Israël: Netanyahu zoekt nog partners

Het verdoofde land

De vervroegde verkiezingen in Israël op 22 januari worden een strijd tussen rechts, ultrarechts en extreem-rechts. De linkse oppositie komt er nauwelijks meer aan te pas. Wat betekent dit voor Israëls verhouding met de Palestijnen en de buurlanden?

Tot voor kort wist iedereen het zeker: de kersverse formatie Likoed Beitenoe van het rechtse duo Netanyahu-Lieberman zou met grote overmacht de verkiezingen gaan winnen. Ze zouden dan nog twee of drie religieuze partijen nodig hebben – en die groeien even hard als de ultra-orthodoxe bevolkingsgroep – om in de 120 zetels tellende Knesset aan een meerderheid te komen. En daarmee zou Israël opnieuw een rechtse regering krijgen, met de mogelijkheid dat tijdens de rit de havik Netanyahu zou worden opgevolgd door de haai Lieberman. De eerste heeft zich vooral laten kennen als de ijzeren premier die vriend en vijand trotseerde en alle onderhandelingen met de Palestijnen blokkeerde, de laatste als de agressieve minister van Buitenlandse Zaken die de rest van de wereld tegen Israël in het harnas joeg.

In oktober kondigden Likoed en Jisrael Beitenoe (‘Israël Ons Thuis’, een seculiere rechtse partij van Russische joden) aan dat ze met een gezamenlijke kieslijst zouden komen. Het was het type electorale manoeuvre waarop de Israëlische politiek het patent lijkt te hebben. In de nog niet zo lange geschiedenis van de staat Israël wemelt het van de politieke afsplitsingen en fusies, van politici die weglopen en weer terugkomen, van partijen die worden geboren, sterven en herrijzen. Doorgaans hebben deze operaties één ding gemeen: de ambitie van een leider.

Neem minister van Defensie Ehud Barak. Vlak na de laatste mini-oorlog tegen Gaza maakte hij zijn vele vijanden blij met de onverwachte aankondiging dat hij zich terugtrekt uit de politiek. Maar je weet het nooit. Waarschijnlijk wilde Barak alleen maar af van zijn partijtje – dat hij in 2011 van de Arbeidspartij afsplitste om in de regering te kunnen blijven – voordat het in de verkiezingen zou worden weggevaagd. In Israël komen opgestapte politici bijna altijd terug. Hou daarom ook Ehud Olmert in de gaten, die in 2008 aftrad als premier en partij­leider vanwege diverse beschuldigingen van fraude en corruptie, een vrij gebruikelijke aanklacht tegen Israëlische politici. Van de belangrijkste aanklachten is hij inmiddels vrijgesproken. Zodra zijn laatste steekpenningenakkefietje met justitie geregeld is, zal hij zeker weer van de partij zijn. Net als die twee corrupte oud-ministers van Likoed die waarschijnlijk in de komende regering opnieuw minister zullen worden. Als protest tegen de verstrengeling van politiek en zakenelite is een nieuwe partij gevormd, Eretz Chadasha (‘Het Nieuwe Land’), die zomaar in de Knesset kan komen.

De leider van Jisrael Beitenoe, de voormalige Likoed-activist Avigdor Lieberman, heeft tussen zijn partij en Likoed inhoudelijke overeenkomsten ontdekt. Beide laten zich inspireren door het gedachtegoed van Israëls rechtse founding father Jabotinsky. Maar als alle partijen die overeenkomsten hebben zouden samengaan, zouden er misschien maar drie of vier partijen overblijven, in plaats van de 34 die er meedoen aan de verkiezingen. De meeste zullen onder de – veel te lage, instabiliteit bevorderende – kiesdrempel van twee procent blijven.

