Mark Haddon The Talking Horse

Het verschil tussen dichters en loodgieters

Mark Haddon
The Talking Horse and the Sad Girl and the Village under the Sea
Picador, 60 blz., £ 7.99

In The Curious Incident of The Dog in the Night-Time laat Mark Haddon een autistisch jongetje aan het woord. Het kind heeft een gedode hond gevonden en gaat op zoek naar de dader. Dat is niet makkelijk voor een jongen die geen gezichten kan ‘lezen’. Hij kan aan de hand van een gezichtsuitdrukking niet zien wat voor gemoed daarbij hoort. Hij neemt wat mensen zeggen letterlijk en het levert hilarische situaties op. Honden zijn simpeler. Ze kwispelen of ze kwispelen niet. Ze zijn blij of niet blij, en dat is waarom de jongen zoveel van honden houdt; die begrijpt hij tenminste.

In de eerste dichtbundel van Haddon laat de dichter zien dat ook hij moeite heeft zijn omgeving in te schatten. In alledaagse situaties ziet hij absurditeit en voelt hij zich vervreemd van de werkelijkheid. In schetsen van een bezoek aan de dierentuin, een park, een slechte bui aan de keukentafel laat hij zien dat de werkelijkheid de fantasie in vreemdheid overstijgt.

De gedichten die voornamelijk over het leven van een ouder wordende jongeman in Engeland gaan, worden afgewisseld met verzen die voortborduren op of opzichtig refereren aan Horatius. Van een Engelse dichter hoorde ik onlangs dat het etaleren van kennis van de klassieken van een debutant in Groot-Brittannië wordt verwacht. Niemand die de loodzware improvisaties op de geschiedenis leest. Ze worden ook niet geschreven om te worden gelezen. Het is een soort meesterproef die je als debutant hebt af te leggen waarna je gewoon weer aan het werk kunt. Mark Haddon overdrijft het een beetje. Twee oefeningen hadden volstaan, maar hij plaatste er een stuk of tien, zoals Horace Odes 1:5:

Which under-muscled, over-perfumed boy

is groping you on roses in your love-nest,

Pyrrha? Who’s inspired you to wash and cut

your honey-coloured hair like this?

Het voortborduren op de traditie hoeft natuurlijk niet per definitie geforceerde verzen op te leveren. Het probleem in deze bundel is alleen dat de ‘eigen’ gedichten en de ‘meesterproef-gedichten’ zo ver uit elkaar liggen dat ze door twee verschillende mensen geschreven lijken te zijn.

De gedichten die Haddon in deze tijd plaatste en die naar zijn eigen leven verwijzen, zijn springlevend. Hij is hierin ironisch, hardvochtig en oorspronkelijk. In het prozagedicht This Poem is Certificate 18 schrijft hij een handleiding voor het lezen van poëzie. Hij legt daarin uit waarom sommige gedichten voor boven de achttien zijn, in een parodie op de manier waarop films aan jongeren worden ontraden die al lang door hen van internet zijn gehaald.

‘When you open a collection of poetry or attend a reading you need to know that the poems you choose to read or hear are suitable for the audience. To help you understand what a poem is like you can look at the certificate it has been given.’

Het gedicht waarschuwt dat er gewelddadige scènes in een gedicht kunnen voorkomen, en beschrijft deze tot in detail, wat de dichter in staat stelt te provoceren door middel van een gespeelde waarschuwing.

‘There may be sex, too. A man may be sucked off in a McDonald’s en route to the airport, a baby-sitter may masturbate on the kiln-fired tiles of her employer’s bathroom and an arse-hole may be described in more detail than is necessary.’

Het gedicht is zowel een kritiek op de Engelse preutsheid als een provocatie. Deze preutsheid is niet alleen uit de Victoriaanse tijd. Wie naar de Engelse radio luistert, hoort in de teksten van een zangeres als Kelis regelmatig een hoge pieptoon die te expliciete boodschappen censureert. Daarnaast vormt het gedicht een klein manifest van de dichter waarin hij uitlegt wat goede poëzie volgens hem moet bevatten:

‘In a poem with an 18-certificate the syntax may be knottier and the meaning more opaque than in light, narrative and straightforward lyric verse. A phrase may have as many as four different interpretations, all intended for more or less simultaneous comprehension.’ Dan volgt een opzettelijk complex beeld ter illustratie van het idee dat er soms een beeld wordt gebruikt door een dichter om de lezer opzettelijk te verwarren: ‘Conversely, when the hedged sun draws into itself for self-quenching and these modalities stoop to re-enter the subterrane of faith, the intention may simply be to confuse the less intelligent reader.’

Haddon vergelijkt de dichter met loodgieters en stelt dat je er als lezer rekening mee moet houden dat dichters net als loodgieters fouten kunnen maken en dingen over het hoofd kunnen zien. Maar het verschil tussen dichters en loodgieters is dat poëzie meestal wordt geschreven door mensen die eigenlijk niet helemaal geschikt zijn voor het leven, met een bijna religieuze roeping, een enorm vermogen tot zelfbedrog en vaak een combinatie van beide. ‘As a result, many poems with an 18 certificate are written by people whose minds you may not wish to enter.’

Het gedicht hamert niet voort als manifest. In de slotregels hervindt de dichter zich en formuleert wat poëzie kan veroorzaken, als het goed is:

‘And though it makes nothing happen it may, like a piece of ice on a hot stove, ride its own melting into your soul and bring you face to face with the madness of space.’