Het venijn van wagner muziek

De produktie van ‘Götterdämmerung’, het vierde en laatste deel van Wagners Ring in een regie van Pierre Audi, brengt weinig nieuws over het voetlicht. De wereld-es die we nog kennen uit de vorige ensceneringen domineert het podium. De jaarringen lopen als een catwalk vlak langs het publiek en vallen ter hoogte van de coulissen uiteen in losse vlakken, die als enorme armbanden het speelvlak omringen. Dat geeft de grote ruimte een zekere beslotenheid, terwijl de boom zelf op doeltreffende wijze het idee van tijd en herhaling in zich draagt. l'Histoire se répète. Want zo wordt de liefde tussen Brünnhilde en Siegfried, net als die van Siegmund en Sieglinde in ‘Die Walküre’, aan diggelen geslagen.

De kwade genius is hier niet langer Alberich, maar zijn zoon Hagen - meesterlijk gespeeld door Kurt Rydl. De Nornen hebben de visionaire rol van hun moeder Erda overgenomen. Nieuw zijn Gunther en Gutrune die met hun stijve Victoriaanse kostuums en maniëristische gebaren uit een voorstelling van Robert Wilson weggelopen lijken te zijn. Kortom, een nieuwe generatie is aangetreden die, grofweg gezegd, in dezelfde valkuilen stapt als de voorvaderen.
In praktisch opzicht is ‘Götterdämmerung’ vooral een tour de force. In de eerste plaats voor het orkest dat een 4,5 uur durende partituur moet verstouwen - dirigent Hartmut Haenchen wacht niet meer op een pauze om het zweet van zijn voorhoofd te wissen. Maar ook voor de technici is deze productie een krachtmeting. De talloze balken, speren en priemen die het decor rijk is zweven niet altijd even gewillig van punt a naar punt b, en met name de gemeen piepende wieltjes van de meterslange brancard zullen in de coulissen flink wat stress hebben veroorzaakt.
Toch is deze 'Götterdämmerung’ een schitterende voorstelling. Geen verrassingen maar wel het feest der herkenning. In de partituur citeert Wagner lustig uit de voorgaande delen. Een van de mooiste voorbeelden is Brünnhilde die door Wotan gedegradeerd is van halfgoddelijke Walküre tot een sterfelijk mens. In 'Götterdämmerung’ zien we deze getemde Brünnhilde, maar in haar muziek steekt af en toe de oude Walküre weer de kop op, als een temperament in haar bloed. Zo puilt de hele partituur uit van de referenties en simultane betekenissen. Het effect is dat al luisterend (naar een prachtige uitvoering) en kijkend (naar een tamelijk sober toneelbeeld) er voortdurend herinneringen aan de vorige voorstellingen opduiken.
De overdadigheid van de partituur krijgt bij Audi een equivalent in de belichting. Zelden zal een toneelbeeld zo zijn overgoten met exotische kleuren. Van ultramarijn tot bloedrood, combinaties van oranje met blauw, groen met blauw en roze met blauw - belichter Göbbel heeft zijn fantasie uitgeleefd. Deze kleurenpracht versterkt niet alleen de sprookjeswereld die deze Ring verbeeldt, maar vormt ook een contrapunt met de muziek die uit zijn voegen barst van de kleuren en timbres. Hoogtepunt in de belichting is de magistrale scène waarin Hagen in giftig geel licht zijn boosaardigheid tentoonspreidt. Een venijn waar Verdi’s Iago bij verbleekt. Daarmee is Kurt Rydl de onbetwiste ster.
De consequentheid waarmee Audi in dit slotdeel vasthoudt aan zijn eerdere uitgangspunten doet uitkijken naar de aaneengesloten uitvoering van de cyclus komende zomer. Dan zal blijken of deze 'Götterdämmerung’ de kracht van een uitroepteken heeft.

  • Een bonte verzameling acteurs en musici (o.a. Lucia Meeuwsen, Han Bennink, Krijn ter Braak en Michael Moore) doet mee aan het komisch muziektheater van Teo Joling: Teerr & Feer, gebaseerd op een verhaal van Edgar Allan Poe. Felix Meritis te Amsterdam, 17 t/m 21 en 24 t/m 28 september.
  • Looking Ears heet de hommage aan de onlangs overleden componist Ton Bruynel. De titel verwijst naar de poëtische en beeldende klankwereld die deze pionier op het gebied van de elektronische muziek maakte. De IJsbreker, 19 september.