Het ultieme wit

DE ENGELSE schrijfster Jenny Diski (1947) schreef met Schaatsen naar Antarctica, vertaling van Skating to Antarctica, haar eerste non-fictieboek. Het is het verslag van een reis naar de zuidpool, alsook van een zoektocht naar haar moeder. Dit klinkt vervelender dan het bij Diski uitpakt. Diski is Diski en dus wordt haar zuidpoolexpeditie gelukkig niet ingegeven door reislust, maar door het verlangen haar favoriete bezigheden (slapen, lezen en staren naar de zee) in extenso te kunnen bedrijven.

Het reizen stemt haar vooral tot nadenken over vragen als: waarom nemen mensen foto’s en waartoe zijn zeeolifanten op aarde? En wat de zoektocht naar haar moeder betreft: sinds die in 1966 uit haar leven verdween, of zij uit het hare, is ze alleen maar als de dood geweest dat ze op een dag weer zou opduiken, dood of levend. Het is dan ook aan haar dochter Chloe te ‘danken’ dat ze met haar neus op de feiten gedrukt dreigt te gaan worden: leeft ze nog of niet? De inmiddels achttienjarige Chloe wil nu wel eens weten wie ze is of was, de oma bij wie ze ’s zondags nooit gingen theedrinken.
Terwijl dochterlief bevolkingsregisters gaat raadplegen, zoekt moeder de ultieme rust aan de onderkant van de wereld. Maar, zoals iedere reiziger weet: waar je ook naartoe gaat, je neemt altijd jezelf mee, en anders wel je moeder.
EIND JAREN tachtig leek Jenny Diski even thuis te horen in een categorie (al dan niet post-) feministische schrijfsters die in bekentenis-achtige romans de grenzen van de vrouwelijke identiteit en seksualiteit verkenden. Zo baarde haar debuutroman, Nothing Natural (1986), vertaald als Onnatuurlijk, behoorlijk wat opzien in de tijd van verschijnen. Politiek gezien leek het nogal incorrect, dit relaas van vrijwillige onderwerping van een weldenkende jonge vrouw die midden in het leven staat.
Deze Rachel is de dertig gepasseerd, moeder van een dochtertje, heeft nog steeds een goede verstandhouding met haar ex en werkt met randgroepjongeren (zoals dat eind jaren tachtig heette). Na haar ontmoeting met ene Joshua bevindt ze zich echter op een hellend vlak van zelfdestructie, zelfvernedering en totale verslaving. Hij bewerkt haar met riemen en stokken, en als hij er niet is zit zij te wachten op zijn verlossende telefoontjes. Als haar favoriete randgroepjongere zelfmoord pleegt, stort Rachel zelf ook in. De verschrikkelijke depressie waarin ze wegzinkt, blijkt haar zo'n jaar of vijftien geleden ook te zijn overkomen. Ze is daarvoor toen opgenomen geweest.
IN FLASHBACKS wordt de jeugd van Rachel beschreven, met een stapelgekke gevoelloze moeder die eeuwig ruziet met echtgenoot en dochter. Rachels depressie wordt beangstigend aanschouwelijk beschreven. De totale zinloosheid van het leven die haar overvalt is alomtegenwoordig. Met consequent koele blik registreert ze het gekrioel om haar heen. Aan het eind van het boek neemt Rachel op een onheilspellende manier, namelijk niet bepaald volgens de regels van hun spel, wraak op Joshua.
Twee jaar na haar debuutroman verscheen Like Mother (1988), vertaald als Moederziel, een zo mogelijk nog naargeestiger boek dan zijn voorganger. Spreker in deze roman is Nulleke, een hersenloze baby, die het levensverhaal van haar moeder Frances openbaart. Een op zich nogal gezochte constructie, maar in de praktijk betekent het niet meer dan dat een vrij traditionele vertelling af en toe wordt onderbroken voor een stukje dialoog tussen Nulleke en haar publiek.
De Engelse titel zegt het al: net als haar moeder is Nulleke (in het Engels heet ze Nony, van 'non-entity’) leeg en niet in staat echt iets voor iemand te voelen. Hoe dat zo gekomen is, komen we via Nulleke te weten. Frances is geconcipieerd in een dronken liefdesroes vlak na WO(II en werd slachtoffer van een alcoholische moeder en een overspelige vader. Uiterlijk is Frances het brave meisje met de witte handschoentjes, innerlijk daalt ze af naar het grijnzende kind in haar dat zoekt naar de afgrond, met behulp van seks en ether.
