Het verhaal van de foute man

Ger Verrips, Mannen die niet deugden: Een oorlogsverleden, Balans, 184 blz., Ÿ 29,90 ..LE VIJF JAAR geleden vertelde Ger Verrips in een interview met De Groene waarom hij tijdens zijn diensttijd psychische instabiliteit simuleerde, waardoor hij in het Militair Neurose Hospitaal belandde. Het was 1950, de Korea-oorlog was net uitgebroken en Verrips volgde de officiersopleiding. ‘Het vooruitzicht om samen met Duitse oorlogsmisdadigers en oud-SS'ers tegen de Russen te moeten vechten, was onverdraaglijk.’ Verrips zou enige jaren later kiezen voor de CPN. Begin jaren zeventig, hij was inmiddels schrijver geworden, brak hij met het communisme en vond politiek onderdak in de PvdA.

In het literaire werk van Verrips, die zich intensief heeft verdiept in het verleden van Duitsland en het nationaal-socialisme, speelt de geschiedenis van deze eeuw een prominente rol. Waarschijnlijk is het nazisme voor hem, evenals voor alle fatsoenlijke mensen, een vreemde wereld gebleven, en SS'ers wezens van een andere planeet. Het is dan ook opmerkelijk dat zijn nieuwste boek het levensverhaal bevat van een Nederlandse Oostfrontstrijder. Mannen die niet deugden is geen roman maar de weerslag van vele gesprekken die Verrips heeft gevoerd met Sjeng, een man die nog geen zestien was toen hij in 1943 tekende voor de Waffen-SS. Verrips kwam met hem in contact via een oud-officier die in Indonesi‰ de pelotonscommandant van de voormalige SS'er was geweest. Deze beroepsmilitair was van mening dat het hoog tijd was dat ook het verhaal van de mannen die aan de ‘foute kant’ hadden gevochten, bekend werd.
Het verhaal van Sjeng is huiveringwekkend. Op een leeftijd dat andere jongens voor het eerst achter de meiden aangaan belandt hij aan het noordelijke Oostfront. Hij maakt de belegering van Leningrad en de verdediging van Narva mee. De doodsangst, de gevechten, de bittere koude - het valt in het niet vergeleken met wat hij meemaakt als krijgsgevangene van de Russen. Zo'n twee jaar verblijft Sjeng in de Goelag, een waanzinnige wereld, waarin mensen letterlijk gek worden van de honger en bij bosjes sterven. Het dieptepunt van Sjengs gevangenschap is de dag waarop alle Hollanders, zo'n vijftig man, moeten aantreden. Alle namen worden afgeroepen, behalve die van Sjeng. Terwijl de anderen vertrekken met onbekende bestemming blijft hij alleen achter te midden van louter vreemden. Nog nooit had de zeventienjarige jongen zich zo eenzaam gevoeld. Zelfs na meer dan vijftig jaar is dat nog altijd de verschrikkelijkste herinnering, al weet hij nu dat van die hele groep er slechts eentje de kampen heeft overleefd.
Na een infernale, eindeloze reis door het verwoeste Oost-Europa en Duitsland komt Sjeng terug in Nederland. Wegens zijn jeugdige leeftijd krijgt hij slechts een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Echt geaccepteerd wordt hij in zijn woonplaats niet, en hij is niet bepaald ongelukkig als hij begin 1947 opgeroepen wordt voor militaire dienst. Hij vertrekt naar Indonesi‰ en maakt er de politionele acties mee. Vergeleken met het Oostfront stelt het niet veel voor, en Sjeng staat door zijn ervaring en zijn kameraadschap in hoog aanzien bij de andere soldaten.
Zijn SS-verleden vormt nooit een probleem. Anders ligt dat als hij weer terugkeert in het vaderland. Hij heeft een eindeloze reeks baantjes, want overal wordt hij na korte of langere tijd zonder opgaaf van redenen ontslagen. Heel vaak wordt hij niet aangenomen, of met zijn verleden gechanteerd. Het jaar voorwaardelijk blijkt in de praktijk levenslang.
VERRIPS probeert er achter te komen hoe Sjeng dit allemaal ervaren heeft. Uit het boek blijkt duidelijk een fascinatie met het lot van deze man die slechts een jaar ouder is dan hijzelf. Het duurt geruime tijd voor Verrips ontdekt waarom Sjeng in Duitse krijgsdienst trad. Zijn bewonderde vader was een veehandelaar die in de moeilijke crisisjaren koos voor de NSB. Eind 1942 komt deze man om het leven als de geallieerden de Philips-fabrieken bombarderen. Sjeng had het gevoel dat de bodem onder zijn bestaan was weggevallen. 'Vader had altijd de lijnen uitgezet. Dat was in ÇÇn keer afgelopen. En moeder kon dat niet aan.’ Hij trekt veel op met een vriend wiens vader vurig nationaal-socialist is, en meldt zich bij een Duits wervingsbureau.
WAT VEEL verhalen van oud-SS'ers en ex-NSB'ers onverteerbaar maakt, is het geklaag. Verrips kapt Sjeng echter zonder meer af wanneer hij die neiging vertoont. Hoewel Verrips Sjengs opvattingen en emoties probeert te achterhalen, blijft hij afstand bewaren. Van identificatie is geen moment sprake. Als na hun laatste gesprek Sjeng vraagt waarom Verrips altijd hem opzocht, en hem nooit bij zich thuis uitnodigde, antwoord hij dat dat 'te veel gevraagd’ is. Daarvoor heeft het nazisme in zijn familie en onder zijn vrienden te veel aangericht.
Op dat moment is hij al heel ver doorgedrongen in het leven van Sjeng. Vaak doet hij dat door ogenschijnlijk irrelevante vragen. Nadat Sjeng de afgrijselijke verhalen van het Oostfront en de Goelag heeft verteld, vraagt Verrips of hij nog weet wanneer hij zich voor het eerst geschoren heeft. Dat was in september 1947 - volwassen mannen, bomen van kerels had deze jongen zien creperen; hij, het melkmuiltje, had het overleefd. En keer op keer beleeft hij die ene dag dat hij als enige Nederlander achterbleef in het kamp. 'En dan denk ik: hoe lang al heb ik me erbij neergelegd dat ik alleen ben en alleen zal blijven?’ De langste relatie die hij ooit had, duurde acht maanden.
Nadat de gesprekken met Sjeng waren afgerond wist Verrips een tijdlang niet of hij er nu wel of geen boek van moest maken. Hij zag een documentaire over het lot van Russische soldaten die door de Duitsers krijgsgevangen waren gemaakt. Drie van de vijf miljoen waren van honger en ellende gestorven. Veel zin om Sjengs verhaal te vertellen had hij toen niet meer. Totdat hij van Wislawa Szymborska de volgende dichtregels las: 'Na elke oorlog/ moet iemand opruimen./ Min of meer netjes/ wordt het tenslotte niet vanzelf.’ Met dit mooie, indrukwekkende boek heeft Verrips een bijdrage geleverd aan het opruimen van misverstanden en vooroordelen over de oorlog.