Het verhaal van jimmy

‘Holy shit’, riep chef-redacteur Bob Woodward van de Washington Post uit toen hij in de herfst van 1980 een verhaal onder de neus kreeg van de vers bij de krant gestarte verslaggeefster Janet Cooke. ‘Het verhaal van Jimmy’, zo luidde de titel van het schrijnende relaas van een achtjarige heroineverslaafde uit de sloppenwijken van de hoofdstad. Met veel gevoel voor het dramatische detail beschreef Cooke hoe de heroinespuit ‘als in cake’ een gat boorde in de magere armen van het knaapje. De verantwoordelijke redacteuren waren vol lof over het verhaal, dat de gigantische drugsproblematiek in Washington op het scherpst van de snede voor het voetlicht bracht. Al even geimponeerd was de jury van de prestigieuze Pulitzer-prijs, die Cookes verhaal enige maanden later bekroonde als winnaar in de categorie features.

Minder gelukkig was Marion Barry, de burgemeester van Washington. Barry en zijn medewerkers ten stadhuize waren ervan overtuigd dat het ging om een falsificatie, de zoveelste aanslag op het toch al treurig stemmende imago van zijn stad. Nadat hij er - vergeefs - op had aangedrongen dat de Washington Post de bronnen van het verhaal openbaar maakte, gaf Barry de politie opdracht het jongetje te zoeken. Dat werd gestaakt toen een psychiater en een vertrouwensman van drugsverslaafden beweerden een dergelijk jongetje te kennen en dat ‘Jimmy’ al onder behandeling was gesteld.
Na de prijsuitreiking kwam aan het licht dat Cooke niet was afgestudeerd aan de prestigieuze universiteit die ze in haar curriculum vitae had opgegeven. Ze had daar maar een jaar gestudeerd. Eindredacteur William Raspberry: 'Toen werd iedereen nerveus. Wat zou ze nog meer gelogen hebben? Ze zou ook vloeiend Frans en Portugees spreken. Toen hoofdredacteur Bradlee, die enige tijd in Parijs had doorgebracht, haar in het Frans aansprak, keek ze hem verwilderd aan. Het was overduidelijk dat ze na haar middelbare school geen Frans meer had gehad.’
De twijfel was gezaaid. Toch volhardde Cooke dat er niets mis was met haar verhaal. Op verzoek van de hoofdredacteur en de chef stadsredactie liet ze de plekken zien waar ze Jimmy zou hebben ontmoet. 'Het was of het maar niet tot haar door wilde dringen dat het niet waar was’, aldus Raspberry. 'Mijn psychologie van de koude grond is dat dit meisje voor zichzelf een mythe had geschapen en dat ze een groot gedeelte ervan voor waar hield. Ik kan me nog herinneren dat ik haar heb aangesproken nadat haar verhaal in de krant was verschenen. Ik vertelde haar dat ik vond dat ze er zo goed in was geslaagd haar gevoelens buiten het verhaal te houden. Ik vond dat het daardoor aan effect won en vroeg haar hoe het haar was gelukt om dit verschrikkelijke verhaal zo feitelijk op te schrijven. Ze vertelde me dat het een van de grootste worstelingen in haar leven was geweest om haar emoties uit te bannen en hoe ze, toen ze klaar was met het interviewen van de moeder van het jongetje, in haar auto stapte en moest overgeven. En ik begreep dat.’
Na weer door een zware redactie-afvaardiging te zijn doorgezaagd, gaf Cooke zich uiteindelijk gewonnen. Ze gaf het bedrog toe. Ontslag volgde, plus intrekking van de Pulitzer-prijs. Het journalistieke instituut dat de Washington Post was, had een gevoelige knauw gekregen. De redactie ging op kritisch zelfonderzoek. Bill Green, de ombudsman van de krant, kwam tot de slotsom dat het hyperambitieuze klimaat ter redactie de motor van Cookes bedrog was geweest. 'Er hangt een mythologische sfeer op de redactie’, zei hij. 'Soms neemt deze de vorm van een ziekte aan. Jonge verslaggevers komen bij de krant in de verwachting een Watergate te vinden onder iedere steen waarover ze struikelen.’