Het verplaatsen van zorg in krimpgebieden wekt beroering

Het personeelstekort in de medische zorg begint zich in alle ziekenhuizen te wreken. In een krimpgebied is het extra moeilijk om goed gespecialiseerd personeel te krijgen en vast te houden.

Witte doktersjassen in het Meander hospitaal in Amersfoort © Marco Okhuizen/Hollandse Hoogte

Als een kind in Hoogeveen of Stadskanaal van het klimrek valt, kan hij straks nog steeds terecht op de spoedpost. Lijkt er iets te zijn gebroken of anderszins complex te zijn, dan moet de patiënt naar het ziekenhuis in Assen of Emmen, vanuit Stadskanaal of Hoogeveen een half uur rijden. Als het rustig is op de weg.

Het vervoer zal mede doorslaggevend zijn om de verandering van de spoedeisende hulp (seh) naar een spoedpost in deze twee kleine plaatsen een succes te maken. Daar zijn Ron Wissink, huisarts en medisch directeur Huisartsenzorg Drenthe, en Alexander Sluijmer, gynaecoloog en stafvoorzitter Wilhelmina Ziekenhuis in Assen, helder over. ‘We gaan praten met de inwoners, ook over praktische dingen. Als iemand zegt: “Dokter, ik heb geen auto en de bus rijdt vaak ook al niet meer”, moet daar een oplossing voor klaarliggen’, zegt Sluijmer.

De twee artsen zitten aan tafel in een kantoorruimte in Assen. Beiden behoren tot het kernteam, dat bestaat uit artsen en bestuurders uit de eerste- en tweedelijnszorg en twee zorgverzekeraars. Vorige maand publiceerden

zij het plan voor het behoud van zorg in Drenthe en Zuidoost-Groningen. De kern: zorgstromen worden verplaatst. Hoogeveen en Stadskanaal laten de acute zorg los en gaan zich meer concentreren op planbare zorg, terwijl de ziekenhuizen in Assen en Emmen worden ingericht om het grotere aantal patiënten met bijvoorbeeld een hartinfarct of botbreuk op te vangen.

‘We staan voor maar één ding: behoud van kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg in Drenthe. We maken er geen concurrentieslag van, maar een samenwerking met alle zorgverleners en gemeenten. Drenthe is een proeftuin voor de rest van Nederland’, zeggen ze.

Maar de bevolking ervaart het als een verlies. In Hoogeveen werd een protestpetitie met vijftienhonderd handtekeningen aangeboden. Mensen op straat uiten hun boosheid. Is dit het begin van verdere afbouw van zorg om de hoek? De afdelingen verloskunde en kindergeneeskunde zijn immers al eerder verplaatst naar Assen en Emmen. Het valt bij hen bovendien op een bodem van meer ongerustheid: aan hun basisvoorzieningen – openbaar vervoer, onderwijs, woningbouw – wordt gezaagd.

‘Wij zeggen: wat dichtbij kan is beter, maar niet altijd’

‘Wij zeggen: wat dichtbij kan is beter, maar niet altijd. Hooggespecialiseerde zorg dus niet. Tachtig procent blijft in de buurt en dat is planbare zorg. Twintig procent wordt verplaatst naar andere ziekenhuizen. En mensen houden heus hun eigen dokter. Als zij naar een groter ziekenhuis zijn geweest, keren ze voor de controle terug naar de eigen arts’, zegt Wissink.

Het nieuws zorgde ook buiten Drenthe voor beroering. Het personeelstekort begint zich in alle ziekenhuizen te wreken en in een krimpgebied is het extra moeilijk om goed gespecialiseerd personeel te krijgen en vast te houden. Sluijmer: ‘Ook al bieden we een dubbel salaris, op een vacature krijg je nul reacties. Je wil straks niet in een ziekenhuis werken waar je geen uitdaging meer vindt.’

Het past in een landelijke trend. Het patiëntenaanbod verandert door de vergrijzing. Chronisch zieke ouderen worden zo lang mogelijk thuis verzorgd door mantelzorgers, medisch specialisten en thuiszorg, met de huisarts als spin in het web. Dat is beter voor de patiënten, en goedkoper. Dat is de motivatie achter dit beleid dat onder voormalig vws-minister Schippers voortvarend is doorgevoerd.

Veel ziekenhuizen moeten afdelingen sluiten en komen in de rode cijfers. In krimpgebieden is bovendien sprake van ontgroening: jonge mensen trekken weg en dus neemt het aantal geboortes af. Wissink: ‘Vroeger zag ik als huisarts zo’n twintig bevallingen per jaar, nu maar vijf. Er zijn niet zozeer minder patiënten, maar meer oudere mensen, met aandoeningen die complexer zijn. Dus moet je meer samenwerken met verschillende partijen.’

De klap valt nu in Hoogeveen en Stadskanaal. Beide seh’s behoren tot de kleinste van Nederland met gemiddeld één opname per nacht. ’s Nachts zijn een hulparts en twee verpleegkundigen aanwezig en als stand-by is een afdeling acute zorg met het hele spectrum van medisch specialisten beschikbaar. Zo’n veertig fte’s die twintig miljoen per jaar kosten en drukken op de verliescijfers in de afgelopen vier jaar van de ziekenhuizen.

Geld speelt bij ‘het verplaatsen van zorgstromen’ dus wel degelijk een rol. ‘Maar óns plan is ingegeven door personeelstekort, in combinatie met een te laag patiëntenaanbod, waardoor je routine verliest en je niet meer aan de kwaliteitseisen voldoet’, benadrukt Wissink.

‘Wij hebben juist “Lelystad-toestanden” willen voorkomen’, vult Sluijmer aan. ‘Niks doen is geen optie, dat kan uiteindelijk ook het ziekenhuis in Assen in gevaar brengen, met het risico dat de zorg de provincie uit gaat.’

We doen het niet overhaast, zeggen de artsen geruststellend. ‘De maatregelen worden pas ingevoerd wanneer alle partijen er klaar voor zijn.’ Maar ze zijn heus wel bezorgd. Over het personeelstekort. Over de vele artsen en verpleegkundigen die parttime werken. ‘Ons beroep is een roeping, toen ik begon was het gewoon om een hele week te buffelen.’ En ze maken zich zorgen over het dalen van het aantal mantelzorgers – ook die raken op leeftijd. En wie gaat het vervoer van ambulances, taxi’s of busjes in dit rurale gebied straks betalen? ‘De zorgverzekeraar. Of de gemeenten’, zeggen Wissink en Sluijmer. Ze vertrouwen erop dat straks niet door voortschrijdend inzicht van de zorgverzekeraar of nieuwe kostenplaatjes in Den Haag afspraken gewijzigd worden.