ONLANGS verklaarde Renate Dorrestein dat het de taak van een schrijver is te verontrusten. Voor veel mensen (lees: vrouwen en kinderen) is deze wereld geen prettige plek om te vertoeven, en in ieders buurman schuilt een seriemoordenaar of een anderszins gevaarlijke gek. Schrijvers zouden volgens Dorrestein de nachtzijde van het bestaan moeten belichten en de vitrages moeten openschuiven om te laten zien welke gruwelen zich daarachter afspelen.
Nu is 'verontrustend’ de eerste kwalificatie die van toepassing is op het proza van Diski, maar toch heeft dat weinig van doen met Dorresteins programma. Waar Dorrestein verhalen vertelt met een moraal, waardoor ze uiteindelijk altijd afstevenen op een louterend einde, is bij Diski zoiets als 'goed’ en 'kwaad’ niet van elkaar te onderscheiden. Haar overwegend vrouwelijke protagonisten hebben juist een probleem met het trekken van grenzen. Ze gaan tot het uiterste en dus, meestal, te ver. Het meest verontrustend aan Diski’s romans en verhalen is dat ze náár en opwindend tegelijk zijn. En misschien zegt dat wel iets over de échte nachtzijde van het bestaan.
In de romans en verhalen die Jenny Diski het afgelopen decennium in gestaag tempo publiceerde, zoals Happily Ever After (1991), vertaald als Nog lang en gelukkig, Monkey’s Uncle (1994, Oom Aap) en The Dream Mistress (1996, De dromenmeesteres), onderzoekt zij de smalle scheidslijn tussen pijn en genot, gekte en gewoonte. Haar taal is helder, haar blik meedogenloos, haar wereld zwart. Inktzwart.
Mooi voorbeeld is het verhaal 'Huisvrouw’ in haar verhalenbundel De prinses in de spiegel (vertaling van The Vanishing Princess, 1995), dat als openingszin heeft: 'Ongeveer een uur nadat de kinderen naar school waren gegaan, belde de postbode aan met een pakje.’ Mevrouw Susan Donahue, woonachtig in Kent, verwacht niets en knipt bedaard de touwtjes stuk waarmee het pakpapier is dichtgebonden. Allerlei lagen plastic moeten verwijderd worden voordat het aan haar opgestuurde kleinood in volle glorie daar ligt. 'In de poel van zijn eigen bloed lag daar een hele, rauwe varkenslever, die zo'n donkerrode kleur had dat hij bijna zwart was.’ Begeleidend schrijven, niet ondertekend: 'Verlang naar je.’ De rest van het verhaal kan het best in alle rust gesavoureerd worden.
En nu dan Schaatsen naar Antarctica, een autobiografisch reisverslag. Een wonderlijk harmonieus geheel is het geworden, met hoofdstukken waarin Diski afwisselend bericht over haar zeereis en over haar Londense leven, toen en nu. De metaforische mogelijkheden van de ijswereld weet zij op een prettig onnadrukkelijke manier uit te buiten: de gigantische ijsblokken die ze door haar patrijspoortje voorbij ziet schuiven; het dunne breekbare ijs waarop ze zich met haar moeder voortdurend bevond; de verschrikkelijke moeder die zo ijzingwekkend veel lijkt op de verschrikkelijke moeders die in Diski’s fictie de boventoon voerden. Sadistisch, zoals die moeder met een zevenjarig meisje ’s avonds laat door de Londense straten gaat banjeren, om haar alvast te laten wennen aan het dakloze bestaan dat ongetwijfeld volgt op het bezoek van de deurwaarder. Hysterisch, om zich iedere keer nét op tijd met gillende sirenes naar het ziekenhuis te laten afvoeren.
DE SCHOKKENDSTE gedeelten in Schaatsen naar Antarctica zijn echter de verslagen van de bezoekjes van Diski nú aan hun vroegere buren. Eigenlijk wilde Diski alleen maar even over hun oude galerij lopen, geïnspireerd door de zoektocht van haar dochter Chloe, maar als er nog steeds bekende naambordjes blijken te hangen bij de brievenbussen beneden, kan ze zich niet bedwingen. Voor ze het weet eet ze een kaakje en drinkt ze een kopje thee met hen die getuigen van haar kinderleed moeten zijn geweest. Een onthullende blik achter de vitrages.
Daartegenover staat de roerloosheid van de koningspinguïns op de zuidpool. Waar wachten ze op, allemaal starend in dezelfde richting? 'Ik wilde een buitensporig vergrote versie van mijn witte kamer’, verklaart Diski in het begin van haar reisverslag haar beweegreden om naar Antarctica af te reizen. Ze zoekt een wit, leeg continent, onverstoorbaar en onveranderlijk. Het landschap vindt ze, maar ze blijft omringd door stoorzenders. Medereizigers die hun borden hoog optasten met worst en eieren, of die hun zionisme op de vroege ochtend aan de man proberen te brengen. En die zich zorgen maken als ze je een dag niet zien, omdat je je met Moby Dick hebt teruggetrokken in je hut.
