Het verfoeide neoliberalisme is nog niet verslagen

Hoe vaak is het neoliberalisme al wel niet doodverklaard? Hoeveel intellectuelen hebben niet korte metten gemaakt met de utopie van de vrije markt en de mythe van de homo economicus; met de verfoeide ideologie, die sinds de jaren tachtig diep ingrijpt in het dagelijks leven, of het nu gaat om de marktwerking in de zorg of de kaalslag in het onderwijs. En toch waart de geest van economen als Friedrich Hayek en Milton Friedman nog altijd rond op de plekken waar de beslissingen worden genomen.

Even leek het erop alsof de financiële crisis van 2008 de genadeklap zou betekenen voor het neoliberalisme. Greed was helemaal niet good, zo bleek – het stortte de economie in chaos en zadelde de meest kwetsbaren op met de rekening. Nadat Thomas Piketty ons had wakkergeschud over de toenemende ongelijkheid leek het tij te keren. Neoliberalisme werd een vies woord en partijen die eerder nog gretig hadden bijgedragen aan de afbraak van de verzorgingsstaat, verzetten zich ineens tegen de ‘doorgeschoten marktwerking’ en het ‘neoliberale rendementsdenken’.

Al werd dat verzet vooral met de mond beleden, want toen de economie er na de kredietcrisis weer bovenop geholpen moest worden, grepen beleidsmakers gewoon weer naar het neoliberale receptenboekje: om werkloosheidscijfers te dempen werden banen flexibeler, om de begrotingstekorten te beperken werd er driftig bezuinigd op sociale voorzieningen. Snelle start-upjongens met Ayn Rand op hun nachtkastje goten er een techsausje overheen en noemden het ‘de platformeconomie’, maar het recept bleef hetzelfde: meer flexibilisering en verdere ontmanteling van arbeidsrechten, waardoor een handjevol opperplatformen meer en meer macht verworven.

In het verleden toonde de EU zich bepaald geen vriend van de werkende klasse

Nu we afstevenen op de grootste economische crisis sinds de jaren dertig zien we wie de prijs betalen. We zien dat arbeidsmigranten in vleesfabrieken of distributiecentra de grootste risico’s lopen om met het virus besmet te raken. We zien dat ‘platformwerkers’ bij het eerste zuchtje tegenwind aan hun lot worden overgelaten. In Amerika drukte Jeff Bezos de protesten van ontevreden arbeiders zonder sjoege de kop in. Terwijl de magazijnmedewerkers met gevaar voor eigen gezondheid zorgden dat de webwinkel kon blijven leveren, steeg het vermogen van de baas sinds het begin van de coronacrisis met 25 miljard, tot een totaal van 140 miljard dollar.

Ook in Nederland – waar Amazon onlangs zijn entree maakte – vangt het ‘precariaat’ op dit moment de zwaarste klappen op. Uber-rijders zijn ‘wanhopig’, aldus een chauffeur van de taxi-app, die net als zijn collega’s zijn inkomsten zag wegvallen en het steunpakket aan zijn neus voorbij zag gaan. Op hulp van Europa hoeven de schijnzelfstandigen waarschijnlijk niet te rekenen, want in het verleden toonde de EU zich bepaald geen vriend van de werkende klasse, zo beschrijft Lise Witteman. Na een lobbycampagne durfden de Brusselse bestuurders Uber geen strobreed in de weg te leggen. ‘Het zou tegen de principes van de interne markt gaan om deze vorm van “deeleconomie” allerlei belemmeringen op te leggen.’

Zal de Covid-19-pandemie dan echt het einde inluiden van het neoliberale tijdperk?

Aan ideeën voor een eerlijkere en groenere economie is geen gebrek, getuige de onophoudelijke stroom aan manifesten en petities. Maar met mooie plannen en ideeën zijn zzp’ers en flexwerkers nog niet direct geholpen. De komende tijd moet blijken of die ideeën ook worden vertaald in concreet beleid en of de geest van Friedman en Hayek eindelijk uit de bestuurskamers verdreven wordt. Wat dat betreft beloofde de kop van een nos-nieuwsbericht vorige week weinig goeds: ‘Belastingontwijking geen hard criterium voor bedrijvensteun.’ Het neoliberalisme is nog lang niet verslagen.