De eerste keer dat Vipendra Kaireni zag dat zijn moeder hem belde, nam hij niet op. Met oortjes in en muziek aan zat de 28-jarige vrachtwagenbestuurder onderuitgezakt in zijn cabine te wachten op het signaal van zijn baas. Maar toen belde zijn moeder weer. Nog voordat hij kon vragen wat er zo dringend was, schreeuwde ze door de telefoon. ‘De gletsjer is gebroken! De gletsjer is gebroken!’ Hij dacht dat ze een grap maakte, vertelt Kaireni enkele maanden later. Maar toen draaide hij zich om.

Toen de bewoners van Tapovan en omliggende dorpen in 2004 voor het eerst hoorden dat India’s nationale energieleverancier ntpc Limited (voorheen de Nationale Thermische Energiemaatschappij) een grote stuwdam in hun dal wilde bouwen, waren de meningen op zijn zachtst gezegd verdeeld. Milieuactivisten organiseerden talloze sit-ins uit protest tegen de in hun ogen onvermijdelijke ecologische schade die het megaproject in de toch al kwetsbare Indiase Himalaya-regio zou aanrichten.

Maar Mangshri Devi, nu 48, zag vooral kansen. Wie weet zou ze eindelijk normaal stroom krijgen, in plaats van de lichten om de haverklap te zien uitvallen. Bovendien, dacht de jonge weduwe, zo’n groot project zou vast werk met zich meebrengen, iets waar het hier in de bergen aan ontbrak. Misschien kon haar zoon Kaireni straks voor ntpc aan de slag, in plaats van zijn geluk ver van huis te moeten beproeven. ‘Ik had nooit gedacht dat zoiets als dit kon gebeuren’, zegt ze zacht.

Mangshri Devi’s huis is een vrolijke waaier van kleuren. Gifgroene muren, helblauwe pilaren. En een uitzicht dat de adem beneemt. Hoog op een helling kijkt ze uit op een horizon van de nu groene toppen die voorbij het zicht leiden naar een van de hoogste van allemaal: de heilige Nanda Devi. In het midden het dal waardoor de Dhauliganga-rivier stroomt. Vanaf Devi’s balkon is de betonnen barrage van ntpc’s stuwdam nog net zichtbaar. Evenals het grijzige slib waarmee deze sinds die ochtend in februari is bedekt.

Devi zag de stofwolk voordat ze het gebulder hoorde. ‘Eerst dacht ik dat het een aardverschuiving was’, zegt ze. Maar toen begon de rivier in de verte op te zwellen. Nabij de Nanda Devi was een enorm stuk gletsjerrots losgekomen. De val zette een stortvloed in gang die nu met ongekende kracht en vol met puin naar beneden raasde. Richting haar zoon, die nabij de barrage in zijn vrachtwagen zat. Zonder om te kijken rende Devi naar binnen en greep haar telefoon.

De stortvloed in Chamoli, het district waaronder Tapovan valt, was een van de dodelijkste rampen die de Indiase deelstaat Uttarakhand in jaren zag. Meer dan tweehonderd mensen kwamen om, het merendeel werknemers van twee stuwdammen die op het pad van de overstroming lagen. De één werd volledig verwoest, de ander in Tapovan raakte zwaar beschadigd. Maanden later rijden graafmachines nog altijd af en aan om puin te ruimen uit de tunnels waarin Kaireni’s collega’s werden bedolven.

Zelf wist de dammedewerker dankzij het telefoontje van zijn moeder net op tijd naar veiligheid te klimmen. Samen met nog enkele tientallen andere werknemers die mede door Kaireni werden gealarmeerd. Later zou tot woede van velen blijken dat het beide dammen aan een functionerend waarschuwingssysteem ontbrak. ‘Wie weet hoeveel levens anders misschien gered hadden kunnen worden’, zegt Kaireni. Zijn collega’s waren die ochtend pas net de tunnels in verdwenen.

Wat precies de oorzaak was waardoor eerder die ochtend het stuk rots loskwam – en dat midden in de winter – is niet duidelijk. Zeker is dat het in de dagen voor de stortvloed warmer dan normaal was, stelden onderzoekers van het in Kathmandu gevestigde International Centre for Integrated Mountain Development (icimod) vast. Sterker: Uttarakhand had net de warmste januari in zestig jaar achter de rug.

Een smeltende permafrost zou de berg verder hebben gedestabiliseerd. Maar, schreven zij in hun rapport, dat verklaart nog niet de diepte van de breuk van zo’n 150 meter. ‘Deze moet zich over een langere periode hebben ontwikkeld.’

