Het vaderschapsverlof: vallen, opstaan, vallen…

Een verruimd vaderschapsverlof betekent verruimde mogelijkheden. In economische zin, maar vooreerst in morele – om dat laatste zou de discussie moeten gaan.

Medium grootgroene commentaar vaderschapsverlof

Wee de kersverse vader. Op de dag van de bevalling in het ziekenhuis geniet hij aanvankelijk nog van zijn calamiteitenverlof, maar net wanneer alles achter de rug lijkt te zijn is hij het die, onder druk van de aanwezige zusters, met tegenzin de navelstreng moet doorknippen.

Een van hen staat erop een foto te maken en hij denkt: waarom zou juist ik degene moeten zijn die de band tussen moeder en kind met geweld moet verbreken? Op dag twee en drie, kraamverlof, rijdt hij moeder en kind – in wat de gelijk gebleven afmetingen ten spijt plots een gezinsauto blijkt te zijn geworden – uiterst behoedzaam naar huis en fietst hij naar het gemeenteloket om een burgerservicenummer voor zijn kroost veilig te stellen. Daarmee is er een einde gekomen aan het hem in Nederland bij wet gegunde verlof. De volgende ochtend wacht hij weliswaar nog even tot de kraamverzorgster arriveert, maar zegt dan: de plicht roept, laat ons vanavond onze ervaringen uitwisselen.

Vorige week maakte ing bekend dat het inzake het vaderschapsverlof de vlucht naar voren kiest. In navolging van een aantal kleinere bedrijven en de gemeente Rotterdam wil de bank jonge vaders en niet-biologische moeders een naar Nederlandse maatstaven royaal verlof toekennen. Het onderwerp was door eigen medewerkers tijdens cao-onderhandelingen op de agenda gezet. En de bank, ongetwijfeld met de harde strijd om talent in het achterhoofd, liet zich overtuigen.

De dag erna zegt hij: de plicht roept, laat ons vanavond onze ervaringen uitwisselen

Het verruimde vaderschapsverlof houdt de gemoederen al het hele jaar bezig. Het demissionaire kabinet-Rutte II, zelf weldra oud genoeg om te gaan kruipen, verklaarde een eigen plan om het verlof uit te breiden van twee naar vijf dagen ‘controversieel’. pvda-minister Asscher deed een poging het voorstel alsnog door de Kamer te loodsen en leek even een meerderheid te hebben gevonden, maar uiteindelijk besloten de kabinetspartijen-in-waiting de snelle behandeling toch te blokkeren.

Eerder kon een voorstel van de Europese Commissie om in heel Europa het vaderschapsverlof naar minimaal tien dagen uit te breiden in Den Haag rekenen op hoon. Dat Nederland niet tot de Europese voorhoede behoort waar het het vaderschapsverlof betreft is een understatement, maar op zichzelf geen enkel probleem. Het calculerende onvermogen in Den Haag om in de positie van de werkende vader een nieuwe balans te zoeken is echter ronduit gênant.

Het mes van serieuzer vaderschapsverlof snijdt aan twee kanten. Het versterkt de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en het verduidelijkt de gedeelde aard van de opdracht die het krijgen en opvoeden van een kind is. Niet onbelangrijk in een land dat zichzelf graag als vooruitstrevend ziet, maar waar de piepkleine stap van de man die op zondag het vlees snijdt naar de man die één doordeweekse dag zelfbewust ‘pappaat’ als summum van emancipatie geldt.

Eerste vice-president Frans Timmermans verdedigde in april het voorstel van de Europese Commissie in een opinieartikel in de Volkskrant door te stellen dat het tijd is dat we inzien dat mensen een leven buiten hun werk hebben. Hij wees op de waarde van een ‘bijdrage aan een gelukkig gezinsleven of een meer harmonieuze samenleving’ en voegde daaraan toe: ‘Dat is niet alleen morele noodzaak, het is ook goed voor de economie.’

Alsof morele noodzaak niet voldoende zou zijn. We zouden er goed aan doen de uitbreiding van het vaderschapsverlof nu eens niet in economische termen te verdedigen. Het verruimt onze mogelijkheden, vermenigvuldigt de manieren waarop we vader of moeder kunnen zijn.