Het vaticaan wast de handen in onschuld

Wie was nu erger, Stalin of Hitler? zo werd onlangs aan de Amerikaanse kardinaal Cassidy gevraagd. Het antwoord kwam er rap uit. Stalin stond wat Cassidy betreft nummer ÇÇn op de horror-hitlijst der twintigste eeuw, want zijn Oostenrijkse tegenstrever ‘liet zijn eigen mensen tenminste met rust’.

Het was een curieuze uitspraak, die veel vragen opriep. Wat bedoelde de kardinaal bijvoorbeeld met Hitlers ‘eigen mensen’? Waren de joodse Duitsers dat dan niet? Onderschreef de kardinaal met die slip of the tongue niet de raciale inzichten van het nazisme? Cassidy’s ontboezeming was des te alarmerender, omdat hij de man is die door paus Johannes Paulus(II werd belast met het kritische zelfonderzoek van het Vaticaan naar zijn eigen rol in de holocaust.
Inmiddels is Cassidy’s onderzoek afgerond en ligt het resultaat - het veertien kantjes tellende verslag We Remember: A Reflection on the Shoah - voor ons. De bangste voorgevoelens over het onderzoek worden allemaal bewaarheid. In plaats van dat de Heilige Moederkerk overging tot een indringend mea culpa, zoals vele joodse instanties vurig hoopten, komt Cassidy na jaren van onderzoek en publicitair tromgeroffel over een spectaculaire doorbraak met een flinterdun document dat louter en alleen bedoeld is om het kerkelijk blazoen schoon te poetsen. Een in 1994 gepubliceerde voorstudie van Cassidy’s Commissie voor Religieuze Relaties met de Joden was aanzienlijk kritischer van toon, maar blijkbaar viel de daaropvolgende publiciteit niet in goede aarde bij de kerkvader.
Paus Pius XII profiteert postuum het meest van het rapport. De man die het Vaticaan al zwijgend door het grootste gedeelte van de Tweede Wereldoorlog loodste, wordt hier op grond van wel zeer dubieuze bewijsvoering voorgesteld als een onvermoeibaar antifascistische voorvechter. Pius XII zou langs de weg van de stille diplomatie nog heel wat hebben bereikt, zo suggereert Cassidy. Zo lang de archieven van Pius XII gesloten blijven voor historici, moet men de kardinaal maar op zijn woord geloven.
En daartoe zijn buiten de kerk maar weinigen geneigd. Binnen trouwens ook lang niet iedereen, getuige de uiterst kritisch getoonzette reactie van de Nederlandse Katholieke Raad voor Israel op het verschijnen van We remember.
Wat ook zeer in het oog springt, is dat er in Cassidy’s verslag geen enkele aandacht is voor de antisemitische traditie van het r.k.-geloof zelf. De rassenideologie van Hitler c.s. wordt voorgesteld als een ideologisch Fremdk”rper in de katholieke traditie, een heidens geloof dat zo rond het einde van de vorige eeuw in het spoor van Darwin en madame Blavatsky opeens ingang vond in Duitsland en omstreken. Geen woord over paus Innocentius(III (1198-1216), die in 1205 in de kerkelijke canonieken de doctrine liet opnemen dat de joden als straf voor de moord op de heiland veroordeeld waren tot een 'existentie van slavernij en vernedering’, en in dezelfde vaart het zogeheten 'Kaãnsteken’ invoerde, een voorloper van de jodenster van de nazi’s. Cassidy zet alles op alles om de shoah af te schilderen als een in de geschiedenis geãsoleerd staand incident.
In zijn voorwoord tot het rapport spreekt de huidige paus het vurige verlangen uit dat Cassidy’s studie zal leiden tot een definitieve verzoening tussen joden en christenen. Maar gezien de stroom aan teleurgestelde reacties in joodse kring zal die er met dit rapport zeker niet komen. Misschien had Johannes Paulus(II - als Pool een ooggetuige van de verschrikkingen van de holocaust - het shoah-rapport beter zelf kunnen schrijven. Nu zit hij met een document dat in feite alleen maar een verslechtering teweeg kan brengen in de joods-christelijke betrekkingen.