Kenners van de Hindu Kush Himalaya-regio, waarvan de bergruggen van Afghanistan tot aan Myanmar strekken, waarschuwen al jaren voor de crisis die zich hier nu nog in slow motion afspeelt maar waarvan de gevolgen al worden gevoeld door de honderden miljoenen mensen die er wonen. Overstromingen en aardverschuivingen volgen elkaar in steeds hoger tempo op, met ook steeds dodelijkere gevolgen. Door klimaatverandering, ja. Maar niet alleen dat.

De echte trigger, stellen experts, is een gevaarlijke mix van stijgende temperaturen en een honger naar ontwikkeling die zich zelfs door tragedies niet laat stillen.

India werd in februari dan ook niet voor het eerst geconfronteerd met de keerzijde van vooruitgang. Economische groei en een uitdijende bevolking gingen de afgelopen decennia gepaard met een enorme bouwdrift in de Himalaya, waarvan de gletsjers rivieren als de Indus en de Ganges voeden. De broosheid van de bergen schrok opeenvolgende regeringen daarbij allerminst af: zij zagen vooral een plek waar de kracht van de natuur kon worden ingezet om grote ambities waar te maken.

De toon werd gezet door Jawaharlal Nehru, de eerste premier van onafhankelijk India. Nehru wilde zijn landgenoten uit de armoede optrekken middels een moderne economie. Stuwdammen, evenals staalfabrieken en kolencentrales, kregen een centrale rol in zijn visie. Zo zouden dammen niet alleen water voor irrigatie en industrieën leveren, maar ook, of vooral, op grote schaal hydro-elektriciteit opwekken.

De echte push kwam vanaf midden jaren negentig met de liberalisering van de Indiase economie. Terwijl de energiesector werd opengegooid voor private spelers schoot de vraag omhoog. ‘Het hebben van voldoende elektriciteit is een voorwaarde om de economische groei van India te versnellen en de levensstandaard van al onze burgers te verbeteren’, zei toenmalig premier Atal Bihari Vajpayee toen hij in 2003 plannen onthulde om de komende twee decennia 160 dammen te bouwen.

Met de ambities groeide ook het verzet. Van lokale bewoners die met de komst van stuwdammen het grondwaterpeil zagen wegzakken, terwijl in hun muren barsten ontstonden door de explosieven die bij de aanleg werden gebruikt. En van activisten en wetenschappers die alarm sloegen over de schade die werd aangericht door het kappen van bos en het verleggen van rivieren. Met zulke ingrijpende activiteiten in toch al instabiele bergen kon het volgens hen niet anders dan misgaan.

Ze kregen gelijk.

Het kleurrijke pelgrimsoord Kedarnath, verstopt hoog in Uttarakhand, barstte die juni-avond in 2013 van het leven. Zoals ieder jaar waren duizenden hindoes naar het bergstadje afgereisd om tot de god Shiva te bidden in een tempel die alleen in de zomer bereikbaar is. Tot plots de bergen begonnen te bulderen en een vloedgolf het stadje verzwolg. Intense regens hadden hogerop een gletsjermeer doen overstromen. In een fractie van minuten werden duizenden mensen meegesleurd.

Vikram Singh valt jaren later opnieuw stil. Anderhalve maand zocht de taxichauffeur vergeefs naar zijn neef, die in een busje pelgrims had rondgereden en die avond langs de rivier geparkeerd stond. ‘Nog nooit heb ik zoiets gezien’, zegt Singh. ‘Lichamen, dode dieren, lichaamsdelen. Alles spoelde voorbij.’ Net als andere nabestaanden sleepte hij tijdens zijn zoektocht een jerrycan kerosine met zich mee om onderweg geïmproviseerde brandstapels aan te steken. ‘Meer konden we niet doen.’

Zeker vijfduizend mensen overleefden de ramp niet. Onder wie ook hier werknemers van stuwdammen die door de stortvloed waren verwoest, de brokstukken kilometers ver meegevoerd.

Na de ramp in Kedarnath besloot het Indiase Hooggerechtshof in te grijpen. Er kwam een tijdelijk verbod op nieuwe damprojecten in de deelstaat, tot woede van de lokale regering, die juist grootse plannen had. Uttarakhand moest India’s grootleverancier van elektriciteit worden middels een netwerk van 450 stuwdammen. Zo’n negentig daarvan waren ten tijde van de stortvloed al operationeel en nog eens veertig waren in aanbouw. Tientallen nieuwe plannen lagen klaar.

