Het verslinden, naleven en verbranden van boeken

A. S. Byatt, Babel Tower. Uitgeverij Chatto & Windus, 617 blz., f49,90
MOETEN WE lezen? vroeg J. J. A. van Doorn zich onlangs af in HP/De Tijd. Hij betwijfelde het sterk na een aantal artikelen in de literatuurbijlage van NRC Handelsblad (7 juni) te hebben gelezen. ‘Margot Engelen bespreekt een Engelse roman van ruim zeshonderd bladzijden en acht zich “intellectueel vertroeteld”, zij het dat er ruimschoots sprake is van “orgien, seksuele martelingen en gruwelijke moorden”.’

Het gaat hier over Babel Tower van A. S. Byatt, en het curieuze is dat de vraag die Van Doorn zich stelt, het eigenlijke onderwerp van deze roman is. In Babel Tower staat niet alleen het lezen van obscene, maar dat van alle boeken terecht. Worden we er beter van? Worden we er wijzer van? Van Doorn had zo tussen de aanklagers kunnen plaatsnemen. En zich de woorden van de verdedigers kunnen aantrekken: ‘Dit boek is niet geschreven om u een warm, behaaglijk gevoel te geven. Nee, het wil waarschuwen, alarmeren, het wil dat de dingen een andere wending nemen.’
In Babel Tower is bijna integraal een korte roman opgenomen: Babbletower. Daarin komen de orgien, martelingen en moorden voor, maar het praten over de kwaliteit en het gevaar van deze roman neemt veel meer bladzijden in beslag dan de zaken waar Van Doorn zo van huivert. Zowel Babel Tower als Babbletower zijn, ieder op hun eigen manier, boeken die zich diepgaand met de eeuwige vragen van Goed en Kwaad bezighouden.
'Babbletower is everywhere’, zegt een van de verdedigers van het boek, alleen sluiten we onze ogen daar het liefst voor. Byatt wil, naast heel veel meer, de keeping up appearances-levenshouding aan de kaak stellen waardoor bijvoorbeeld de wreedheden op slaapzalen van kostscholen in Engeland al eeuwen in de doofpot verdwijnen. Om maar in het instituut te blijven geloven waar de goede manieren en de ever so nice-mentaliteit in stand worden gehouden.
Die mentaliteit is er in Byatts ogen ook verantwoordelijk voor dat de effecten van een nucleaire ramp zoals die destijds in Sellafield plaatsvond, stelselmatig worden verzwegen. Dat wetenschappers radioactief strontium in kinderbotten en slakkehuizen aantreffen, is te akelig om te weten. Het gras in Cumbria is nog steeds groen en de eeuwenoude grijze dry-stone walls staan er nog. Een slak, een vogel of een kind minder valt niet direct op. We hoeven onze hubris nog niet aan banden te leggen.
'Man produces evil as a bee produces honey’, citeert Byatt William Golding. Babbletower, zo wordt tijdens het proces aan het eind van de roman duidelijk, is op een bepaalde manier een herschrijving van Goldings The Lord of the Flies. Maar ook, zoals de oplettende lezer niet kan ontgaan, van Kafka’s verhaal 'In de strafkolonie’. Een van de personages in Babel Tower vindt dat 'het mooiste menselijke verhaal over onmenselijkheid’ en houdt er een gloedvol betoog over. Leeservaringen krijgen bij Byatt even veel aandacht als 'echte’ ervaringen.
ZOALS ER schrijvers bestaan die in hun werk het schrijven problematiseren, zo doet Byatt dat met lezen. Als haar heldin Frederica Potter een avondcursus over literatuur geeft voor volwassenen, vertelt zij niet waar Women in Love van D. H. Lawrence over gaat, maar laat zij zien welk probleem zij daar als lezer zelf mee heeft. Waarom worden boeken met zo veel heftigheid door Lawrence afgewezen? Waarom kunnen we volgens Birkin, zijn alter- ego, niets uit boeken leren? Maakt hem dat zelf, als papieren figuur, niet buitengewoon ongeloofwaardig? Over dat soort vragen wil Byatt ons laten nadenken, terwijl haar personages zelf naar antwoorden zoeken.
Babel Tower is het derde deel in een gepland kwartet. In de twee eerdere romans, The Virgin in the Garden (1978) en Still Life (1985), werden boeken al evenzeer verslonden en bediscussieerd, nageleefd en verbrand. 'Kan een passie voor lezen het onderwerp van een boek zijn?’ vroeg Stephanie Potter zich in The Virgin in the Garden af. Byatt laat zien dat dat kan. Zij doet wat Lawrence naliet. Je hoeft geen boeken te haten, zoals Lady Chatterley, om het leven in alle volheid te omarmen. Je kunt in bed hartstochtelijk de liefde bedrijven en er op een ander moment liever met De sonnetten aan Orpheus van Rilke in liggen.