Door samen te gaan met Jisrael Beitenoe, met haar vijftien zetels de derde partij in de laatste Knesset, wilde Netanyahu zich verzekeren van een nieuw premierschap. Zelf was Likoed met 27 zetels de op één na grootste partij. Maar met Lieberman weet je het nooit. Deze voormalige uitsmijter van een nachtclub in Moldavië en bewonderaar van Vladimir Poetin is een ras-provocateur. Geen enkele Europese leider wilde meer met de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken op de foto, behalve natuurlijk de enige vriend die hij in Europa heeft: Alexander Loekasjenko, president van Wit-Rusland en de laatste dictator van het continent. Als minister ging Lieberman niet alleen tekeer tegen de Palestijnen, de internationale critici en de linkse oppositie en ngo’s in eigen land (‘terroristen’), maar soms ook tegen zijn eigen regeringspartners. Hij had Netanyahu in de houdgreep, want als Lieberman zijn dreigementen om de coalitie te verlaten zou uitvoeren, zou de regering ten val komen.

Maar terwijl de campagnevoerders van Netanyahu en Lieberman achterover leunden holde Likoed Beitenoe in de peilingen achteruit. De veronderstelling dat ze minstens evenveel zetels zou halen als de som van de afzonderlijke partijen bleek te zijn gebaseerd op wensdenken en vooral op de mening van Arthur Finkelstein, een Amerikaanse consultant die al sinds tientallen jaren conservatieve kandidaten in de VS en elders adviseert. Netanyahu heeft een blind vertrouwen in hem. Daarom wist hij zeker dat zijn vriend Mitt Romney de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou gaan winnen, want Finkelstein had hem dat zelf gezegd. De herverkiezing van Obama kwam bij de Israëlische leider keihard aan. De relatie tussen de twee is belabberd.

De daling van Likoed Beitenoe in de peilingen met acht tot tien zetels heeft voor een deel te maken met de strafrechtelijke avonturen van Lieberman. Een oude zaak tegen hem over witwassen en corruptie is kort geleden gesloten wegens gebrek aan bewijs: twee getuigen waren overleden, een derde was verdwenen, een vierde weigerde naar Israël te komen. Vrijuit gaat Lieberman echter nog niet. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft hij de benoeming van een diplomaat tot ambassadeur in Letland doorgedreven als dank voor een vriendendienst die deze hem bewezen had. De diplomaat had Lieberman ingeseind over een onderzoek in een andere zaak tegen hem. Toen justitie in december besloot dat Lieberman zich hiervoor moet verantwoorden, moest hij aftreden als minister. Daardoor is zijn politieke toekomst onzeker geworden.

De opluchting van het progressieve deel van de natie over de neutralisering van de voormalige uitsmijter en de daling van Likoed Beitenoe in de prognoses heeft kort geduurd. Want wie profiteert er van die daling? Niet links, niet het centrum, niet rechts, niet uiterst rechts, maar de partij van een supernationalistische extremist bij wie vergeleken Lieberman een exempel van gematigdheid is en Netanyahu een man met linkse neigingen. Het is de veertigjarige softwaremagnaat Naftali Bennett, leider van de nieuwe partij Habajit Hajehoedi (‘Het Joodse Thuis’), die in één klap de derde partij kan worden. Bennetts flitsende optreden en levensstijl vloeken met zijn extremistische boodschap. Hij wil Gaza en de Westelijke Jordaanoever inlijven. In zijn denken zijn ze sinds een paar duizend jaar al Israëlisch grondgebied. Hij is bereid de Palestijnen een oprotpremie te betalen.

Bennett, zoon van Amerikaanse immigranten, is een voormalige pupil en stafchef van Netanyahu, met wie hij brak omdat hij diens vrouw Sara (volgens velen de werkelijke premier van Israël) onverdraaglijk vond. De charismatische Bennett is het idool van de kolonisten en van veel Likoed-stemmers die vinden dat Netanyahu en het Israëlische leger de nederzettingen niet genoeg verdedigen. De vele Palestijnse slachtoffers van die vermeende slapte zullen het hun niet nazeggen. Bennett maakte in december furore met zijn opmerking dat hij een militair bevel om een joodse familie uit hun huis te zetten – uiteraard bedoelde hij een kolonistenfamilie in een illegale nederzetting – niet zou opvolgen en liever de gevangenis inging. Grote verontwaardiging bij Netanyahu. Een bevel weigeren? Hoe kan Israël overleven als militaire bevelen niet meer worden uitgevoerd!