Die moesten nu wachten. Een speciale commissie van experts, bestaande uit geologen, ingenieurs en milieudeskundigen, ging eerst onderzoeken of stuwdammen een rol hadden gespeeld in het drama. Hun conclusie was vernietigend: de dammen hadden de kracht van de stortvloed versterkt, door het puin dat zij veroorzaakten en de ecologische schade die ze hadden aangericht. Met name dammen op hoogten nabij gletsjers, vanaf 2200 meter, noemden zij ‘een recept voor rampen’.

‘Waar gletsjers smelten, blijven keien, rotsen en puin achter’, legt milieuactivist Ravi Chopra uit. Chopra stond destijds aan het hoofd van de commissie. ‘Zware neerslag kan dit puin verzamelen en stroomafwaarts duwen, waar het zich in smallere delen opbouwt. Tot het ook daar doorbreekt. De energie die dan vrijkomt, duwt het water met nog meer kracht naar beneden en vernietigt alles op zijn pad.’ Wat in Chamoli gebeurde, zegt de inmiddels 75-jarige Chopra, is het type ramp dat ze voorspelden.

‘Maar niemand wilde luisteren.’

Gehurkt op de grond voor haar huis staart een vrouw leeg voor zich uit. De jaren staan in diepe groeven op haar gezicht, haar grijze haren zichtbaar onder de gekleurde doek die ze eromheen bond. ‘Ze hebben mijn zoon nooit gevonden’, zegt ze steeds weer.

De bergen begonnen te bulderen en een vloedgolf verzwolg het stadje. In een fractie van minuten werden duizenden mensen meegesleurd

Hoewel die dag veruit de meeste doden rond Tapovan vielen, is het een dorpje acht kilometer stroomopwaarts dat het symbool werd van deze laatste tragedie. Gelegen op een steile berghelling waarlangs de Rishi Ganga richting de Dhauliganga stroomt, lijkt in Raini de tijd stil te staan. Lage huizen van hout en opgestapelde stenen worden slechts hier en daar onderbroken door moderne bouwsels van beton geschilderd in vrolijke kleuren. Ertussen kronkelt een pad omhoog tot het tussen de bomen verdwijnt.

Het is hier, zo wordt ook wel gezegd, dat India’s klimaatbeweging werd geboren. De vrouwen uit het dorp begonnen in de jaren zeventig een legendarisch protest toen houthakkers dreigden duizenden bomen nabij Raini te vellen. Dagenlang vormden zij een schild om de bomen, tot de houthakkers afdropen. Beelden van de vrouwen, gekleed in traditionele rokken en hun armen stevig om de bomen geklampt, gingen de wereld over. In India werden ze een inspiratiebron voor velen.

En nu is Rudra Devi (60) alles kwijt. Haar zoon Ranajit had een jaar eerder eindelijk werk gevonden als assistent-lasser bij de kleine stuwdam die pal naast Raini was gebouwd. Volgens de dorpelingen was dit project vanaf het begin gedoemd. Zo kwam de oorspronkelijke eigenaar in 2011 om het leven toen tijdens een laatste inspectie een aardverschuiving plaatsvond. Een rotsblok viel boven op hem. Zie je wel, klonk het in Raini. Wie zo dicht bij de heilige Nanda Devi bouwt, tart de goden.

10 februari, vrouwen op weg naar hun dorp Raini Chak Lata, dat het symbool werd van de laatste tragedie © Sajjad Hussain / AFP / ANP

De dam was in februari het eerste bouwsel dat door de stortvloed werd getroffen. Nu zijn alleen nog stukken verwrongen staal en brokken beton zichtbaar. De rest ligt begraven onder gruis. Misschien ligt haar zoon daar, zegt Devi. Kort na de ramp stierf ook haar man, die al een poos ziek was. En nu dreigt Devi ook haar huis te verliezen. Een groep geologen pleitte er onlangs bij de lokale autoriteiten voor de bewoners van Raini te verplaatsen: de helling waarop het dorp staat, is te instabiel geworden.

Zo stapelt het slechte nieuws voor de regio zich op. In aanloop naar de klimaattop in Glasgow deze maand publiceerde het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het ipcc, een alarmerend rapport. Onder meer over de inmiddels onomkeerbare gevolgen van klimaatverandering in de Himalaya. Zelfs als het opwarmen van de aarde beperkt blijft tot anderhalve graad – het meest optimistische scenario dat bij de vorige top in Parijs werd afgesproken – zal een derde van de gletsjers er tegen 2100 zijn gesmolten.