HET VERLANGEN naar het niets is een terugkerend thema in Diski’s werk. In sommige verhalen is het niets een dag lang vertoeven in een warm ligbad, of wegdrijven op een luchtbed, omringd door slechts zee en wolken. In andere is het het verblijf in een monnikscel, of in een ziekenhuis waar ellendig genoeg altijd wel een zuster Winniki je het bed uit wil jagen.
Het enige wat in Schaatsen naar Antarctica in vergelijking met Diski’s vorige werk ontbreekt, is de enge seks. Helemaal geen seks in dit boek zelfs. Alhoewel… Enigszins onthutst beziet Diski de diersoort die 'zeeolifant’ wordt genoemd en zich in groten getale op de zuidpool bevindt. 'De term zeeolifant is een van de meest eufemistische namen waarmee mensen dieren aanduiden die ze herinneren aan iets waaraan ze niet herinnerd willen worden.’
Slappe-penisrob lijkt haar een adequatere benaming voor deze vleesgeworden satire op het mannelijk voortplantingsorgaan. Later is Diski getuige van een intiem moment: een zware stier bespringt een koe, of eigenlijk laat hij zich meer op haar vallen. De koe vertoont weinig reactie, op het uitstoten van een klaaglijke boer na. Gêne alom bij de toekijkende expeditiereizigers.
IN INTERVIEWS heeft Jenny Diski er niet veel onduidelijkheid over laten bestaan uit welke bron ze put. Een goudmijn voor een schrijver, zo schijnt het, een ongelukkige jeugd. De ervaringen van Diski in aanmerking nemende, is het eerder een godswonder dat ze niet op haar twintigste aan een overdosis van het een of ander is bezweken, zoals haar aanvankelijk ook voor ogen stond. Op de zeldzame momenten dat haar neurotische moeder en onbetrouwbare vader geen ruzie met elkaar hadden, lieten ze hun dochtertje naakt van de een naar de ander rennen om haar om beurten te 'grijpen’. Momenten die voor Diski nu, zo schrijft ze in Schaatsen naar Antarctica, nog steeds tot de zeldzame goudgerande herinneringen behoren.
Er werd immers bij gelachen. Regelmatig moest haar moeder worden afgevoerd omdat ze weer een zelfmoordpoging had gedaan. Haar vader liep uiteindelijk weg, Jennifer achterlatend bij een vrouw die de emotionele intelligentie had van een kind. 'Als ik had geweten hoe je zou worden, had ik je bij je geboorte gewurgd’, kreeg Jennifer te horen. En ook: 'Je bent altijd al een ellendeling geweest, net als hij. Als baby al kon je geen liefde geven.’
Op een gegeven moment stond ik voor de keus, schrijft Diski in Schaatsen naar Antarctica: de rest van mijn leven langs de Londense gekkenhuizen trekken of het echte leven in de praktijk gaan brengen. En dan opeens is daar een relatief gelukkige wending van het lot. Als ze op 14-jarige leeftijd na een greep in haar moeders pillenvoorraad in het ziekenhuis van Brighton belandt, krijgt ze een brief van de moeder van een klasgenoot. 'Kom bij ons wonen.’ Was getekend: Doris Lessing, the very same.
HET LIJKT ALSOF Jenny Diski met Schaatsen naar Antarctica voor eens en altijd de feiten naakt op tafel heeft willen leggen. Bijna vraag je je af wat ze hierna nog moet schrijven. Bijna. Diski is Diski en dus is die grens van fictie en non-fictie bij nader inzien toch ook niet zo duidelijk te trekken.
Tegen het einde van haar boek, als de zuidpool bijna bereikt is, maakt een speciaal soort opwinding zich van de schrijfster meester. Het grijnzende kind in haar steekt de kop weer op. Onheilspellend noteert ze: 'Ik merkte dat ik plezier in non-fictie begon te krijgen.’ Want de waarheid, zo leerde Diski al in haar vroege jeugd, is volkomen afhankelijk van wie er spreekt. 'Mijn moeder verdween in '66’, vertelde ze in 1996 in een interview. 'Achteraf is gebleken dat ze dezelfde hopeloze figuur gebleven is die ze was en dat ze uiteindelijk gestorven is. Niet zo'n interessant verhaal.’ Nog niet vermoedende dat ze dit oninteressante verhaal een paar jaar later tot zo'n mooi en pijnlijk boek om zou toveren.