Deze reactie kwam de premier duur te staan. Zie je wel, zeiden de kolonisten en hun sympathisanten, dat we niet kunnen vertrouwen op Netanyahu? Hele cohorten Likoed-stemmers liepen over naar Bennett. En dat terwijl Netanyahu, alweer op advies van Finkelstein, zijn electorale strategie juist op ultrarechts had gericht. Niet toevallig was Likoed in de interne verkiezingen in november nog verder naar rechts geschoven. Voormannen van de gematigde vleugel zoals Benny Begin – zoon van Menachem Begin, partijoprichter en eerste Likoed-premier – en de ministers Dan Meridor en Miki Eitan kwamen op onverkiesbare plaatsen (het systeem van voorkeurstemmen bestaat in Israël niet). Op de kieslijst voor de Knesset staan nu figuren als Mosje Feiglin en andere houwdegens bovenaan. Likoed leek te zijn overgenomen door de kolonisten, die samen met de ultra-orthodoxe rabbi’s in feite de meesters van de joodse staat waren geworden.

Pal na de opwaardering van de status van Palestina in de Verenigde Naties in november kondigde Netanyahu de bouw aan van 3500 nederzettingen in een zone genaamd E1 tussen Jeruzalem en de Dode Zee, waar hij eerder onder Amerikaanse druk van bouwprojecten had moeten afzien omdat het het Palestijnse gebied in tweeën zou delen en daarmee een eigen staat vrijwel onmogelijk zou maken. In december werden plannen bekend voor de bouw van nog eens zesduizend kolonisten­huizen. Vrijwel alle westerse regeringen, ook de meest beproefde bondgenoten van Israël, protesteerden scherp, vooral tegen de bouwplannen in E1, die ze zagen als een Israëlische represaille tegen de Palestijnse leider Mahmoed Abbas en een effectieve manier om de Israëlisch-­Palestijnse vrede onmogelijk te maken. Maar het was ook een verkiezingsstunt van Netanyahu om in het meest reactionaire volksdeel stemmen te trekken. Van dezelfde orde was de inhouding van de honderd miljoen dollar belastinggeld die Israël namens de Palestijnse Autoriteit maandelijks int onder de Palestijnse bevolking. Ook de erkenning van het Ariël-college in bezet gebied als een volwaardige Israëlische universiteit was een knipoog naar de kolonisten.

De Israëlische regering trok zich van de internationale protesten tegen de bouwplannen niets aan. Internationaal isolement schijnt ze heerlijk te vinden. Het voedt immers het slachtoffer­gevoel dat zich in Israël sterk heeft verspreid en de regering de kans geeft zich te profileren als de verdedigster van de bedreigde natie. Bedreiging van buitenaf versterkt bij steeds meer Israëliërs hun joodse identiteit, en ter verdediging daarvan is een sterke, dus rechtse regering nodig. Dat verklaart zowel de opkomst van Bennett als de vijandige houding van de regering tegenover bijna iedereen, of het nu gaat om de Palestijnen of Iran, om vredesactivisten of de beoogde Amerikaanse minister van Defensie, de Vietnam-veteraan Chuck Hagel. Rechts Israël wenst deze eigenzinnige Republikein niet als minister omdat hij een twee-statenoplossing wil, niets ziet in een aanval op Iran, überhaupt weinig op heeft met oorlogen en kritisch is over de pro-Israël-lobby in de VS – iets wat hem, althans volgens de in Israël gevoerde campagne tegen zijn benoeming, bijna tot antisemiet maakt.