Dit zal ingrijpende gevolgen hebben voor de rivieren die uit de Himalaya voortkomen en waar zo’n 1,6 miljard mensen van afhankelijk zijn. Zo voorspelt het ipcc een toename van extreme neerslag, wat zal leiden tot meer overstromingen en breuken in zogenoemde gletsjermeren. Die ontstaan als smeltwater van gletsjers plaatselijk wordt vastgehouden. De Hindu Kush telt momenteel achtduizend van dit soort meren.

Het is de grootste zorg van A.P. Dimri, hoogleraar klimatologie aan de Jawaharlal Nehru-universiteit in New Delhi. Met collega’s werkt hij al jaren aan modellen die moeten helpen voorspellen wanneer gletsjermeren in de Indiase Himalaya dreigen te barsten. ‘In Nederland hebben jullie een manier gevonden om onder zeeniveau te leven door het water met dijken in toom te houden’, zegt Dimri. ‘In zekere zin hebben we hier ook zulke constructies nodig, want deze rampen zijn pas het begin.’

Tegenover de plotselinge hoeveelheden water dreigt een ander, nog veel ingrijpender gevaar: met het verdwijnen van gletsjers zullen de rivieren die hieruit voortvloeien langzaam opdrogen. ‘Het noorden van India gaat hier zeker mee te maken krijgen’, stelt de klimatoloog. ‘Als samenleving zullen we ons moeten aanpassen aan dit soort verandering. Daarvoor is een duurzaam ontwikkelingsbeleid nodig.’

Dimri kiest zijn woorden zorgvuldig. Kritiek op de Indiase regering, en zeker die van de huidige premier Narendra Modi, wordt niet in dank afgenomen. Modi behaalde in 2014 en 2019 een monsterzege door de Indiase middenklasse voor zich te winnen met zijn belofte voor vikas, ontwikkeling. Maar de prijs die zijn regering daarvoor bereid is te betalen, baart klimaatwetenschappers zorgen. Zo laat hun energiebeleid zich nog het best omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden.

Sinds zijn aantreden formuleerde premier Modi India’s meest ambitieuze klimaatdoelstellingen ooit met minder uitstoot en vooral meer duurzame energie: in 2030 moet zestig procent van het energieaanbod uit zon, wind en water komen. Maar aan India’s verslaving aan goedkope kolen lijkt hij tegelijk weinig te willen doen. Dat aanbod schoot sinds de eeuwwisseling omhoog. In diezelfde periode kregen 750 miljoen Indiërs toegang tot elektriciteit, volgens de aan de staat gelieerde denktank Niti Ayog.

Zo’n zeventig procent van de energie die nu in India wordt verbruikt, komt van vervuilende kolencentrales, tegenover slechts zeventien procent uit duurzame bronnen. En ook hier liggen uitbreidingsplannen klaar. ‘Wereldwijd zien we kolencentrales sluiten, maar wij kunnen dat niet’, citeerde de website Bloomberg minister van Energie R. K. Singh twee jaar terug. ‘We zijn zeer bezorgd over het milieu, maar als je mij vraagt om een volgorde van prioriteiten, dan staat voldoende energie voor ontwikkeling bovenaan.’

Niti Ayog voorspelt dat de vraag naar elektriciteit in India de komende twintig jaar mogelijk verdrievoudigt, doordat meer en meer Indiërs toegang krijgen tot apparaten als airconditioners. Met de nu al extreme temperaturen in de zomer worden die steeds noodzakelijker.

Het gaf voorstanders van stuwdammen lang een sterk argument: hydro-elektriciteit is veel schoner dan kolen. Aan die lijn houdt de regering in Uttarakhand vast. In de verschillende beroepszaken die momenteel tegen het schrappen van dammen lopen, is zij een belangrijke pleitbezorger. ‘We hebben het hier over projecten die miljoenen dollars waard zijn’, zegt Aditi Mukherji van het International Water Management Institute in Kolkata. ‘Dus ook voor de regering staat er veel op het spel.’

De reactie van de (inmiddels ingewisselde) deelstaatleider was tekenend toen na de ramp in Chamoli de discussie over dammen opnieuw losbarstte. Via Twitter riep hij mensen op ‘de natuurramp niet te gebruiken voor een anti-ontwikkelingsverhaal’.

