeveel tekst alle mannelijke personages eigenlijk hebben, en hoe weinig de vrouwen in het stuk aan het woord komen. Er wordt óver de vrouwen gepraat. Dat is wat Spijkers met haar voorstelling aantoont, en wat in de vrouwelijke blik op Turks fruit wordt hersteld.


Het temmen van de feeks speelt tot half april; toneelschuur.nl. Turks fruit is tot eind mei op tournee door het land; hummelinckstuurman.nl