President Shimon Peres heeft zich de laatste weken de ene kritische opmerking na de andere veroorloofd over de agressieve en isolationistische politiek van de regering. Israël, zei hij, isoleert zich van de Verenigde Staten, de regering wil geen vrede met de Palestijnen, ze verkettert Abbas in plaats van vredes­besprekingen met hem te beginnen en ze riskeert een derde intifada. In de rechtse pers was er zelfs even sprake van dat Peres (89) zich aan het hoofd zou stellen van een centrum-linkse coalitie die Netanyahu’s terugkeer aan de macht moest verhinderen.

Het oppositiekamp biedt geen vrolijke aanblik. Het is versnipperd en gedemoraliseerd. De neergang van de grootste oppositiepartij, Kadima (‘Voorwaarts’), lijkt niet te stoppen. Als een raket was deze middenpartij zeven jaar geleden gestart. Met zijn voornemen om een eind te maken aan de Israëlische bezetting van Gaza kreeg Kadima-oprichter Ariël Sjaron de halve Likoed en een deel van zijn voormalige linkse vijanden achter zich. Een van hen was Peres, die na zestig jaar de Arbeidspartij verliet. In 2006 werd Kadima onder Olmert in één klap de grootste partij, en dat bleef ze bij de verkiezingen in 2009. De nieuwe Kadima-leider Tzipi Livni kon toen geen meerderheidskabinet in elkaar zetten en ging de oppositie aanvoeren. De 28 zetels van toen kunnen in januari 2013 worden teruggebracht tot nul. Die spectaculaire implosie is niet alleen te wijten aan het falende leiderschap van Livni, maar ook aan de machtsstrijd binnen Kadima.

In maart van dit jaar werd Livni bij interne verkiezingen verpletterend verslagen door de vroegere legerchef en oud-minister van Defensie Mofaz. Eenmaal buiten dienst gaan Israëlische generaals immers graag de politiek in. Of beter gezegd, ze blijven in de politiek, maar nu vóór de schermen. In Mofaz bleek een begenadigd opportunist te schuilen. Na zijn verzekering dat hij nooit in een door Netanyahu geleide regering zou gaan zitten, sloot hij een grote coalitie met Netanyahu en werd zelf vice-premier, om na zeventig dagen weer op te stappen. Dat was vanwege een conflict met Netanyahu over het instellen van de dienstplicht voor ultra-orthodoxe studenten, die op kosten van de staat mogen studeren. Zelf vinden deze studenten dat ze meer bijdragen aan de nationale veiligheid dan wie ook: door te bidden. Mofaz’ pirouettes zullen Kadima vermoedelijk fataal blijken. Tzipi Livni was intussen uit de partij gestapt. Ze benaderde verschillende linkse partijen, maar dat liep op niets uit omdat ze weigerde nummer twee te zijn. Typisch Israëlische oplossing: een eigen partij stichten. In november lanceerde ze Hatnoea (‘De Beweging’). De elf zetels die ze volgens de peilingen krijgt snoept ze niet af van het rechtse blok maar van de oppositie.

De Arbeidspartij, eens Israëls dominante partij, maakt onder haar nieuwe leider, de vroegere tv- en radiojournaliste Shelly Jachimovitsj, een opmerkelijke comeback en zal hoogstwaarschijnlijk de grootste oppositiepartij worden. Sinds de moord op haar leider Yitshak Rabin, de man van de Oslo-akkoorden, is de partij steeds minder bezig met het zoeken naar vrede met de Palestijnen. De andere linkse partijen evenmin. Dat geldt ook voor de nieuwkomer Jesh Atid (‘Er is een Toekomst’), een creatie van de voormalige tv-anchorman Jair Lapid. Deze is volgens de peilingen als politicus aanzienlijk minder populair dan als tv-ster. Met al die ego’s blijft de vorming van een centrum-links blok een vrome wens. Een poging in die richting van Livni, Jachimovitsj en Lapid liep uit op een knetterende ruzie. Alsof ze grotere vijanden van elkaar zijn dan van rechts, en dat zijn ze ook. Ook bij de oppositie geldt dat de politiek draait om de poppetjes.