De eerste twee romans van Byatts kwartet herschrijven als het ware The Rainbow en Women in Love van D. H. Lawrence en zijn, net als die boeken, ook afzonderlijk te lezen. Maar Byatt wilde niet alleen dat we bij Frederica en Stephanie Potter aan Ursula en Gudrun Brangwan van Lawrence dachten. Met de dilemma’s van de gezusters Schlegel uit E. M. Forsters Howard’s End gaat zij in Babel Tower eveneens in discussie. Zo wordt Forsters motto 'Only connect’ grondig bijgesteld: het is even belangrijk om te kunnen scheiden.
Daar was Frederica Potter op haar zeventiende al achter. Het utopische gezoek naar 'wholeness’ is nobel maar bevredigt haar niet. Er kunnen heel veel dingen naast elkaar bestaan. Op haar zesentwintigste begint ze haar ideeen daarover voorzichtig op papier te zetten. In de vorm van een leesdagboek waarin wij over haar schouder mogen meelezen. Daarin komt alles wat haar bezighoudt terecht.
BIJ FREDERICA en Stephanie Potter denken we onvermijdelijk ook aan Byatt zelf en haar zuster Margaret Drabble. In het programma Bookmark dat de BBC enige tijd geleden over Byatt uitzond, vertelde zij hoe moeilijk het voor haar was geweest dat haar drie jaar jongere zuster na haar studie in Cambridge al snel een succesvol romanschrijfster werd. Terwijl zij daar, even briljant afgestudeerd maar jong getrouwd, tussen het verwisselen van luiers en de afwas ook van droomde. Een van Byatts eerste romans heet niet voor niets In the Shadow of the Sun. Daarin is de vader de succesvolle romanschrijver waardoor het onbegonnen werk lijkt om aan een eigen carriere te beginnen. Die literaire gedaanteverwisseling doet aan de essentie van het probleem natuurlijk niets af.
Hoe word je zelf iemand als je zuster net zo intelligent is (we krijgen irritant vaak te horen hoe clever, bright en intellectueel Frederica Potter is) en ook nog in dezelfde dingen is geinteresseerd? Margaret Drabble schreef in 1967 een studie over William Wordsworth, A. S. Byatt deed in 1970 hetzelfde. Ook de romans die beiden schreven, verschilden aanvankelijk niet zoveel van elkaar. Het waren altijd prettig leesbare, typisch Engelse boeken met veel couleur locale. Pas met het schrijven van Possession is Byatt een andere, meer postmoderne weg ingeslagen en liet zij haar zuster achter zich.
Stephanie Potter is in Babel Tower alleen nog als een schaduw aanwezig. Een van de interessantste aspecten van Byatts gefingeerde autobiografie - want dat zijn de drie romans die tot nu toe zijn verschenen ook - is de manier waarop zij de relatie met haar zuster heeft gemetamorfoseerd. Op een onnavolgbaar prachtige manier heeft zij haar ook gebruikt om over het verlies van haar overleden zoontje te kunnen schrijven. Connie Palmen heeft ooit gezegd dat nog niemand echt overtuigend over verdriet heeft geschreven - zij moet Still Life van A. S. Byatt maar eens lezen.
HEEFT LEZEN zin? Die vraag kan ook Byatt niet beantwoorden. Zij hoopt alleen dat we er door haar boeken zin in krijgen. Dat wij een onbedwingbare lust zullen voelen om de Immortality Ode van Wordsworth zelf ter hand te nemen, of King Lear, om te zien of daarin werkelijk het allermooist over verdriet is geschreven. Of The Marriage Between Heaven and Hell van William Blake om Babel Tower nog beter te kunnen begrijpen. Byatt wil The Great Tradition zowel bewaren als herschrijven, omdat er misschien maar een paar verhalen zijn die werkelijk de moeite waard zijn om steeds opnieuw gehoord te worden.
'Je zou de geschiedenis van de kunst kunnen zien als een voortdurende poging de herinnering te verduurzamen’, schrijft Henk van Os in zijn bundel Torens van Babel. Herinneren moet, en de kunst helpt ons daarbij. Dat wij allemaal denken te weten hoe de Toren van Babel er uitzag, zegt van Os, komt door Pieter Breughel. Dat wij niet vergeten dat die toren de menselijke hoogmoed symboliseert komt door kunstenaars als Pierre Brauchli, die de toren voltooide door er een kernreactor op te zetten.
Wat zou dat een perfecte afbeelding voor Babel Tower van Byatt zijn geweest. Er wordt in de roman buitengewoon veel aandacht aan het belang van een mooi ontwerp voor Babbletower besteed. Des te merkwaardiger is het dat het stofomslag van Babel Tower zo lelijk is dat je de neiging hebt het er onmiddellijk af te halen.