Het ‘verraad’ der javanen

Dank zij de steun van de Javaanse KTPI werd Jules Wijdenbosch, van Bouterse’s NPD, president van Suriname. Heeft KTPI-leider Soemita zich laten omkopen? Zijn rivaal Somohardjo weet het zeker. Want het verraad van Soemita berust op een ‘familietraditie’.
DE JAVANEN in Suriname vormen een zwijgzame, haast teruggetrokken gemeenschap. Ook op het politieke podium lijken ze genoegen te nemen met een bijrol. Als er werd gesproken van de traditionele partijen van de ‘oude politiek’, dan werd de Javaanse KTPI plichtmatig tussen de regels door vermeld.

Maar op waarschijnlijk een van de meest cruciale momenten van de Surinaamse geschiedenis hebben de Javanen, zo lijkt het, hun stille macht getoond. ‘Hoe redelijk en meegaand ik ook ben, ik kan niet steeds ja blijven knikken. We besloten dat het nu tijd was onze stem te laten horen’, zegt Soemita over de overstap van zijn partij van het Nieuw Front naar wat het 'NDP-blok’ wordt genoemd. Die overstap hielp NDP-kandidaat Jules Wijdenbosch aan het presidentschap en zette de politieke verhoudingen in Suriname op z'n kop.
Daags na de verkiezingen legde Soemita uit dat de Frontcombinatie ten onder is gegaan aan arrogantie. Reeds vóór de verkiezingen werd samenwerking met bepaalde partijen, met name de NDP, uitgesloten, en in dat standpunt volhardde men ook nadat de partij van ex-legerleider Desi Bouterse als grootste partij uit de bus was gekomen. 'Doordat het Front anderen uitsloot, heeft het zichzelf uitgesloten’, zei Soemita. 'Het antwoord van het electoraat was duidelijk. Het heeft ons de opdracht gegeven met andere partijen in overleg te treden.’
HET WAS WAARSCHIJNLIJK ook dezelfde arrogantie die Soemita heeft doen besluiten het Frontkamp te verlaten. De directe aanleiding voor de KTPI was het feit dat de partij bij de regeringsonderhandelingen maar twee ministerszetels kreeg toebedeeld in plaats van het geëiste aantal van drie. Ook het mogelijk meeregeren van de Javaanse partij Penda Walima van Salam Somohardjo is van invloed geweest op het uittreden van de KTPI. Tussen de twee Javaanse partijen heerst een eeuwige rivaliteit om het leiderschap van de Javanen.
Soemita ontkwam niet aan de indruk dat Frontleider Lachmon de Penda Walima voortrok. In de jaren zeventig stonden hij en Lachmon lijnrecht tegenover elkaar. Lachmon was fel gekant tegen de onafhankelijkheid van Suriname, terwijl Soemita deelnam aan de toenmalige regering die Suriname naar de onafhankelijkheid loodste. Lachmon vond in Somohardjo een bondgenoot, waarvoor hij hem, althans in de ogen van Soemita, wilde bedanken door hem belangrijker ministeries te beloven dan de KTPI. De KTPI voelde zich miskend maar vooral bedreigd in haar positie als dé partij van de Javanen. Het partijbestuur droeg Soemita op aan zijn eisen vast te blijven houden. Soemita: 'De KTPI is het nationaal belang al meer dan twintig jaar trouw; dank zij medewerking van onze partij is er vóór en na het militaire regime altijd een regeringscoalitie overeind gehouden.’ Maar de Frontpartners weigerden beloften te doen, waarop de KTPI besloot als zelfstandige fractie verder te gaan en zich open te stellen voor gesprekken met iedere partij die dat wilde.
Hoewel die ontwikkeling zeker al een maand in de lucht hing, leek het dunbevolkte Suriname opeens te klein toen de partij kort voor de laatste ronde van de presidentsverkiezing haar samenwerking met de NDP bekendmaakte. De KTPI'ers werden beschuldigd van 'hoogverraad’. En onmiddellijk kwam de geruchtenstroom op gang. Soemita zou een miljoen dollar op een Arubaanse bankrekening overgemaakt hebben gekregen. En Javanen zouden nauwelijks nog de straat op durven uit schaamte over het 'verraad’ van hun leider. Ten overstaan van de televisiecamera’s vroeg Venetiaan zich af of Soemita vergeten was hoe hij ooit door de militairen was opgebracht.
'BIJ DE FRONTCOMBINATIE is een tactische fout gemaakt’, zegt Ivan Graanoogst, voormalig voorzitter van de Nationale Militaire Raad en nu lid van de verkiezingscommissie van de NDP. 'Terwijl zij de media bespeelden, opereerden wij in het veld en hadden we contact met de mensen die moesten beslissen.’ Op de vraag of nu de draad van de revolutie weer wordt opgepakt, antwoordt hij: 'Door dat te stellen maak je een terugkoppeling naar een heel andere periode. In de jaren tachtig was er sprake van militairen, nu gaat het om een politieke partij die zich heeft ontwikkeld van drie zetels tot de grootste nationale partij. Met nadruk op nationaal - dus niet-etnisch. Dat is nog nooit eerder gebeurd in de geschiedenis van Suriname. Het Surinaamse volk heeft de juiste weg gekozen: van een militaire staatsgreep, via een overgangsfase, naar volledige democratie.’
