Rottenberg is daarentegen een open man. Er valt met hem te praten, als je er althans in slaagt hem in de rede te vallen. Hij borrelde over van de ideeën (Hoe voorkom ik dat dit stukje het karakter van een voortijdig In Memoriam krijgt?), bedacht die onorthodoxe weekend-faxkrant van hem, door jonge enthousiastelingen volgeschreven, en passeerde de partijmandarijnen door personen in de Tweede-Kamerfractie te parachuteren van wie hij zeker wist dat zij zich niet als grijze muizen zouden gedragen. Het waren mensen als Rick van der Ploeg, Sharon Dijksma, Rob Oudkerk, Mieke Sterken, Karin Adelmund. Hier verkeek Rottenberg zich op de Unzulänglichkeit menschliches Strebens, om maar eens een socialistische oudgediende als Bertolt Brecht te citeren, want zijn favorieten bleken goede, maar geen buitengewoon goede volksvertegenwoordigers. En in elk geval was hun frisse wind in de praktijk niet veel meer dan een lauwwarme midwinterbries.
Rottenberg had/heeft (Ik wijs andermaal op het feit dat de betreffende politicus nog steeds boven de aarde staat) overigens de rare gewoonte om kritische journalisten toe te spreken alsof het het baliepersoneel van De Balie betrof, wat niet zo slim van the great communicator was, omdat dit onmiddellijk tot veel publicitair geschamper leidde. Dit onstuimige trekje in zijn karakter heeft Rottenberg schade bezorgd. Hij stond voor de schier onmogelijke taak een lijk te reanimeren en deed er dus niet verstandig aan zijn natuurlijke bondgenoten (tachtig procent van de Nederlandse journalisten sympathiseert min of meer met de sociaal-democratie) van zich te vervreemden.
Eigenlijk werd Felix Rottenberg pas op zijn waarde geschat toen hij te ziek bleek om zijn partij te besturen. De ideeënrijke PvdA-voorzitter lijkt voorlopig uitgeborreld. Vandaar dat hij, onder spijtbetuigingen van links èn rechts, is afgetreden. Zelf riep hij altijd, vooral als er weer eens een uitgebluste partijgenoot naar de zijlijn moest worden gedirigeerd, dat geen politicus onmisbaar is. Allemaal waar. Niettemin zal het een hele toer worden hem, Rottenberg zelf, met zijn werkdrift en zijn authentiek idealisme, op niveau te vervangen. De beste oplossing van het probleem zou natuurlijk zijn dat die jongen gewoon weer beter werd.