Het uur de waarheid voor en na 1 juli

Er bestaat een gerede kans dat Rabin en Arafat erin zullen slagen zich aan de streefdatum voor het volgende deelakkoord te houden: op of kort na 1 juli moet men weer wat dichter bij de eindstreep komen.

De Palestijnen zullen ongetwijfeld met minder genoegen moeten nemen dan waarop ze hadden gehoopt, maar weer meer krijgen dan Israelisch rechts ze gunt. Israel zal, met het oog op de eind 1995 voorziene Palestijnse verkiezingen, zich terugtrekken uit vier steden op de noordelijke Westoever: Tulkarm, Qalqilya, Jenin en Nabloes. Veiligheid voor Israeli’s zal weer de lakmoesproef van de overeenkomst worden. Slaagt Arafat erin de islamitische oppositie onschadelijk te maken, dan wordt in een volgende fase verdere Israelische terugtrekking bespreekbaar. Laaien zelfmoordacties weer op, dan zal dat Rabins positie en dus het vredesproces bedreigen. Er is de islamitisch-fundamentalistische groeperingen veel aan gelegen de toenadering om zeep te brengen.
Blijven terreurdaden uit, dan hoeft de linkse regering op korte termijn niets te vrezen. Maar ook in Israel naderen verkiezingen en een tweede kans voor links is onwaarschijnlijk. Daarom is het zaak het vredesproces te versnellen en onomkeerbaar te maken zolang het nog kan. Dat verklaart de haast die Israel en Syrie tonen om tot een akkoord over de Golan te komen.
Een historisch compromis met de Palestijnen ligt ingewikkelder en grijpt dieper in dan Israels territoriaal geschil met de Syriers. Militair stellen de Palestijnen niets voor, maar zij houden wel als enigen de sleutels in handen tot Israels aanvaarding in de Arabisch-islamitische wereld. Veel Palestijnen wantrouwen de intenties van een Israel dat doorgaat nederzettingen in Palestijns gebied te consolideren, de verjoodsing van Oost-Jeruzalem krachtdadig ter hand neemt en weinig aanstalten maakt Palestijnse politieke gevangenen vrij te laten. Israel heeft zich daartoe formeel verplicht, maar laat het afweten - de huidige massale stakingen ten gunste van amnestie hebben weinig kan van slagen. Jammer dat Israel die kans laat liggen om voor een geringe prijs goodwill onder de Palestijnen te kweken.
Belangrijker zijn echter de structurele verschuivingen die na 1 juli wachten. Behalve de hergroepering van het Israelische leger, zal over de hele Westoever een groot aantal terreinen van dagelijks bestuur aan het Palestijnse Nationale Gezag worden overgedragen - zoveel terreinen zelfs dat Yossi Sarid, de meest vooruitgeschoven duif in Israels regering, openlijk spreekt over de naderende Palestijnse staat. Maar het debat over de echt heikele punten moet nog beginnen. Geen van beide volkeren zal vrede met de ander bereiken als het zich niet met concessies weet te verzoenen die nu nog ondenkbaar schijnen. En het staat vast dat de zwakste partij de pijnlijkste tegemoetkomingen zal moeten doen. Goed dus dat die Palestijnse verkiezingen eraan komen. Wanneer het uur der waarheid slaat, moet niet een zelfbenoemde potentaat zijn handtekening zetten onder een bitter vredesverdrag met Israel, maar de democratisch verkozen vertegenwoordigers van het Palestijnse volk.