New Delhi toont ook hier twee gezichten. In 2019 werd definitief een streep gezet door nieuwe damprojecten in de Ganges en de rivieren waaruit zij voortkomt. Maar onlangs wisten de lokale autoriteiten in Uttarakhand toch een uitzondering af te dwingen: zeven dammen waarvan de bouw al ‘voor meer dan vijftig procent was voltooid’ toen het Hof zich in de kwestie mengde, mogen van de centrale regering worden voltooid. Eerder was onder meer het ministerie van Water hier nog op tegen.

Ook de Tapovan-dam mag worden voltooid. Eigenaar ntpc is India’s grootste elektriciteitsleverancier, vooral dankzij kolen. De oorspronkelijke naam zegt het al: de Nationale Thermische Energiemaatschappij. De rebranding naar ntpc Limited in 2005 ging gepaard met een nieuwe strategie: het bedrijf (waarin de Indiase staat een meerderheidsbelang heeft) wilde zich toeleggen op onder meer hydro-elektriciteit. Waaronder met de dam in Tapovan, die eigenlijk al in 2012 klaar had moeten zijn.

Daar kwam de natuur tussen. Een dure tunnelboormachine raakte bedolven toen deze per ongeluk een waterbron doorboorde. Overstromingen, waaronder die in 2013, zorgden voor nog meer vertraging. En toen kwam februari van dit jaar. De schade valt mee, beweert de projectleider een half jaar later in de container die dienst doet als zijn kantoor. ‘Onze barrage staat nog.’ Maar voor een echte inschatting moet eerst al het slib zijn verwijderd. ‘Daar zijn we nog een maand of twee, drie mee bezig.’

De kosten van de dam, oorspronkelijk geraamd op omgerekend zo’n 350 miljoen euro, waren voor de laatste ramp al met ruim honderd miljoen naar boven bijgesteld. Zeker is dat de kosten nu weer met tientallen miljoenen oplopen, zo niet meer. Vind je het gek, zegt Mukherji van het International Water Management Institute, dat de ene na de andere private ontwikkelaar zich afgelopen jaren terugtrok. ‘Dit zijn dure projecten. En door rampen en rechtszaken worden ze alleen nog maar duurder.’

Kwam eind jaren zeventig rond de veertig procent van India’s energieaanbod van hydro-elektriciteit, inmiddels is dat nog maar zo’n tien procent. Ingehaald door kolen, maar ook door duurzame alternatieven. ‘De kosten van zonne-energie zijn inmiddels veel lager, terwijl de ecologische schade aanzienlijk minder is’, zegt Mukherji. Hydro-elektriciteit is stabieler. ‘Maar als je kijkt naar de kosten en baten, dan is het verhaal van stuwdammen als een bubbel leeggelopen.’

In een rode fleece en met open sandalen staart Vipendra Kaireni vanaf zijn terras de verte in. Over enkele uren moet hij zich weer melden bij de Tapovan-dam, waar hij nachtdienst draait. Zijn vrachtwagen is sinds de ramp ingeruild voor een graafmachine. ‘Het enige wat we nog doen, is ruimen’, zegt Kaireni. Slib, modder, brokstukken. Komt er ineens een stuk van een auto boven. Of een schoen. Gelukkig hoeft Kaireni de tunnels niet in. ‘Je weet nooit wat daar kan gebeuren.’

Maar zelfs buiten, aan de rivier, voelt hij zich niet veilig. Het hoeft maar te miezeren, vertelt Kaireni, en hij en collega’s leggen hun werk neer. ‘Ik ben nu één keer gered, ik weet niet of dat een volgende keer weer gebeurt.’ Toch heeft hij niet overwogen te stoppen, zoals anderen deden. Het salaris is goed, zegt Kaireni. Zo’n 25.000 roepies, rond de driehonderd euro, per maand. En ntpc heeft de overgebleven werknemers een bonus van vier- tot vijfhonderduizend roepies beloofd als de dam straks klaar is.

Terwijl Kaireni dat vertelt, lacht hij mistroostig. Eerst maar eens zien of het ooit zover komt.


Op weg naar Glasgow

Zes jaar na het klimaatakkoord van Parijs vindt begin november de volgende milieutop plaats in de Schotse industriestad Glasgow. De opwarming van de aarde gaat ondertussen onverminderd door en harde maatregelen zijn noodzakelijk om de in Parijs afgesproken doelen nog te kunnen halen. Wat moet er in Glasgow bereikt worden? Hoe denken de belangrijkste spelers erover? Wat zijn de obstakels? Het zijn vragen die in de serie Op weg naar Glasgow aan de orde komen.