Bij de NDP was men er van meet af aan van overtuigd dat de verkiezingsoverwinning tot regereringsdeelname zou leiden. 'Als het electoraat je een dusdanig aantal zetels geeft, dan heeft niemand het recht je daarvan uit te sluiten’, zegt Graanoogst. 'Het moment dat het Front aangaf niet te willen praten met de grootste partij van het land, werd het velen duidelijk dat er nog altijd figuren zijn die de belangen van Suriname te grabbel gooien, terwijl het land met veel problemen kampt. Daarom heeft het volk - in casu de Verenigde Volksvergadering - gekozen voor het nieuwe.’
Het Duitse oorlogsschip de Goslar is tijdens de Tweede Wereldoorlog gekapseisd op het punt waar de Surinamerivier langs het centrum van Paramaribo stroomt. Het nooit vlotgetrokken schip, dat verroest en geknakt boven het water uitsteekt, dient als oorlogsmonument. Graanoogst: 'Wij hebben altijd gezegd: ook al zet je tien kapiteins op de Goslar, het zal nooit meer varen. Maar wanneer je terechtkomt op een nieuw schip dat door de samenleving zelf is gebouwd - en dat is de NPD -, dan zúl je varen.’
SOEMITA, DIE NU ALS mede-kapitein op het NPD-schip meevaart, heeft tijdens het militaire regime vijftien maanden gevangen gezeten en zou daarbij zijn mishandeld. Over zijn verzoening met Bouterse zegt hij: 'Nelson Mandela heeft een groot deel van zijn leven vastgezeten en onder zijn mensen zijn duizenden doden gevallen. Toch heeft hij zijn achterban opgeroepen zich verzoenend op te stellen.’ En over de beschuldigingen van omkoperij zegt Soemita cryptisch: 'Als de KTPI omkoopbaar was, dan was dat al 1973 gebeurd.’
In ieder geval is zijn partij gezwicht voor de toegezegde ministeries in een NPD-regering. Nog nooit was een Javaanse partij zo sterk in een regeringscoalitie vertegenwoordigd. Maar aartsrivaal Somohardjo ziet het vooral als een bewijs voor het verraad van Soemita. 'Hoe kun je eerst gezamenlijk iemand bestrijden om vervolgens naar diezelfde persoon over te stappen omdat hij je drie ministersposten meer aanbiedt?’
Het verraad van de KTPI, zo meent Somohardjo, moet als een 'familietraditie’ van de Soemita’s worden gezien, een traditie die in 1954 aanving toen vader Iding Soemita de massale repatriëring van Javanen naar Indonesië blokkeerde. De KTPI was juist als repatriëringspartij opgericht, waardoor het op de steun van vrijwel alle Javanen kon rekenen, ook op die van de familie van Somohardjo. 'Toen het zover was heeft vader Soemita de eerste president van het onafhankelijke Indonesië, Soekarno, die had beloofd alle Indonesiërs waar ook ter wereld terug te zullen halen, bedrogen door de Javanen te laten opteren voor het Nederlanderschap’, zegt Somohardjo. 'Negentig procent van de Javanen had hun grond al aan de hindoestanen verkocht en stuurde hun kinderen niet langer naar school omdat dat toch niet meer nodig was.’
Zoon Willy pleegde volgens Somohardjo zijn eerste verraad door de 'onvoorbereide onafhankelijkheid’ van Suriname te steunen. En over het omkoopbaar zijn van Soemita verwijst hij naar diens veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf eind jaren zeventig nadat hij als minister steekpenningen had aangenomen bij de uitgifte van grond aan Javanen.
'De KTPI mag dan wel vijf ministeries beheren, maar het is Bouterse die alles zal dirigeren’, zegt Somohardjo over de nieuwe regeringscoalitie. 'Ook met ons heeft Bouterse gepraat. Behalve dat zijn programma weliswaar mooi is maar niet haalbaar, verkozen wij een regering met het Front omdat wij als correctors van het beleid wilden optreden.’
Soemita vindt dat de nieuwe regering op haar daden moet worden beoordeeld. Voordat zijn partij overstag ging, zijn er voorwaarden gesteld. Zo mocht de NDP niet de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken onder haar beheer krijgen, en Bouterse geen openbare functie bekleden. Internationale instituten moeten worden ingeschakeld bij de bestrijding van de drugscriminaliteit. En ook de 'decembercrisis’ moet worden onderzocht. Binnen een jaar zal de KTPI het een en ander evalueren. Als het resultaat onbevredigend is, zal de KTPI “een politiek besluit” nemen’.
Somohardjo denkt al te weten hoe het zal aflopen: 'Wat niet bij elkaar hoort, blijft niet bij elkaar.’