Economie

Het verraad van de PvdA?

Geschrokken door het voorblad met ‘Het verraad van de PvdA’ bladerde ik vorige week vlug door De Groene Amsterdammer om het bijbehorende artikel op te zoeken. Aan welke rampzalige draai of compromis had de PvdA zich deze keer bezondigd? Marcel ten Hooven trok in vier pagina’s de conclusie dat de PvdA water bij de rode wijn had gedaan, door een kabinet samen met de VVD te formeren. De conclusie komt vier maanden na de beëdiging van dat kabinet. Gut.

Daarna had ik een heerlijk, ontspannen, onthaast weekeinde. Al die punten die mij eerst dringend leken, konden nog best wachten. Zo’n vier maanden. De conclusie is gedateerd en de onderbouwing zelf is volstrekt verouderd. Het verwijt is dat de PvdA meewerkt aan ‘de vestiging van het liberale regime van een kleinere overheid’. Dat verwijt wordt onderbouwd met een opsomming van bezuinigingen, op bijvoorbeeld langdurige zorg gefinancierd via de AWBZ. Hiermee zou een kenmerk van beschaving in het geding zijn: het afschrikwekkende perspectief is dat ouderen een beroep doen op de bereidwilligheid van kinderen, andere verwanten en vrienden.

Vanuit het perspectief van volledig door de staat gefinancierde zorg is Duitsland dan een schande voor de westerse beschaving. De oosterburen geven naar verhouding beduidend minder uit aan langdurige zorg dan wij (1 procent van het nationaal product daar versus 3,5 procent hier). Ze bieden bovendien de mogelijkheid om zelf de langdurige zorg te organiseren. In Duitsland bestaat keuze tussen zorg in natura of een gehalveerd maar vrij besteedbaar budget. Het is onbeschaafd maar de Duitsers kiezen in belangrijke mate voor de laatste vorm. Het stelt ze in staat om samen met kinderen, andere verwanten en vrienden zorg te organiseren.

Het probleem met de analyse van Ten Hooven is ten principale dat de omvang van de overheid niet in geld alleen uit te drukken is. Geld alleen leidt tot andere conclusies. Volgens projecties van het Centraal Planbureau bedragen de collectieve uitgaven in 2017 47,7 procent van het nationaal product. Dat is – na vele rondes van bezuinigingen – nog steeds beduidend hoger dan de 45,5 procent in 2007. Kortom, na een periode van tien jaar water bij de rode wijn is de overheidsomvang in geld gemeten nog altijd groter. Hoezo kleine overheid? Hoezo vestiging van het liberale regime?

Dat het kabinet-Rutte-Asscher voor de uiteenlopende economische problemen maar één oplossing heeft, namelijk het op orde brengen van de overheidsbegroting, is niet bevorderlijk voor economisch herstel. Maar zolang het kabinet moet vechten om de heilige maar heilloze norm van drie procent van het overheidstekort te halen, zal de overheidsomvang in geld gemeten niet snel veel kleiner worden.

Voor kritiek op de PvdA heeft de partij in de regel aan zichzelf genoeg. Maar de laatste jaren was de kritiek beperkt tot incidentele uitingen van publiciteitsgeile mastodonten, mokkende Kamerleden en teleurgestelde leden. Partijleider Wouter Bos en partijvoorzitter Lilianne Ploumen waren te druk bezig met een aaneenschakeling van verkiezingen en strubbelingen om kritiek een plaats te geven. De partij werd politiek ondefinieerbaar en bleek, en wist in verkiezingen slechts overeind te blijven door willekeurig populaire personen: ooit Bos, toen Cohen, en nu Samsom.

Partijvoorzitter Hans Spekman durft de kritiek zelf te organiseren. Met het project Van waarde: de sociaal-democratie in de 21ste eeuw kan de partij erin slagen opnieuw kleur te krijgen. Eén conclusie van Hans Spekman uit het project is dat de strijd met het efficiëntie-denken moet worden aangebonden: ‘Niet alles van waarde is in geld uit te drukken.’ De conclusie lijkt strijdig met het kabinetsbeleid waarin elke cent telt. Toch kan dat meevallen. Het omgekeerde is ook waar: niet al het geld is van waarde. De conclusie legt wel de bewijslast en dus de druk bij PvdA-politici. Zij kunnen niet langer volstaan met een obligate verwijzing naar afspraken en een dooddoener over het huishoudboekje van de overheid. Zij moeten laten zien dat ze opkomen voor bredere waarden dan geld.

Een andere conclusie is een grotere breuk met het recente verleden en met de andere linkse partijen. GroenLinks bewandelt nog steeds een doodgelopen derde weg in een krampachtige poging individualisme en collectiviteiten met elkaar te verenigen. De SP houdt onverkort vast aan de collectiviteit van de overheid die heil voor ons allen moet brengen. De PvdA erkent daarentegen dat wetten en budgetten niet voldoende zijn om mensen grip op hun eigen leven te geven en wil gemeenschapszin herstellen. De conclusie is juist dat de PvdA voorwaarden en ruimte moet scheppen ‘voor mensen om medemenselijkheid te betrachten’. Die mensen zijn de kinderen, andere verwanten en vrienden die van Marcel ten Hooven niks hoeven of zelf niks mogen doen.

De stap van de PvdA naar de 21ste eeuw komt niks te vroeg, maar verdient meer dan oudbakken, oud-linkse kritiek.