Het vakmanschap van d66

Welke partij maakte zich tijdens de verkiezingscampagne ook alweer het meeste druk over ‘een radicale vernieuwing van het middenveld’? Was dat niet D66? Voor de vernieuwingsgezinde Democraten was dat behoudzuchtige middenveld al meer dan 25 jaar een doorn in het oog. Als het aan D66 lag, zo liet de partij bij de presentatie van het verkiezingsprogramma in 1993 weten, ging daar stevig het mes in.

Tegen deze achtergrond was de keuze voor de D66- ministers in het kabinet-Kok opmerkelijk te noemen. Niet alleen waren Weijers (Economische Zaken), Sorgdrager (Justitie) en Borst-Eilers (Volksgezondheid) zo goed als onbekend in Den Haag, ze maakten alle drie min of meer deel uit van de elites waarover ze nu de scepter zouden gaan zwaaien. En dat is nu eenmaal, zo luidt de ongeschreven regel, geen sterk uitgangspunt voor een rigoureuze aanpak.
Wie ruim honderd dagen later bij het eerste kerstreces van het kabinet-Kok de balans opmaakt, moet echter tot de conclusie komen dat de politieke intuitie van D66 toch sterker is dan de politieke analyse. De Democraten hebben ministers afgevaardigd die - met uitzondering van routinier Van Mierlo - hun eerste examen zonder veel moeite met goed gevolg hebben afgelegd. Natuurlijk, Weijers worstelde met Borssele, en Sorgdrager kreeg te maken met de naschokken van de IRT-affaire, maar beiden sloegen zich bekwaam door deze - overigens van van het vorige kabinet geerfde - kwesties heen.
Het meest opmerkelijk - en tevens het minst opvallend - was misschien wel het optreden van Borst-Eilers. Bijna onzichtbaar is zij op het terrein van de volksgezondheid, waar nog nooit een politicus applaus in ontvangst heeft mogen nemen, haar gang gegaan. Bedachtzaam en deskundig. Weg met de blauwdrukken a la Simons, die toch nergens toe leiden, een extraatje voor die specialisten die bereid zijn om met ziekenhuizen tot afspraken te komen over kostenbeheersing, een opening voor verdere liberalisering van het drugsbeleid, het aanpakken van de absurd hoge medicijnenprijzen en het verder terugdringen van prijsopdrijvende apothekerspraktijken. Stuk voor stuk zaken die nauwelijks de kranten halen, maar die duidelijk maken dat er iemand met verstand aan de touwtjes trekt, iemand die niet bang is om de beurse plekken van het systeem aan te pakken. Natuurlijk, er zitten ook wat vlekjes op haar beleid (opheffen subsidie Rutgers Stichting), maar de eerste indruk is toch dat we te maken hebben met een minister die wars is van politiek spektakel en niet zonder meer zal buigen voor de eerste de beste gezondheidszorglobby.
Is dat dan de beloofde radicale vernieuwing van het middenveld, die ons in het verkiezingsprogramma werd beloofd? Nee, zeker niet. Kennelijk hebben de Democraten bewust eieren voor hun geld gekozen. D66 heeft ingezet op vakmanschap en niet op de bekende politieke retoriek van grootse plannen en meeslepende interviews. Er valt dus wel wat voor te zeggen dat D66 langs de omweg van personen en echte vakministers toch iets van bestuurlijke vernieuwingsdrang waarmaakt. Het is alleen jammer voor de Democraten dat leider Van Mierlo daarbij zijn uiterste best lijkt te doen om voortdurend roet in het eten te gooien.