De oplossing van de wereldproblemen

Het verrassingsmoeras

De partij die een oorlog begint, gaat ervan uit dat die binnen een zekere tijd met de overwinning zal eindigen. Maar! Any war will surprise you, zei Eisenhower, toen opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten. Dat is de afgelopen zes jaar in Irak gebleken. De verrassingen begonnen nadat president Bush op 1 mei 2003 de overwinning had uitgeroepen. Sindsdien hebben de Amerikanen, min of meer geholpen door sommige bondgenoten, het hoofd moeten bieden aan een niet-aflatende stroom van verrassingen. Is daaraan nu een eind gekomen?
Volgens zijn verkiezingsbelofte haalt president Obama in de loop van dit jaar honderdduizend man terug, maar enige tienduizenden zullen er nog moeten blijven om het Iraakse leger te trainen en de democratie te beschermen. Afgelopen maand zijn in Irak 256 burgers en soldaten gestorven. Dat valt al met de beste wil van de wereld geen overwinning meer te noemen. Eerder is het de volgende verrassing.
De achtergebleven Amerikanen zouden, zoals sceptici in Washington vermoeden, ook dienen als een militaire verzekering tegen Iran, dat volgens alle verdenkingen aan een kernwapen blijft werken. Alle diplomatieke pogingen om aan dit wantrouwen een eind te maken hebben gefaald. Kortom, het probleem Irak is nog niet opgelost, terwijl de zege daar in verrassingen ten onder is gegaan en in Teheran misschien nieuwe verrassingen worden voorbereid.
Van Irak zullen zeventienduizend Amerikaanse soldaten naar Afghanistan verhuizen om samen met de dertigduizend die er al zijn en de troepen van de Isaf (de strijdkrachten van de Navo, waaronder 1600 Nederlanders) eindelijk korte metten te maken met de Taliban. Tegen het einde van 2001 leken de Taliban verslagen, waarop de voorbereidingen voor het afzetten van Saddam Hoessein konden beginnen. Over de misleidingen, de vergissingen, de leugens en de zelfoverschatting waarmee dat gepaard is gegaan, hebben we het niet meer. Volgende verrassing: de Taliban bleken niet verslagen en herstelden zich. Vandaar deze zeventienduizend soldaten extra om de klus te klaren (zoals het in modern Nederlands wordt genoemd).
Intussen bleek Pakistan niet de betrouwbare bondgenoot waarvoor Bush het land van Musharraf had aangezien. De nieuwe president Asif Ali Zardari is een zwakke politicus onder wiens leiderschap de chaos toeneemt. Daardoor worden de vooruitzichten in Afghanistan opnieuw nadelig beïnvloed. De Taliban krijgen in het grensgebied met Pakistan meer vrijheid om te ravitailleren. De Amerikanen zien zich gedwongen deze bases aan te vallen, doen dit met onbemande vliegtuigen die burgerslachtoffers maken, waardoor het verzet van de bevolking tegen de bevrijders uit het Westen verder toeneemt. En onder Zardari escaleert de vijandschap met India. Afgezien van de vraag welke mondiale risico’s daarmee verbonden zijn, is het wel duidelijk dat de oplossing van het Afghaanse vraagstuk er niet gemakkelijker op wordt.
En dan hebben we nog de complicaties die worden veroorzaakt door de gedemocratiseerde Afghanen van president Karzai en zijn oppositie. Daar is nu een conflict over het tijdstip van de verkiezingen: in april of augustus? Te ingewikkeld om hier nader op in te gaan. De conclusie volstaat: de democratisering wordt er niet mee bevorderd.
In dit wespennest probeert het Westen eigenlijk al sinds 2001 orde op zaken te stellen. En laten we ons niet vergissen: Afghanistan is maar één sector van het uitgebreide front. We moeten ook nog rekening houden met Hezbollah, Hamas en Iran, misschien een kernmacht in verregaande staat van opbouw. En dan het Israël van Netanyahu, dat geen enkel risico met Teheran zal willen nemen. Een pre-emptive strike op de kerninstallaties van Iran begint weer tot de reële mogelijkheden te behoren. Dat belooft verrassingen.
In zijn campagne heeft Obama een grondige herziening van de Amerikaanse strategie aangekondigd. Het lag voor de hand: de kiezers hadden genoeg van Irak en de bestrijding van de crisis had voorrang. Nu beleven we het voorspel tot het herstel van de Amerikaanse diplomatie. Het gaat niet slecht. Minister Clinton weert zich op alle fronten. Tegelijkertijd wordt de omvang van de opgave opnieuw ontdekt. En laten we hopen dat het hiermee niet is afgelopen. Is het Westen aan dit totaal van alle fronten wel op de goede weg? Dat is de fundamentele vraag. Is het verstandig geweest te proberen om theocratische regimes in relatief achtergebleven landen met geweld en ten koste van tienduizenden, zo niet honderdduizenden levens (ze worden niet geteld) tot onze vorm van democratie te bevorderen? Heeft hun weerstand ons niet in een verrassingsmoeras gebracht?
De kiezers van het Westen waren al vermoeid. En nu komt daar bovenop de crisis. Wie betaalt het? Het is de hoogste tijd om eens over een nieuwe mondiale strategie na te denken.