In de zomer van 2011 zinderde het in Israël van de protesten tegen de sociale ongelijkheid. Op het hoogtepunt kwamen in Tel Aviv bijna een half miljoen mensen de straat op. Iedereen riep dat Netanyahu met ingrijpende hervormingen moest komen of anders weg moest. Het conflict met de Palestijnen werd zorgvuldig buiten de discussie gehouden, want men was bang dat die kwestie tweespalt zou zaaien in de beweging. Maar daarmee werd wel een van de belangrijkste oorzaken van de sociale crisis ontweken: de subsidies voor de kolonisten en de kolossale uitgaven voor het leger en de bezetting.

Netanyahu beloofde hervormingen, maar daarvan is vrijwel niets terechtgekomen. De premier is erin geslaagd het publieke debat te verleggen naar het terrein dat hem het meest vertrouwd is: veiligheid. Zodra de veiligheid in het geding komt, wijkt al het andere en schaart het volk zich, boven de partijverschillen uit, in meerderheid achter zijn doortastende aanvoerder. Het ziet er steeds meer naar uit dat de Israëliërs zich hebben neergelegd bij een permanente staat van oorlog, dus bij de situatie waarbij Netanyahu en de zijnen garen spinnen. Vrede is ook bij links nauwelijks een item meer. Veelbetekenend zette de Arbeidspartij de leider van de beweging Vrede Nu, Jariv Oppenheimer, een fel tegenstander van Netanyahu’s nederzettingenbeleid, niet op de kandidatenlijst, maar wel een groot aantal sociale activisten. Alsof de vrede is afgeschreven.

Door de angst erin te houden probeert Netanyahu zijn leiderschap te verstevigen. Daar komt bij dat er een steeds grotere scepsis heerst over de mogelijkheid van vrede met de Palestijnen. De mantra dat de Palestijnen geen vrede willen is zo lang zo vaak herhaald dat bijna iedereen erin is gaan geloven. De sabotage door de regering van wat niemand meer het vredesproces durft te noemen, heeft kennelijk ook succes bij de oppositie. Twee derde van de bevolking wil wel een twee-statenoplossing, maar bijna niemand gelooft dat die in de praktijk mogelijk is.

Wat staat Israël te wachten? Netanyahu zal zichzelf wel opvolgen als premier, maar het is niet duidelijk met wie hij een coalitie zal ­vormen. Het meest voor de hand ligt een rechts-ultrarechts blok van Netanyahu, Lieberman (of diens vervanger) en Bennett, aangevuld met een paar religieuze partijen. Maar omdat Netanyahu en Bennett moeilijk door één deur kunnen, kan Netanyahu ook de hulp van een of meer oppositiepartijen inroepen. Het minst waarschijnlijk, maar niet onmogelijk, is een monsterverbond van links, centrum, Bennett en ultra-­orthodoxen. Het meest waarschijnlijk is dat Israël nog verder naar rechts zal schuiven.

De nieuwe regering zal een twee-staten­oplossing met nieuwe nederzettingen nog verder verstikken. Ze zal de belangen van de kolonisten het zwaarst laten wegen. Ze zal het ­internationale isolement van Israël nog vergroten, zodat ze het nog meer kan opnemen tegen de rest van de wereld. Ze zal in de intense beroeringen in de Arabische wereld slechts een gevaar en nooit een belofte zien. Links en rechts met de wapens kletterend zal ze proberen de dreiging van een aanval van Iran levend te houden om de noodzaak van een preventieve aanval te rechtvaardigen. Kortom, ze zal alles doen om Israëls belangen op de langere termijn enorme schade toe te brengen.